Opdracht 4:
Dat onze fantasie en onze gedachten belangrijk zijn, weet iedereen. Maar je weet pas hoe belangrijk ze zijn, als al het andere verdwijnt.

Van het ene op het andere moment belandt jouw personage in een duistere ruimte; er is helemaal niks. Of toch wel: de fantasie van jouw personage, zijn of haar gedachten. Dat is waar deze opdracht om draait; wat kan jouw personage creëren met helemaal niks behalve zijn of haar verbeelding?

Er staan geen limieten om iemands fantasie en dat gaan jullie bewijzen. Bij deze opdracht zal vooral de gedachtegang en de verbeeldingskracht van het personage (wie of wat het personage is, maakt niet uit, het kan gewoon een mens zijn, een dier, of misschien wel een mythisch wezen, een monster; alles kan en alles mag) centraal staan. Wees zo fantasierijk als mogelijk om de eeuwige leegte van de duisternis op te vullen.

Verzint jouw personage een compleet nieuwe wereld om de leegte op te vullen en de tijd sneller voorbij te laten gaan? Of creëert hij of zij een illusie om de duisternis te verdrijven? Piekert jouw personage over wat er achter die duisternis ligt, of net helemaal niet? De mogelijkheden zijn eindeloos.


Ik had heel veel moeite met deze opdracht, dus hopelijk vinden jullie hem mooi! Het liedje dat twee keer wordt vermeld in de opdracht (zowel het liedje dat de moeder zingt als zijzelf) en eveneens de titel van deze opdracht, is dit liedje:



Als ik mijn ogen sloot en weer open deed, zag ik geen enkel verschil. Het was compleet donker rond me, pikzwart. Ik spitste mijn oren, maar op het geluid van mijn eigen ademhaling na, kon ik niets onderscheiden. De radartjes in mijn hoofd begonnen op volle toeren te draaien. Ik had geen idee waar ik me bevond of hoe ik hier beland was, maar ik wist wel zeker dat ik kalm moest blijven. Ik kon mezelf niet verliezen, niet hier.
De perfecte herinnering dreef boven. Mijn moeder zat op de rand van mijn bed en streelde mijn betraande wang. 'Weer een nachtmerrie?' Ik knikte. De nachten waarin mijn angsten me bruut naar het bewustzijn sleurden, waren niet meer te tellen op één hand.
'Zullen we het dan nog eens proberen? Sluit je ogen maar.' Ik draaide op mijn zij en gehoorzaamde, gerustgesteld nu zij hier was. 'Denk aan de mooiste plaats die je je kan inbeelden,' hoorde ik mijn moeder op zachte toon zeggen. 'Denk aan je vrienden, aan de zonnige dagen op vakantie en laat die enge gedachten niet binnen. Sluit ze volledig af.' Hierna begon ze een trage melodie te neuriën en streelde ze mijn arm.
Het duurde niet lang voor mijn ademhaling regelmatig werd en mijn moeder zachtjes mijn slaapkamerdeur sloot, op weg naar haar eigen bed. Zo ging het verder, tot ik weer wakker schoot, mijn ogen vol met tranen en mijn hoofd vol met de enge dingen die ik niet wilde zien.
Ik had altijd problemen gehad met slapen, bang om zo kwetsbaar te zijn voor al de dingen die me konden grijpen. Mijn kindertijd zat vol angsten voor spinnen, mannen in de hoek en de geest op de gang.
Terwijl ik hier zo zat, in de pikdonkere kamer zonder enige afleiding, voelde ik me weer een kindje van vijf, bang en alleen. Dus ik deed het enige wat me in die tijd kon redden; ik legde me op mijn zij, met mijn hoofd op mijn arm en sloot mijn ogen. Al de paniekerige gevoelens sloot ik af, zoals mijn moeder me geleerd had. Ik duwde ze weg in mijn hoofd en sloot ze op achter een deur. Daarna begon ik aan mijn eigen wereldje.
Zoals altijd begon ik met een simpel grasveld. Ik hield van de geur van gras, dus die was simpel. De zomer was altijd mijn favoriete tijd van het jaar, dus ook deze keuze was snel gemaakt. Ik creëerde een grote zon, die neerkeek op het veld en mijn huid aangenaam verwarmde. Op deze plek was geen plaats voor schaduwen of donkere hoeken waarin wezens zich konden verschuilen. Hier was ik compleet veilig.
Een kleine versie van mij danste in het grasveld, omringd door de meest kleurrijke vlinders die ik me kon inbeelden. Ik bedacht een groot, schitterend meer rechts van het grasveld, waarop verschillende zwanen dreven. Mijn kleinere versie wist het: de hele lucht was gevuld met magie. Terwijl ze danste, liet ze in haar voetsporen kleine bloemetjes achter, die zich allemaal naar de zon richtten. Ze neuriede een liedje dat al een aantal weken in mijn hoofd bleef steken en de vuurrode vogels in de bomen namen het deuntje over.
Ik gniffelde, net zoals mijn mini-ik. Dit was het moment waarop ik als kind in slaap zou vallen, gerustgesteld door het wereldje dat ik zelf gemaakt had. Mijn zelfbewust gevoel vertelde me nu echter dat dit heel dom zou zijn, dat ik wakker moest blijven en mijn omgeving niet kon vertrouwen.
Dat kleine sprankeltje van onveiligheid en de wetenschap dat deze wereld me niet meer zo rustig kon maken als vroeger, was genoeg. De zorgvuldig gesloten deur barstte open en alle onzekerheden en angsten slopen mijn wereldje binnen.
Het meer zat nu vol donkere wezens waar ik geen naam op kon plakken. Ik kon ze zien bewegen onder het wateroppervlak. Een aantal vlinders kwamen vast te zitten in het reusachtige web van de spin, die haastig naar zijn prooien kroop. Zelfs de zon moest plaats maken voor een beladen, stormige nacht, die zoveel meer kansen bood voor schaduwen en zorgde dat de rillingen over mijn rug kropen.
Machteloos keek ik toe hoe al mijn angsten een plaats namen in de wereld - mijn wereld. Ik wist dat het nu te laat was, dat ze nooit meer terug zouden gaan naar hun plaats achter de deur. En voor het eerst in al die jaren... had ik daar geen problemen mee.
Ik dwong mijn mini-ik verder te bewegen, alsof er niets gebeurd was. Mijn hart klopte wild tegen mijn borstkas bij het zien van al de dingen waar ik bang voor was, maar werd tegelijkertijd ook gerustgesteld door de kleine dingen die overeind bleven staan. De rode vogels zongen nog steeds hun lied en ook de bloempjes bleven trots naar boven kijken.
Het was op dat moment dat ik besefte wat er hier gebeurde. Eindelijk gaf ik al mijn kinderangsten een plaats. Net zoals het gevoel van de zon en de geur van gras, hoorden ze bij wie ik was; ze hoorden ook bij deze wereld. Er zouden altijd dingen zijn die me angst aanjaagden; een geliefde verliezen, een hoog gebouw of gewoon dat kleine spinnetje op mijn arm. Net zoals de dingen waar ik van hield, maakten mijn angsten me wie ik was. Ze waren een deel van mij.
Onbewust kropen mijn mondhoeken omhoog in een glimlach. Het veilige gevoel in de onveilige situatie omringde me als een deken. En wonder boven wonder voelde ik hoe mijn bewustzijn langzaam wegsloop en ik in slaap viel, naar een droomwereld waar ik mezelf rustig in kon laten vallen. Gerust, zonder gevaar maar vooral: met angsten die me niet langer bang maakten.


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here