Mackenzie's POV:
'U kunt uitstappen', opperde de chauffeur na een tijdje rijden. Hij opende het portier en liet mij en Eugéne naar buiten. Ik snelde het paleis binnen om naar mijn kamer te gaan. Ik wilde weten waar Thomas van mijn ouders zou moeten slapen, al had ik al wel vermoedens. Aan de linkervleugel van mijn slaapkamer was een oud kamertje dat meestal werd gebruikt door een dienstmeisje.

Eenmaal boven werden deze vermoedens bevestigd. Het stoffige kleine kamertje werd door een paar bedienden leeg gemaakt. Het was net groot genoeg voor een bed en een lafet met een spiegel. Steeds meer werd ik me er van bewust dat alles na vandaag anders zou worden. Ik was in elk geval niet meer continu alleen, al gunde ik de aantrekkelijke en aardige Thomas eigenlijk helemaal geen leven als slaaf. Ik verplaatste me naar het raam en staarde naar de paleistuin. Het was een bizarre wereld. Niemand verdiende het om slaaf van een ander te zijn en toch gebeurde het veelvoudig. Laagstanders waren van binnen niet anders dan wij. Het enige dat Thomas anders maakte waren zijn oude kleren, zijn door het werken zongebruinde huid en zijn buitengewoon donkere oogkleur. Zijn zusje leek zelfs totaal niet op een laagstander, met haar heldere blauwe ogen. Kenmerkend voor laagstanders waren de bruine ogen, gezien het ongepast en wellicht zelfs strafbaar was voor een laagstander om zich voort te planten met iemand van adel. Adel hadden vaak groene of blauwe ogen, dit was dan ook het schoonheidsideaal. Bovendien is het gen bruine ogen dominant waardoor de meeste armen dus bruine ogen hebben en dit gen ook weer doorgeven.
'Prinses Mackenzie, uw nieuwe slaafje is er', mompelde een vrouwelijke stem.
'Binnen', opperde ik, licht enthousiast. Ik was blij en opgelucht Thomas weer te zien.
'Veel plezier - en gedraag je een beetje', grinnikte de vrouw, die ik meteen herkende als Claire, de dokter die Thomas' rug zou verzorgen nadat hij mij naar de auto had gebracht.
Ze smeet de deur met een knal dicht. Thomas keek verwonderd om zich heen.
'Hey', fluisterde ik. 'Het is nooit mijn bedoeling geweest.'
'Weet ik, ik ben blij dat je het hebt gedaan', mompelde Thomas. 'Barcotelli slaat pittig hard.'
'Je had niet eens geslagen mogen worden', opperde ik zuchtend.
'Dat hoort jou niet uit te maken', stelde hij.
'En toch boeit het me', prevelde ik zacht. 'Je bent een vriend, weet je nog?'
Een gebroken glimlach speelde om zijn lippen. En zijn wangen vormden lichte kuiltjes.
'Ik heb niet veel vrienden, dus ben ik zuinig op de vrienden die ik heb', verduidelijkte ik. 'Ik sla ze liever niet met zwepen.'
'De wonden genezen wel weer en de pijn gaat wel weg', concludeerde Thomas. 'Erger vind ik het dat mijn zusje heeft moeten toekijken.'
'Ze is jong, niet?, vroeg ik aarzelend, terugdenkend aan het mooie meisje met heldere blauwe ogen.
'Ze is twaalf', antwoordde hij. 'Het was moeilijk afscheid van haar te nemen.'
'Ik begrijp het denk ik wel. Ik heb zelf geen broertjes of zusjes, dat is best een eenzaam bestaan', mompelde ik
vluchtig. Dat was eigenlijk ook wel zo. Ik was tot nu eigenlijk altijd alleen geweest. Misschien dat Thomas daar verandering in zou brengen.
'Ik heb je spullen in mijn nachtkastje bewaard, als je wilt mag je ze pakken. Jouw kamer is daar', opperde ik, terwijl ik mijn vinger in de richting van de houten deur priemde.


Reacties (1)

  • FollowYourDream

    Hmm, misschien is Thomas vader wel van adel (:

    Ik vind dit verhaal echt geweldig!

    Xxx

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen