Het luik gaat krakend open en een stofwolk blaast in mijn gezicht. Ik houd even mijn adem in, maar hoor verder geen geluid. Ik duw het luik verder open en met een klap belandt het op de houten plankenvloer van de zolder. Weer houd ik mijn adem in, maar Laurance blijkt spontaan doof geworden te zijn.
Ik beklim het laatste gedeelte van de zoldertrap en schuif het luik terug op zijn plek.
De zolder is donker: alleen het licht van de planeet Mercia schijnt door het raam. Ik sta op en maak een rondje over de zolder. Ik ben hier één keer eerder geweest. Dat was toen Laurance zo boos was dat hij mij hier opsloot. Mercia scheen toen niet, dus was het pikdonker.
De zolder is een grote, stoffige ruimte met een schuin dak. In alle hoeken staan dozen opgestapeld. Ik kniel neer bij één van de dozen aan de rechterkant. Zachtjes vouw ik de oude kartonnen lappen uit elkaar en er komt een ouderwets servies tevoorschijn. Ik hou even mijn adem in en laat mijn vinger over de blauwe versieringen gaan.
Ik mag dan nog maar een paar jaar op Vianci zijn, maar ik weet dat Vianci niet instaat is om servies te maken van dit materiaal. Dit moet meegenomen zijn van aarde.
Voorzichtig pak ik een kopje uit de doos en laat hem in het weinige licht van Mercia ronddraaien. In verschillende tinten blauw is er een meisje afgebeeld. Iets daarnaast staat een koe en daarnaast een groot gebouw met vreemde vleugels. Een molen. Een troosteloos gevoel daalt neer op mijn hart aan de herinneringen van mijn familie. Ik zet het kopje terug en vouw de doos voorzichtig dicht. Mijn groene ogen glijden over de zolder en ik trek een andere doos naar me toe. Een grote stofwolk schiet de lucht in en proestend wapper ik het weg. Als ik de doos openvouw, kom ik foto's tegen. Ik hap naar adem als ik de eerste persoon op de foto herken.
Dat is een mens! Ik pak een stapeltje en bekijk ze allemaal. Er staan alleen maar mensen op. Sommige komen meerdere malen terug, andere maar één of twee keer. Wie de mensen zijn weet ik niet, maar het zijn mensen en geen Vianciën.
Ik begin de foto's uit te leggen op de vloer. Ik geef de mensen namen en praat tegen ze. Een beetje van mijn eenzaamheid wordt weggenomen en een gelukkig gevoel verspreidt zich in mijn lichaam. Terwijl ik klets en praat, begint Mercia steeds meer te doven. Ik sta op en loop naar het raam. Mijn blik glijdt over Vianchi, de paarse planeet. Het gesteente waaruit Vianchi bestaat is paarsachtig, waardoor de grond hier paars is. De lucht wordt donkergeel gekleurd door de lichtplaneet tegenover ons, Mercia. De huizen hier zijn gebouwd uit een dieper gelegen gesteente uit de grond. Roodsteen wordt het ook wel genoemd.
Er zijn een paar huizen die bestaan uit hout, waaronder het huis waar ik in woon met Laurance. Deze huizen zijn van de rijkere laag op Vianchi. De laag die het meest heeft geprofiteerd van de overname van de aarde. Het hout is meegenomen op hun reis terug en nu zijn er huizen van gebouwd op Vianchi.
'Wat doe jij hier?'
De stem laat een rilling over mijn lichaam heen glijden. Mijn hoofdharen springen overeind en mijn tenen krullen op. Het speeksel verdwijnt uit mijn mond en het zweet druipt mijn handpalmen uit.
'Florance.'
De stem is kalm, dwingend, overheersend, angstaanjagend. Ik draai me voorzichtig om, waarbij mijn blauwe jurk door het zuchtje wind wordt opgetild en weer langs mijn benen valt. Ik zie dat Laurance ernaar kijkt en hij likt langs zijn lippen. Zijn donkerpaarse tong doet me denken aan een giftige slang die elk moment kan aanvallen. Zijn drie ogen schieten naar mijn gezicht en de zwarte pupillen doorboren mijn groene irissen. Zijn monobrauw is gefronst en hij vouwt zijn zesvingerige handen in elkaar. Ik zie de bloedader in zijn lilakleurige nek opzwellen.
Hij is boos.
Hij heeft drie stappen nodig. Drie stappen om bij me te komen. Die drie stappen moet ik voorkomen. 'Ik...'
Geweldige zin Flo. Goed werk. Laurance' ogen turen over de steeds donker wordende zolder. Mercia maakt zich klaar voor de nacht. Opeens zie ik de foto's liggen. Mijn hart begint te bonzen in mijn borstkas. Als hij het maar niet ziet.
Hij ziet het.
'Waarom ligt dat daar?' Laurance zet de drie stappen en pakt mijn arm vast. Drie vingers aan de ene kant, drie aan de andere kant. Zijn gezicht buigt zich naar mij toe en zijn neus raakt het puntje van de mijne aan. 'Wat doe jij hier, Florance?'
Ik herinner me de eerste ontmoeting met Laurance nog goed. Het was een dag na de inval. De Vianchiën zochten spullen bij elkaar voor de wederopbouw van hun planeet. Die kwamen ze op aarde zoeken. Laurance was samen met een paar andere Vianchiën opzoek naar hout en kwam dat bij ons thuis halen. Mijn vader is namelijk boswachter, dus we leefden aan de rand van het bos.
Mijn moeder had me verstopt in het kastje onder de gootsteen. De deurtjes sloten net niet aan elkaar, waardoor ik er doorheen kon kijken. Ik zag dat mijn knuffel nog op de grond lag, bij de rechterpoot van de eettafel.
Laurance kwam binnen. Zijn lila huid fascineerde me en zorgde ervoor dat ik niet bang voor hem was, ondanks zijn drie ogen. Hij sprak met mijn ouders. Toen hij weg wilde gaan zag hij mijn dierbare knuffel liggen. Hij knielde door zijn benen en pakte haar op. Dat moment stormde ik uit mijn schuilplaats en greep de knuffel vast. Daar stonden we. Laurance keek me doordringend aan en zijn paarse tong likte langs zijn lippen. Dat was het moment dat hij verliefd op me werd, ook al was ik nog maar tien jaar.
Nu, zeven jaar later, sta ik weer oog in oog met hem en likt zijn paarse tong langs zijn lippen. 'Mijn lieve Florance,' fluistert hij in mijn oor, 'je weet dat je niets voor mij kunt verbergen.'
Ik voel hoe zijn zes vingers over mijn lichaam glijden, langs mijn zij, naar mijn schouder, via mijn arm naar mijn hand. Hij trekt de foto die ik nog vasthield uit mijn hand. Zijn drie ogen flitsen naar de foto en weer terug naar mij. 'Wat moet je hier mee?'
Ik open mijn mond, alsof ik een vis ben die naar lucht hapt en sluit hem weer. Laurance grijnst even en kijkt me nog doordringender aan. 'Mijn lieve Florance. Kom niet aan spullen die niet van jou zijn.' Hij gooit de foto naar de rest, sleept me mee naar het luik en dwingt me de trap af te lopen. Ik ril als een naakte hond. We lopen in een rechte lijn naar mijn slaapkamer. Zijn hand schiet langs mijn lichaam en duwt de eikenhouten deur open. Ik word naar binnen geduwd, struikel en val op de donkerbruine, houten vloer.
Beelden schieten door mijn hoofd van Laurance en mij op het ruimteschip terug naar Vianchi. Hoe ik leerde dat ik als vrouw het huishouden moest gaan doen. Hoe ik leerde dat ik als vrouw niets te vertellen heb. Hoe ik leerde wat voor beest Laurance is.
Als zijn paarse vingers mijn arm omklemmen, ben ik het zat. Het is klaar!
Ik draai me om en geef hem een volle stomp in één van zijn twee magen. Gegrom gorgelt op uit zijn keel. Ik duik, rol, kruip en weet bij de deur te komen. Ik ren door de houten gang naar de houten trap en storm naar beneden.
Laurance brult, gilt en schreeuwt. Het zijn tonen die alleen een Vianchiër kan maken. Een kreet om elkaar te waarschuwen. Ik ren door de woonkamer naar de voordeur. Ik slinger hem open, struikel en rol van de veranda af. In de tuin is het donker. Mercia is gestopt met schijnen. Een koude windvlaag glijdt langs mijn benen. Mijn blauwe jurk is ook veel te zomers voor dit weer.
De tuin is een doodse tuin. Door de paarse grond kan er maar weinig groeien. Alleen in de hoek groeit een Surgensstruik. Het lijkt op een aardse rozenstruik. Een kreet stuitert tegen de muren van de huizen naar mij toe. Er zijn Vianchiën op weg naar het huis van Laurance. Ik ren naar de Surgensstruik en verstop me erachter.
Ik herken Troulance en Smolance als ze de tuin in wandelen. Het zijn vrienden van Laurance.
Laurance staat al in de deuropening en fluistert wat in hun oor. Hij verdwijnt weer naar binnen. Smolance loopt de tuin weer uit en Troulance blijft op de trap staan.
Ik moet hier weg! Voorzichtig kom ik iets omhoog. Als ik over het tuinhek kan klimmen dan ben ik weg. Mijn adem klinkt beverig, maar ik weet dat ik dit kan. Ik ga staan, sprint en word teruggetrokken. Ik val op de grond en hoor hoe mijn jurk inscheurt. Met grote ogen draai ik me om en zie dat de doorns van de Surgensstruik zich vast hebben gezet in mijn jurk. Troulance heeft me gezien en schreeuwt. Het volgende moment staat Laurance voor me en pakt me op. Zijn paarse tong likt langs zijn lippen en ik weet dat ik nog lang niet vrij ben.

Reacties (1)

  • Akemi

    Ik geef normaal geen reactie op inzendingen van mijn wedstrijden, maar ik kan het niet hebben dat hier geen reactie op is terwijl het echt 100% awesome is. Volgens mij is dit één van mijn nieuwe favo one shot's op Q c:

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen