Al eeuwen worden de verhalen over de Bronzen Stad vertelt. Het is niet meer dan een legende, een sprookje, zo gezegd. Toch hebben die verhalen Rali Ferrum al van jongs af aan geïnteresseerd. Die verhalen zijn de reden dat hij archeologie is gaan studeren, dat hij zich verdiept heeft in de kleinste details. Terwijl zijn vrienden keken naar knappe vrouwen, keek hij naar vergeelde bladzijden in oude boeken, op zoek naar aanwijzingen.
      Volgens de mythe was er ooit een stad met hoge torens. De torens waren stralend wit en van verre afstand zichtbaar, maar alles veranderde toen een wetenschapper zijn plannen tot uitvoer bracht. Hij had geen slechte bedoelingen, zeker niet. Alles wat hij wilde was zijn stad beschermen tegen elke mogelijke vorm van gevaar - en hij deed alles om dat te kunnen bereiken.
      Langzaam maar zeker veranderde de witte stad. Het kwam volledig vol te staan met zijn uitvindingen, allemaal met het doel om de stad te beschermen. Alles werd geautomatiseerd. De stad werd omgeven door gigantische bronzen muren. Hij was helemaal afgesloten van de buitenwereld. De witte torens, waar de wetenschapper woonde, veranderen in een bronzen warboel met metaal en draadjes, waardoor niemand er meer in de buurt durfde te komen.
      De wetenschapper was eenzaam, maar tevreden. Zijn stad was veilig en dat was zijn hoofddoel, echter begon de man het gezelschap te missen. Om niet helemaal alleen te zijn, gebruikte hij zijn vrije tijd voor het maken van een robot. Alles ging goed, totdat hij de robot probeerde te activeren. Iets in de aansluiting was niet goed, waardoor de man een schok kreeg die geen enkel lichaam verdragen kan. Hij stierf, zonder ooit de robot afgemaakt te hebben.
      De onafgemaakte robot was echter niet het probleem. De wetenschapper was de enige die wist hoe de bronzen muren open moesten, waardoor de stad nu helemaal op zichzelf was aangewezen. De vooruitgang stokte en de stad stond stil. De stad bleef in het zogenoemde Bronzen Tijdperk hangen en daar is het nu nog steeds. Althans, als het echt bestaat. De meeste mensen geloven niet in de mythe over de Bronzen Stad, anders zou hij allang gevonden zijn.
      Rali is één van de mensen die met heel hun hart geloven dat de stad wél bestaat. Sinds hij zes jaar geleden als archeoloog afgestudeerd is, trekt hij in zijn eentje door verlaten landschappen, op zoek naar een teken van de Bronzen Stad.

Mismoedig slentert de jongen door de kale vlakte. Het is niets meer dan zand en soms wat verloren plukken gras. Zuchtend trapt hij wat zand te lucht in en kijkt stilletjes toe hoe het weer omlaag dwarrelt. De hele dag loopt hij al rond te struinen, maar er is hier niets dan zand. Op momenten zoals deze mist hij wel een gesprekspartner. Rali heeft het zoeken voor vandaag wel opgegeven. De zon gaat al onder en werpt een gouden gloed over het land. Als hij niet zo druk was geweest met teleurgesteld zijn, had hij het prachtig gevonden.
      Als hij niet zo druk was geweest met teleurgesteld zijn, was de opgestoken wind hem wel opgevallen. Dan had hij doorgehad dat de wolken onheilspellend waren en het zand al de lucht in vloog.
      Als hij iets beter op had gelet, dan had hij op tijd een schuilplaats kunnen zoeken voor de opstekende zandstorm, maar nu is het te laat. Pas als het zand hem in de ogen slaat, heeft hij het door.
      Een luide vloek ontsnapt aan zijn lippen, waardoor zijn mond vol zand komt te zitten. ‘Waarom let ik dan ook niet beter op?’ gromt hij tegen zichzelf. Hij spuugt de mond vol zand uit en bindt een doek voor zijn mond en neus.
      Het is een kwestie van tijd voordat het zand zo wild om hem heen slaat, dat de jongen geen hand voor ogen meer kan zien. Moeizaam loopt hij een willekeurige kant uit, zijn gevoel voor richting is hij totaal verloren.
      Door het weinig zicht ziet Rali de versperring pas wanneer hij er tegenaan loopt. Met een zachte kreun van pijn grijpt hij naar zijn hoofd. ‘Alles zit ook tegen vandaag.’ Zijn gemopper wordt gesmoord door de doek voor zijn mond. Bij de versperring staat Rali precies uit het ergste van de zandstorm. Hij besluit om daar te wachten, tot het weer opklaart.
      Terwijl de storm gaat liggen, valt Rali in slaap. ‘s Ochtends wordt hij wakker op de manier waar hij jaren van heeft gedroomd. Nee, dan bedoel ik niet de ruim drie kilo aan zand in zijn kleding en haren en zeker niet de zandvlooien die er geheid tussen zitten. Nee, ik bedoel het licht. Rali wordt wakker, omringt door de oranje licht met een bronzen gloed, heel anders dan het zonlicht. Het is de weerkaatsing van het zonlicht tegen de versperring waar hij tegenaan was gebotst. Een stuk bronzen muur.
      Het kost Rali een paar tellen om het te verwerken. Een bronzen muur kan maar één ding betekenen: de Bronzen Stad. Hij heeft het gevonden!
      Rali springt overeind, waarbij het zand uit zijn kleding stroomt. Een grijns van oor tot oor breekt zijn gezicht in tweeën en zijn schreeuw van vreugde moet haast overal te horen zijn. ‘Ik wist wel dat het echt was!’ roept hij uit. Hij doet een vreugdedansje en doet een verwoede poging om de muur te knuffelen ‘Ik wist het, ik heb het altijd al gezegd!’
      Door de zandstorm is een berg zand weggewaaid, waaronder klaarblijkelijk de Bronzen Stad lag. Rali kan het niet bevatten. Hij straalt van geluk, terwijl hij maar blijft schreeuwen dat hij het altijd al geweten had, dat zijn zes jaren vol zoektochten niet verspilde moeite waren. Ineens verstijft Rali, zijn handen nog tegen de bronzen wanden aangedrukt. Dat geluid, het was anders. Het klinkt hol. Rali’s blik wordt serieus en hij legt zijn handen nu behoedzaam tegen de muur. Zachtjes begint hij te kloppen en weer hoort hij het. De wanden zijn hol!
      Hij weet met heel veel moeite één plaat eraf te halen, zonder hem te beschadigen. Rali kruipt gewapend met een zaklamp en insectenspray de muur binnen. Een lange, steile trap loopt omlaag, het donker in. Langzaam begint hij de trap af te dalen.
      Helemaal onderaan de trap is een grote, bronzen deur. Voorzichtig duwt Rali de deurklink naar beneden, zonder zich iets aan te trekken van de spinnenwebben die eromheen gewikkeld zitten. Krakend en piepend gaat de deur open.
      Trillend schijnt Rali met zijn zaklamp door de kamer. Overal staan spullen, van potten met slijmerige inhoud, tot verroeste tandwieltjes. De lichtbundel van de zaklamp valt op een glad, glimmend gezicht.
      Een verschrikte schreeuw verlaat Rali’s lippen en hij deinst verschrikt achteruit, totdat hij ziet dat gezicht niet beweegt. Het bronzen hoofd hoort bij een bronzen lichaam en het zit doodstil. Een opgeluchte zucht verlaat de lippen van de jongeman. Hij moet zichzelf niet zo bang maken, het is niets meer dan een robot.
      Ineens opent de bronzen robot zijn ogen en weer gilt Rali. De robot beweegt echter niet, maar een blikkerige stem begint te vertellen.
‘Alles is precies volgens plan gegaan, kan ik je wel vertellen. De stad is nu eindelijk veilig, er is enkel nog één zwak punt, maar dat zal niet lang meer duren. Het is haast grappig dat ik nu al weet hoe dit verhaal gaat eindigen. Het zal eindigen met een knal, een schok.’ De blikkerige stem gniffelt even. ‘Ik weet dat ik zal sterven. Ik zal hoogstwaarschijnlijk een schok krijgen die voor mij het einde zal betekenen, maar dat is oké. Ik heb het ervoor over, misschien is het zelfs wel beter. De laatste verbinding met de buitenwereld ben ik. Ik ben de sleutel tot het gevaar, de enige weg om het gevaar de stad in te krijgen, maar dat mag niet gebeuren, nooit niet. Ik ben nu het enige overgebleven gevaar voor de stad.’ Zijn ademhaling is zwaar en hijgend. Rali is door zijn knieën gezakt en staart sprakeloos naar de robot, maar de bronzen robot is nog niet uitverteld. ‘Maar wat als ik het mis heb? Ach, het is mijn zorg niet meer. Beste persoon die dit ooit te horen krijgt, als iemand dit überhaupt ooit hoort, gefeliciteerd. Je bent zo dichtbij mijn stad gekomen, er rest je nu nog één enkel ding.’ De handen van de robot, die tot vuisten gebald waren, gaan knarsend open. In beide handen ligt een sleutel, twee totaal verschillende dingen. ‘De rechtersleutel is de sleutel om de bronzen poorten te openen. Eén sleutel om ketenen van de stad te verbreken, maar de andere sleutel is om mijn levenswerk te voltooien. De linkersleutel is de enige manier om de robot te activeren en te laten werken zoals hij bedoeld is. De keuze is aan jou, mijn beste.’

Reacties (3)

  • DeNaamIsGideon

    kijk, ik heb een heel levendige fantasie, en ik lig hier in het complete donker.
    Jumpscsres zijn niet waar ik op zit te wachten.

    3 jaar geleden
  • Virtues

    Maar ik wilde een zilveren stad :c

    3 jaar geleden
  • Samanthablaze

    *hairflip*

    Ik hou van het open einde, maar dat wist je alxD
    Dit is zo ontzettend geweldig(yeah)
    en dan nu weer aan DTFY, meid!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen