Foto bij H.95.

Geschreven vanuit Carissimi

Geschreven vanuit Carissimi

Wanneer dat ik wakker word zie ik wazig en dansen er vlekken voor mijn ogen.
Maar de waas is groen.
Het is niet de dorre kleur van het dode gras in het Bagroda-Rijk, of de geroeste, grijze strepen van de tralies.
Het is groen, het ruikt naar bos en thuis en het is er niet verschrikkelijk koud.
Ik knipper met mijn ogen - en nog eens - om mijn blik scherp te krijgen.
Ik kijk om mij heen en aan alles merk ik meteen dat ik in het bos ben wat aan het Bagroda-Rijk grenst.
Dan herinner ik mij Jake weer.
En Tara... o Tara!
Tranen springen in mijn ogen, maar ik veeg ze weg.
Maar waar is Jake?
Ik zie hem nergens.
Correctie: ik zie niemand.
Maar ik hoor wel iets.
Voetstappen, haastig, ze komen dichterbij.
En dan staat er een meisje achter mij.
Ze is ongeveer van mijn leeftijd.
Ze is dun, niet al te sterk en heeft vreemde punt-oren.
Op haar bovenarm heeft ze een paarse tatoeage van een draak.
Als ik niet zo afgezwakt zou zijn, zou ik haar makkelijk kunnen hebben.
Maar het probleem is dat ik wél zo afgezwakt ben.
Ik probeer overeind te komen, maar elke spier in mijn lijf spreekt tegen en ik kan het mij gewoon niet opbrengen om weg te vluchten.
Een vreemde kracht houdt mij tegen.
'Rustig, rustig. Ik doe je geen kwaad.' zegt ze en steekt haar open handpalmen vooruit.
'Wie ben jij?!' roep ik.
'Ik ben Camatakara.' zegt ze.
Als ik mij ook maar iets meer op mijn gemak had gevoeld, had ik met mijn ogen gerold.
Ik ben meer geïnterreseerd welke rol ze in mijn leven denkt te spelen, dan haar hele vreemde naam.
'Wat wilde van me?' vraag ik, elke spier in mij lijf is gereed voor een mogelijke strijd die ik waarschijnlijk niet zal winnen.
'Ik heb Jake geholpen jou te vinden.'
Ik laat een opgeluchte zucht over mijn lippen lopen.
'Waar is hij nu?' vraag ik, nu ik mij meer op mijn gemak voel.
'Ergens anders.' antwoord ze vraag.
Een onbehaaglijk gevoel bekruipt mij.
'Wanneer zie ik hem weer?' vraag ik voorzichtig.
'Nooit meer.' antwoord ze met een sluwe grijns op haar gezicht.
Ik probeer weer overeind te komen, maar opnieuw lukt het niet.
En dan zie ik waarom niet.
Ze heeft mij vastgebonden.
'Wat gebeurt er?!' gil ik.
Ze loopt met een gemene glimlach op haar gezicht naar mij toe.
'Jake denkt dat je net dood bent gegaan. En nu is hij van mij. Hij heeft verdriet en ik sta met open armen voor hem klaar.' zegt ze.
'Maar ik ben niet dood!' gil ik in paniek.
Camatakara haalt haar schouders op.
'Misschien heb ik de waarheid een beetje verdraait. Maar ik zat er maar een paar uurtjes naast.' zegt ze nonchalant.
Ik kijk om mij heen en zie dat er in het grootste stuk om mij heen een laagje droog stro ligt die de grond bedekt.
Hoe kan ik zo onopmerkzaam zijn?!
Camatakara ziet dat ik het gezien heb.
'Ja, hé. Heel brandbaar.' grinnikt ze.
Mijn ogen worden groot zodra ik snap wat ze van plan is.
Ze is gestoord.
Ze is helemaal gestoord.
Ik ben niet zo ver gekomen om nu levend verbrand te worden door die psychopaat!
Ze houdt haar hand boven het stro en de palm van haar hand gloeit rood op.
Dan vliegt er een vlam op die het stro aansteekt.
En dan - binnen een seconde - is haar hand weer normaal.
Wat ís zij voor iets?!
'Vaarwel, Carissimi.' zegt ze en ze loopt weg.
En mij wordt het letterlijk steeds heter onder de voeten.

Reacties (2)

  • Duendes

    Ik zei toch dat ze niet te vertrouwen is!! POTVERDORIE VLUCHT!

    3 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    *wanneer ik wakker word
    En volgensmij brandt stro niet lang genoeg om een mens te verbranden.
    Maar stel dat dat het toch doet, R.I.P Carissimi.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen