Foto bij Het lot

Het was inmiddels drie dagen geleden dat ik Amon voor het laatst had gezien. Ik wist niet precies waarom, niemand van ons wist het- tenzij Meliha, maar die was te professioneel om er teveel over los te laten. Waarschijnlijk had het te maken met politiek, en dat interesseerde ons geen van allen genoeg. Ik was in ieder geval niet rouwig om het feit dat ik hem niet te zien kreeg: we hadden lol met z'n allen omdat de sfeer ontspannen was. Er werd natuurlijk flink gewerkt aan het dansen, maar daarnaast hadden we veel tijd om in de tuin te hangen en andere dingen te doen, zoals weven of kijken naar de exotische dieren.
Ik was juist aan het wandelen door de paleistuin, samen met Arzu, toen ik iets verrassends meemaakte- en dat was heel wat, want er gebeurde niet veel verrassends in ons dagelijks leven. We hadden het over de verschillende karakters binnen ons harem, toen we plotseling een hoog gilletje hoorden: het overduidelijke gilletje van een kind. Ik stopte abrupt met praten en keek Arzu met grote ogen aan, die een kreet slaakte en om zich heen keek. Daar kwam het, de hoek van het paleis om gerend: een klein kindje, het moest een jaar of twee zijn. Een jongetje. Hij rende roekeloos verder met iets rinkelende in zijn handje, ik zag niet wat het was. Hij botste tegen Arzu's benen op en viel op de grond, niet hard. Toch keek hij op, staarde ons met grote, geschrokken ogen aan- twee prachtige blauwe, fonkelende ogen in een gebruind gezichtje. En hij begon spontaan te huilen. Ik aarzelde geen moment, bukte me en tilde het ventje met een zwaai van de grond.
"sst,' suste ik terwijl ik hem heen en weer wiegde. Het werkte echter averechts: hij huilde alleen harder.
"Stil, kleintje!,' smeekte ik, 'als je stil bent krijg je een dadel van me!' Onmiddellijk stopte het kind met schreeuwen, keek me wantrouwig aan. Ik keek zoekend om me heen.
"Van wie zou hij zijn?,' vroeg Arzu zich hardop af. Ze keek het jongetje aan, een vertederd glimlachje om haar lippen. 'Het is een mooi kind. Zou hij...'
'Slaaf!'
Ik keek geschrokken op. Er kwam iemand met grote vaart op ons aflopen. Het was een vrouw van middelbare leeftijd, gekleed in eenvoudige dienstkleding. Haar ogen waren echter dik opgemaakt en ze droeg een heleboel rinkelende, gouden armbanden, die door haar snelle looptempo ontzettend lawaaiierig waren.
Toen de vrouw voor me stond, trok ze het kind boos uit mijn armen. Verontwaardigd zette ik mijn handen in mijn zij en keek toe hoe de vrouw het kind heen en weer wiegde en onderzocht, alsof ze het zojuist gered had van een draak. Arzu keek me verward en vragend aan. Ik wist niet wie deze vrouw was, maar ik vond niet dat ze het recht had om ons te behandelen zoals ze deed- voor ik wist wie ze was.
'Sorry, mevrouw, het kind botste tegen ons op en..'
'Het is voor slaven niet geoorloofd in de buurt van het kind van mijn meesteres te komen, begrepen?', zei ze bits voordat ze zich omdraaide en er vandoor beende. Ik zag hoe er bij Arzu een lampje begon te branden, en hoorde hoe het kindje protesteerde en "dadel" schreeuwde, terwijl hij me teleurgesteld en verraden aankeek over de schouder van zijn tiran.
'Ik weet wie het was,' zei Arzu dringend zodra de vrouw buiten gehoorafstand was. Ze keek me aan, ernstig. Op de één of andere manier kreeg ik een angstig voorgevoel.
"Die vrouw was de vroedvrouw van het kind,en het kind is van Gül, de achternicht van de sultan. Het is de zoon van Amon.'
Het duurde even voor tot me doordrong wat Arzu zojuist gezegd had, en ik viel bijna om van verbazing. Ik kon niets anders doen dan haar met open mond aanstaren. Arzu moest een beetje grinniken om mijn gezicht, maar werd meteen weer serieus. Ze pakte mijn beiden schouders beet.
'Ik zal het je uitleggen, maar het is héél belangrijk dat je je mond erover houdt. Ik weet toevallig meer dan de anderen, omdat ik daar bij puur toeval achter ben gekomen. Maar de andere meisjes in het harem weten niet veel.' Ik knikte stom. We liepen samen naar de grote fontein onder de roze bloesemboom en ging op de rand zitten. Arzu roerde peinzend met haar vinger in het heldere water terwijl ze begon te praten.
'Gül is dus een familielied van de sultan, een dochter van een belangrijke vrouw uit het harem van sultans achterneef. Ze is ouder dan Amon, en ze is beeldschoon. Op een dag kwam ze voor een tijd bij ons aan het hof wonen, omdat haar ouders haar niet konden uitstaan: ze verleidde iedere man die ze tegenkwam.' Arzu keek even om zich heen om zich ervan te verzekeren dat niemand ons kon afluisteren, maar de enige die ons zouden kunnen horen, waren de vogels in de bomen. Ze ging verder: 'Ze werd verliefd op Amon, en hoewel Amon er in het begin onverschillig over was, verleidde ze hem met gemak. Ze werd tenslotte zwanger van Amon, en omdat ze zijn erfgenaam ter wereld heeft gebracht, neemt ze een belangrijke positie in en wordt ze met veel respect en eerbied behandeld. Haar zoon zou immers zomaar de enige opvolger van zijn vader kunnen zijn.'
'Dus.. dat jongetje was het kind van Gül.. dat betekent dat Gül hier ook moet zijn,' redeneerde ik. Arzu knikte.
'Dat moet wel. Ze zou haar dierbare zoontje nooit ergens heen laten gaan zonder haar.'
Het was even stil terwijl ik voor me uit staarde en nadacht over wat me zojuist verteld was. Amon had een zoon... en ik wist daar niets van! Wat naïef om te denken dat hij in zijn verleden niet zo "wild" was geweest. Mijn nieuwsgierigheid naar deze Gül was enorm aangewakkerd. Wat voor iemand zou het zijn? En wat voelde ik erbij, was ik jaloers? Ik wist het niet goed, ik was nog te verbaasd om te begrijpen wat ik voelde. Arzu keek me nieuwsgierig aan.
'Wat vind je ervan?,' wilde ze met grote ogen weten. Ik lachte om haar blik, haalde mijn schouders op.
'Ik ben nog een beetje in de war,' bekende ik. 'Denk je dat we haar te zien krijgen?'
Arzu zuchtte.
'Ik vrees van wel.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen