Foto bij 086 - Reece Martin.

      Baby? Baby. Ik ben nooit goed met kinderen geweest. Laat staan een hele familie, die mij waarschijnlijk niet meer kan uitstaan, die in spanning wachten op de geboorte van een baby. Jamie heeft echter mijn deur al open getrokken, en weinig keus heb ik eigenlijk niet meer. Holding hands? Opeens klinkt het allemaal niet meer zo eng om haar hele gezien te moeten trotseren.
Ik stap uit de auto en gebaar Jamie dat ze mij de sleutels moet overhandigen. “Fine.” Zeg ik bars wanneer ze de sleutels weer in mijn handen duwt.
“Fine,” moppert ze. Het zweet staat haar op het voorhoofd. Eerder gezegd angstzweet. Snel trekt ze haar telefoon uit haar broekzak, en checkt ze de laatste update van haar broer. Ze begint al te lopen en is al halverwege de parkeerplaats voordat ze doorheeft dat haar niet volg. “Well? Come on!” Bazig, zo ken ik Jamie weer.
Ik pak mijn spullen uit de auto en sluit hem af. Ik voel haar op de hielen. Terwijl ik haar constant de woorden “Wing D, waiting room 8.37” tegen zichzelf hoor mompelen. Haar haren dansen achter haar lichaam aan terwijl ze zich door het ziekenhuis heen haast.
Iedere keer als we een bocht nemen, wordt ik herinnert aan alles wat zich hier afgespeeld heeft. Ik krijg er de kriebels van, en ergens voel ik me misselijk worden. Ik ben al bijna tien keer ondertussen tegen iemand opgelopen terwijl Jamie die persoon nog net kon ontwijken. Ik snap de haast, maar zo’n goede conditie heb ik nou ook weer niet.
Na nog een lift te hebben genomen naar de zoveelste verdieping, schuiven de deuren open en worden we begroet met bekende stemmen die allemaal “Jamie!” roepen. Zodra ze de lift uit is vliegen mensen om haar heen om haar te knuffelen. Ik daarentegen, stap vrij rustig uit de lift. Ik probeer me zo klein mogelijk te maken, misschien word ik niet opgemerkt en weet enkel Jamie dat ik er ben.
Mijn autosleutels branden in mijn broekzak, alsof ze me vertellen dat ik mezelf moet besparen voor de schaamte die gaat komen. Misschien is het wel niet zo erg. Na de koffie afspraak die heel erg anders was uitgelopen dan ik had gehoopt, heeft Jamie waarschijnlijk gelukkig een uitweg gevonden om mij ook maar heel veel meer aandacht te hoeven geven.
“How long do you think they’re in for?”
“Few more hours probably.” Nu wordt ze omarmd door Austin, die haar stevig tegen zich aandrukt en vervolgens kort wat in haar oor fluistert. Haar ogen schieten naar mij, waarna ze loslaat en haar vader een schouderklopje geeft.
“No cesarean after all?” vraagt Jamie.
“No, she seemed to have changed her mind yesterday, but a home birth wasn’t in it either.”
“Come sit down,” zegt Gillian. “I’ll grab you some coffee, black with two sugars right?” Jamie knikt. Zodra Gillian weer opkijkt ziet ze mij. Verdomme, toch herkend. “Reece, dear, what’re you doing here?” De vrouw praat met zo’n snelheid dat ik het bijna niet meer kan volgen, allemaal door de spanning. Het laat mijn oren zelfs al suizen.
“Jamie needed a lift, so I gave her one.” Vanuit mijn ooghoek zie ik dat Austin mij in de gaten houdt. Begrijpelijk, zijn tweelingzus en ik zijn niet op de beste manier uit elkaar gegaan. Mijn schuld.
“How sweet of you! Now sit down, yes you too, I’ll get two coffees. Ik neem plaats naast Jamie, zoals me opgedragen is. Aan de andere kant naast haar zit Austin en tegenover mij zit haar vader. Ze blijven maar met elkaar praten, in hun eigen taaltje lijkt het wel die binnen de familie door de jaren heen is ontstaan. Ik lijk erbij weg te dromen, het voel bijna als vanouds, alleen heeft de familie minder vertrouwen in me. Niet dat ik hier hoor, ik hoor hier niet.
      Ik kijk pas weer op wanneer mij koffie wordt overhandigd, de zoveelste van vandaag. Misschien moet ik binnenkort stoppen voordat ik een cafeïne overschot krijg en mijn hart ermee ophoudt. Gillian is weer naast haar man gaan zitten, die zachtjes naar elkaar fluisteren. Austin zit op zijn telefoon te kijken, maar ik weet dat iedere beweging van me in zich opneemt.
Even zegt Jamie iets tegen hem, snauwend bijna. Voordat ze haar vrij hand op de mijne legt. Man, wat heeft ze een sterke grip.
Uren verstrijken op deze manier. Soms begint de conversatie weer over het geslacht van het aankomende kindje, en mogelijk ook de naam. Af en toe komt er een zuster langs om ons op de hoogte te houden dat het toch echt nog wel even kan duren, en dat we beter naar huis kunnen gaan. Het loopt al tegen acht uur, en alles wat iedereen gegeten heeft is wat kleine snacks uit de machine om de hoek – die echt waar uit het niets is omgevallen. Af en toe wordt er een tijdschrift opgepakt om te lezen en weer weggelegd.
Aan het einde van de avond is mijn hele fijn geknepen. Toch, wanneer er weer een zuster aankomt, de bekende die ons op de hoogte houdt, schijnt dat Jamie nóg harder kan knijpen. Ik kerm het bijna uit van de pijn.
Niet ver achter de zuster echter, loopt Cody. Met de grootste grijns op zijn gezicht die ik ooit gezien heb, maar ook de grootste wallen en de roodste handen die ik ooit gezien heb in mijn leven. Hij slaat zijn armen wijd zodat hij bijna een voorbijganger in het gezicht slaat. “It’s a boy!” jubelt de man, vader van twee nu. “You can come see him now, just for a little. Karen is very tired.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen