Opdracht hoofdstuk 2:
De wereldvrede, of het kwaad van vuur?

Fantasy opdracht


Mythische wezens zijn en zullen altijd een groot invloed uitoefenen op de mens. Maar hoever gaat deze invloed? Bepaalt het ons leven? Kan het onze ogen openen?

Stel je voor: je wordt wakker na een lange diepe slaap, je begrijpt niet waarom, maar het eerste wat jij wilt, is kijken naar het uitzicht. Het raam is groot genoeg om alles in de wijde omgeving te bezichtigen, meurde licaar er is één ding anders aan het uitzicht dat je gewend bent: een wezen. Zo groot, of juist zo klein? Pure woede, of vol moet liefde? Intens krachtig of juist heel erg zwak? Misschien wel meerdere koppen, of hoofden, of net geen?

Beschrijf wat het wezen doet. Begroet hij jou? Probeert het je te vermoorden? Loop jij met het wezen mee naar een plek waar je nog niemand kende? Of leeft het monster naast jou in de grote stad? Alles mag!

Die vraag aan jou is: wat voor wezen zie jij en welk avontuur beleven jullie?


Met een ruk schoot ik wakker. Mijn rasperige ademhaling gleed gejaagd over mijn lippen en ik voelde hoe mijn pyjama tegen mijn bezwete rug aanplakte. God wat een vreselijke nachtmerrie. Slechts enkele beelden bleven in mijn hoofd plakken: een mahoniehouten kist die ze langzaam in de grond lieten zakken en het geluid van mijn moeders schreeuwende stem, gedempt door de kist en de aarde die haar snel zou omringen. Ik sloot mijn ogen en probeerde de beelden weg te jagen.
Langzaamaan verdween het beklemmende gevoel en werd mijn opgefladderde hart weer rustig. Het huilen stond me echter nog steeds nader dan het lachen toen ik mijn bed uitstapte en het raam open deed voor wat frisse lucht.
Het was een prachtige nacht. De hemel was bezaaid met sterren en een zacht zomerwindje blies zo mijn kamer binnen. Ik leunde lichtjes tegen de rand van mijn raam, me afvragend of ik terug mijn bed in zou duiken, toen ik het hoorde. Eerst leek het enkel een zacht gezoem, maar toen ik mijn oren spitste herkende ik de zachte melodie uit mijn kindertijd. Slaap kindje slaap, daarbuiten loopt een schaap,...
Onrustig keek ik rond me heen. Probeerde iemand een grap met me uit te halen? Het muziekje werd steeds luider en luider, tot ik zag waar het vandaan kwam. Daar, op op de rand van mijn vensterbank, zat een klein wezentje.
Met stomheid geslagen, bleef ik er schaamteloos naar staren. Het was niet veel groter dan de palm van mijn hand en had vaagjes de vorm van een vlinder. Alleen waren er niet twee, maar vier vleugels, had het mini-pantoffeltjes rond zijn acht pootjes en leek het lijfje wel gemaakt van de zachtste pomponnen die ik ooit had gezien. Maar dat was niet het meest opmerkelijke waardoor ik mijn aandacht onmogelijk kon wegtrekken. Het waren haar vleugels, die immens waren in vergelijking met het donzige lijfje. Het leek wel alsof de nacht erin verborgen lag. Ze waren diepblauw en als ik goed keek, zag ik lichtpuntjes fonkelen.
'Het is onbeleefd om zo te staren, weet je,' hoorde ik het wezentje ineens op een vriendelijke toon zeggen. Nee, het was niet praten wat ze deed, ze zong het eerder op dezelfde melodie als het bekende slaapliedje.
Ik mompelde mijn excuses tot ik besefte dat dit volslagen gestoord was. 'Wie - wat ben jij?' vroeg ik half fluisterend.
'Mijn naam is Ala en ik ben een Droomgids,' zong het wezentje.
'Wat? Betekent dat - dat ik nog droom?' Dat zou alleszins een heleboel verklaren. Het wezentje keek me geamuseerd aan, met haar grote ogen. 'Heb je dan niet het gevoel dat je wakker bent?' Achter mijn rug kneep ik kort in mijn eigen vel, waarop er een pijnscheut door mijn arm ging.
'Jawel,' concludeerde ik.
'Nou dan,' zong het wezentje, Ala, waarna ze ongegeneerd over de vensterbank stapte, mijn kamer binnen. Daar vloog het naar mijn nachtlampje en maakte het zichzelf comfortabel.
'Ik ben hier om de droom die je net had. Dat was niet niets, hm?' Nog steeds een beetje verward ging ik op de rand van mijn bed zitten.
'Hmm nee, normaal heb ik zo'n dromen niet. Ik heb geen idee waar deze vandaan kwam.' Ala wees met haar kleine vingertjes, die net zo gloeiden als haar vleugels, naar mijn voorhoofd. 'Vandaar. Er zitten altijd ervaringen in dromen verweven. Waar je ook over hebt nagedacht of wat je ook hebt meegemaakt de vorige dagen, dat heeft jouw droom gevormd.'
Ik knikte, waarop ik de vraag stelde die al die tijd op het puntje van mijn tong lag. 'Niet om weer onbeleefd te zijn, maar wat kom je hier eigenlijk doen?'
Ala glimlachte en ging iets rechter zitten. 'Het gebeurt niet vaak dat je zo'n heftige droom meemaakt. Ik ben hier om jou de kans te geven opnieuw te beginnen. De nacht opnieuw te doen.' Mijn gefronste wenkbrauwen en niet-begrijpende blik waren genoeg voor Ava om te zien dat ik meer informatie nodig had.
'Wij - de Droomgidsen - geven iedereen één keer in het leven deze kans. Jullie mensen zijn met miljoenen en wij zijn maar met weinig, dus we kunnen niet zoveel kansen geven als we zelf zouden willen. Maar we doen wat we kunnen.'
'Maar als iedereen jullie ooit te zien krijgt,' begon ik, 'hoe kan het dan dat ik nog nooit van jullie gehoord heb?'
Ava lachte ietwat triestig. 'Omdat je mij niet zal herinneren. Ik zal gewoon een deel zijn van een vage droom die je had. Heel uitzonderlijk gebeurt het eens dat iemand het zich herinnert, maar wie zou je in godsnaam geloven als je over ons vertelt?' Hierop ging ze rechtstaan. 'Ben je er klaar voor?' Hoewel ik geen idee had wat ze bedoelde, knikte ik. Haar zangerige stem en enthousiasme werkten aanstekelijk. Ava vloog naar het tapijt, waarop ze iets begon te prevelen. Ineens verschenen er wel honderd lichtpuntjes, die allemaal neerdaalden op het kleine wezentje. Met haar ogen gesloten groeide Ava, groter en groter. Haar reusachtige vleugels stootten mijn nachtlampje op de grond, dat gelukkig zonder scherven op de mat terecht kwam.
Zodra Ava op gelijke hoogte met mij stond, opende ze haar ogen weer. 'Vertrouw je me?' zong ze. Ik knikte, waarop ze haar grote vleugels om me heen sloeg. Ze voelden verrassend aangenaam en omringden me als een warm donsdeken op een bevroren winternacht. Zo voelde ik bijna niet hoe de grond onder mijn voeten verdween en we weg vlogen.
Er leken maar een paar seconden verstreken toen Ava haar vleugels zorgzaam weer verwijderde. Ik kon mijn ogen amper geloven... het leek wel alsof we zweefden tussen de sterren en toch voelde ik me erg veilig. Ik keek kort onder me, waar niets anders was dan nog meer donkere nacht en sterren, dus keek ik snel weer voor me. Ava prevelde nogmaals een aantal woorden, waarop drie verschillende sterren naar ons toe kwamen. Ze namen elk een andere vorm aan, maar leken alle drie op een soort scherm.
'Dit zijn de drie dromen waar je vannacht tussen kan kiezen,' zong Ava. 'Ze zijn volledig opgesteld naargelang jouw verlangens en gedachten. Je hebt natuurlijk de klassiekers: het gevoel dat je valt, het examen waar je op faalt of mijn persoonlijke favoriet: de popster-droom. Maar dit zijn niet die ordinaire dromen. Deze geven je een gevoel dat je een lange tijd zal blijven meedragen en je soms zelfs een betere versie van jezelf maken. Aan jou de keuze.'
Op dat moment verschoven we iets dichter naar de eerste ster.
Ava had helemaal gelijk gehad, want toen ik de eerste droom zag wist ik meteen waar die voor stond. Toen ik klein was, droomde ik er altijd van een elfje te zijn. Mijn eigen paar vleugels, die me overal naartoe zouden nemen. Geen plaats, geen bestemming te ver. In de ster zag ik mezelf rondvliegen met het mooiste paar vleugels dat ik ooit had gezien, op die van Ava na dan. De lach op het gezicht van mijn droom-ik sprak boekdelen.
'Wat een zalige droom,' zuchtte ik. Ava grinnikte. 'Op naar de volgende dan maar?'
Als vanzelf gleden we naar de volgende ster. Daar zag ik mezelf in de armen van Toon, mijn vakantieliefde waar ik na een intense zomer nooit meer iets van gehoord had. Pas dagen nadat ik terug thuis was besefte ik dat ik mijn verkeerde gegevens had doorgegeven, waardoor we elkaar onmogelijk konden bereiken. Om zijn lach terug te zien, zijn beschermende armen om me heen... wat moest dat goed voelen.
Ik draaide me om naar Ava, klaar om te zeggen dat dit de droom was die ik wou. Maar Ava schudde haar hoofd, alsof ze zo kon raden wat ik wou gaan zeggen. 'Tijd voor de volgende droom.'
Natuurlijk had Ava gelijk gehad. Want wat ik in de laatste ster zag, sloeg me met verstomming. Het was een beeld dat ik niet meer voor mogelijk had gehouden. Een beeld dat ik al lang uit mijn hoofd verbannen had, aangezien het toch nooit meer zou gebeuren. Daar, in het midden van de gloeiende ster, zag ik mijn moeder. Levend en wel. Ik zag hoe ze met me praatte, hoe ze me in haar armen nam. Hoe ze met haar handen zachtjes door mijn haren strook. Ze was zo dichtbij dat ik de zoete geur van haar parfum bijna kon ruiken, de klank van haar stem bijna kon horen...
'Dit wordt hem. Deze droom Ava, dit is wat ik wil.' Ava glimlachte en nam kort mijn hand vast. Het was een genoegen je te leren kennen,' zong ze, waarop ze naar de laatste ster wees. 'Ga je gang.'
Met het grootste gemak zweefde ik richting de ster, die me net zo verwelkomend begroette als de vleugels van Ava. Ik voelde de zon op mijn huid branden en kwam terecht in het weiland van de droom. Niet veel verder stond ze.
'Mam,' snikte ik, terwijl ik op haar afrende. Ze opende haar armen en sloot die stevig om me heen. 'Mijn lieve meid,' hoorde ik haar zeggen. 'Wat ben je groot geworden.' De tranen rolden over mijn wangen terwijl ik zo breed glimlachte als maar kon. Zonder onze innige omhelzing los te laten, zakten we op de grond.
'Ik heb je zo gemist,' gaf ik eindelijk toe, aan haar, aan mezelf. 'Ik jou ook kleintje. Maar voor nu hebben we een hele nacht. Jij en ik.' Ze keek me aan en droogde de tranen op mijn wangen - net zoals ze deed toen ik een kindje was. Ik legde mijn hoofd op haar schouder, zo dicht mogelijk. En voor de eerste keer in een heel lange tijd, was ik intens gelukkig.




Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here