Foto bij Net als vroeger

Als jullie nog vragen hebben of geïnteresseerd zijn in eventuele spoilers, (ik zou niet weten waarom je dat zou willen) kan je altijd reageren of me een privé-bericht sturen. Vergeet niet een kudo te geven als je daar de tijd voor hebt en te reageren als je daar de tijd voor hebt. Veel leesplezier!

Dit is een van de langste hoofdstukken die ik ooit gemaakt heb XD

Waarom had Suzy's kus me zo'n raar gevoel gegeven? Het was een beetje te vergelijken met die keer dat Matsuda me op mijn wang gekust had in de heetwaterbron. Maar toch was dit anders, minder beschamend omdat ik niet verlief op Suzy was, maar op de een of de andere manier ook fijner. Ik voelde me erg in de war maar tegelijkertijd ook warm en gelukkig. De meest logische verklaring leek me dat ik de laatste tijd zo geobsedeerd was door Matsuda, en dan opeens een kus te krijgen... En ik denk dat dit zo fijn gevoeld had omdat het vriendschappelijk en grappig bedoeld was.
'Hai, ben er weer.' Zei ik tegen Suzy. 'Hoi, we gaan over tien minuten sluiten, wil jij die tafel daar even de rekening geven?' 'Komt voor elkaar.' Zei ik.
Toen ik thuis was riep ik niet maar waste me stilletjes om daarna zo stil mogelijk in bed te gaan liggen. Matsuda sliep al en van Jared was ik niet zeker. Ik had restjes soep en groenten in de pan gevonden, ondanks dat ik jet zeker wist of Matsuda Jared een schop onder zijn kont had gegeven, hij had gekookt! Ik glimlachte om Jared gedrag. Ook hem vond ik heel aardig maar kon soms behoorlijk irritant zijn.
Toen ik die ochtend ontbijt aan het maken was hoorde ik iemand op de trap, maar het klink vreemd. Niet als het gestamp van Jared, niet als de snelle voetstappen van Matsuda. Heel even keek ik met angst naar de deur. Maar daarna lachte ik, het was Obi! Ik aaide de hond en gaf hem een stukje spek. Daarna kwam Matsuda ook naar beneden en als laatste kwam Jared. Hij had een brief in zijn hand. 'Hee jongens, er landde net een duif op mijn vensterbank. Volgens mij heb ik een brief van pa en ma gekregen.' Matsuda keek hem verwachtingsvol aan. 'Maak open dan!' Jared scheurde de envelop van de brief af en vouwde het perkament open.

Beste Jared, Matsuda en Erza,
Wij zijn weer onderweg naar Vaizel. Het is ons gelukt om Nadine's ouders vrij te spreken. Met dank aan jullie vaders status, anders was het ons misschien niet gelukt. Wij verwachten in één of twee dagen weer terug te zijn. Ik hoop dat het bij jullie allemaal goed gaat, maar doe vooral niet de moeite om ons terug te schrijven, want tegen de tijd de duif ons gevonden heeft zijn we hoogstwaarschijnlijk al thuis.

Groetjes,
Jullie moeder


Jared had de brief op tafel gelegd zodat we allemaal mee konden lezen. 'Ik ben echt blij dat het is gelukt.' Zuchtte Jared. 'En dat ze morgen weer thuis zijn.' Vulde Matsuda aan. 'O ja, zijn mijn kookkunsten dan zo slecht?' Vroeg ik plagend. 'Nou, ik koet toegeven dat niemand Nadine kan verslaan als het om koken gaat.' Zelfs ik gaf dat toe. En toen kreeg ik een idee. 'Jongens, ik ga vandaag naar Luna toe.' Matsuda knikte. 'Goed idee.' Hij keek even verlegen naar zijn bord. 'Mag ik mee?' Ik glimlachte scheef. 'Natuurlijk. En om eerlijk te zijn weet ik ook niet meer waar we eerst vandaan kwamen, en dus waar Luna is.' Matsuda lachte even. 'Gelukkig ben ik weer beter, dus kan ik je de weg wijzen. En oh ja, het warmte seizoen is in Vaizel aan gebroken.' Ik keek hem even vragend aan. 'In Vaizel hier is het weer héél apart. In één jaar heb je de ene helft van het jaar waarin het weer steeds afwisselend is, maar wel vaak redelijk koud. En de andere helft is het warmte seizoen, dan is het warm en bijna elke dag de zelfde temperatuur. Normaal gesproken zo rond de 22 graden. En vandaag is die dus aangebroken.' Ik knikte begrijpend. 'Oké, lekker.' 'En..-' zei Matsuda. 'Wat?' Hij schudde zijn hoofd. 'Zeg ik zo wel, ga je maar alvast aankleden, ik kom zo.' Ik knikte en liep naar boven. Waar ging dat over? Was het iets belangrijks, of wou Matsuda het gewoon voor later bewaren?
Ik had zin om Luna weer te zien, het was lang geleden en ik miste haar eigenlijk wel. Ik stond beneden op Matsuda te wachten en aaide Obi. Toen hij naar beneden kwam bedacht ik bij mezelf dat hij er nog nooit zo goed uit had gezien. Hij had een halflange broek aan en een zwart shirt. Zijn haar zat door de war en een witte pluk viel net voor zijn linkeroog. Zijn blauwe ogen schitterden en hij had een bereide grijns op zijn gezicht. Hij veegde het haar uit zijn gezicht en ik wachtte op mijn wangen om rood te worden. Maar gelukkig gebeurde dat niet. Jared zou al weer met zijn vrienden zijn, dus Matsuda besloot om Obi mee te nemen. 'Is dat wel een goed idee?' Vroeg ik twijfelend. 'Ik wil niet dat Luna hem iets aan doet, of dat hij haar bang maakt.' 'Komt wel goed. Obi is een hele trouwe en rustige hond, hij blaft ook bijna nooit.' Een beetje twijfelend knikte ik dat het goed was. Voor de zekerheid pakte Matsuda toch een leren riep die hij bevestigde aan Obi's halsband zodat hij hem toch bij zich kon houden. De zon scheen buiten al en het was lekker weer. Ik had oude sandalen van Matsuda's moeder aan en Matsuda vertelde dat die van hem ook een afdankertje van Jared waren. 'Wij besteden ons geld meer aan reizen en boeken enzo, veel van mijn kleding zijn afdankertjes van Jared en volgens mij heb ik zelf een shirt die door Jared én mijn vader gedragen is. Alleen in hun broeken pas ik niet meer, ik ben nu langer dan hen beide, dus die kopen we wel gewoon. En als we iets moois zien.' Ik knikte. 'Ik kreeg vroeger ook heel veel kleren van mijn zus.' 'Matsudaaaa!!!' Hoorde ik opeens achter me. Ik draaide me om, en raad eens wie ik zag: Anne. Waarom moest zij nou altijd en overal verschijnen!? Anne rende op ons af en sloeg een arm om Matsuda. 'Wat ga je doen?' Vroeg ze. 'Ook hallo.' Lachte Matsuda. Ik knikte alleen naar Anne, en zij leek me niet eens te zien. 'We gaan buiten de stad voor een middagje, Erza's totemdier bezoeken.' Even keek ze stomverbaasd. 'Totemdier? Wat dan?' Ze lachte even. 'Een strontvlieg zeker!' Matsuda keek haar geërgerd aan. 'Een draak als je het wilt weten.' Ze leek me niet eens te horen. 'Gefeliciteerd trouwens, Erza. Je bent eindelijk uit de kast gekomen, jullie zijn leuk samen hoor, jij en Suzy.' Ik keek haar vernietigend aan en even wou ik echt mijn hand omhoog brengen om haar te slaan. Het was ook dom van haar, om zo gemeen tegen me te doen in het bijzijn van Matsuda. Daardoor ging hij haar echt niet leuker vinden hoor. 'Anne, doe nou eens even aardig tegen haar.' Zei Matsuda, en hij wou haar arm van zich af halen. 'Sorry, ik bedoelde het niet zo! Ik dacht echt dat jullie iets hadden.' Zei ze meteen, en trok Matsuda nog iets steviger tegen zich aan. Maar hij zakte door zijn knieën zodat haar arm los kwam, en trok het van zich af. Daarna klopte hij haar op haar hoofd. 'Sorry, we meoten nu gaan. Je mag me wel een andere keer wurgen.' Anne lachte, iets te hard om geloofwaardig te lijken, en vertrok weer. Obi blafte een keer om te laten horen dat hij weer verder wou lopen. 'Waar ging dat over?' Vroeg Matsuda aan mij. 'Dat tussen jou en Suzy.' Ik grinnikte even. 'Het was niks. Ik moest even Suzy's vriendin spelen om haar van een enge man te bevrijden.' Hij lachte ook. 'Dat doen echte vrienden, lesbisch spelen om elkaar te helpen.' Toen de rand van de stad in zicht wad schraapte ik mijn keel. 'Eeeh,' vroeg ik voorzichtig. Matsuda keek me aan. 'Wat wou je vanochtend tegen me zeggen?' Ik was gewoon zo nieuwsgierig. 'Oh dat.' Lachte hij. Hij boog zich een beetje naar me toe en fluisterde. 'Brendon en Feline hebben.' Ik keek hem vol ongeloof aan. 'Echt?' Hij knikte grijnzend. 'Echt, Sunny kwam het gisteren vertellen toen jij aan het werk was.' Ik voelde me blij. Ze waren echt een leuk stel samen en ik hoopte dat dat ook zo zou blijven. 'Wel raar,' zei ik. 'Een relatie met het zusje van je vriend.' Matsuda knikte. 'Ja, dat bedacht ik me ook al.' Ik aarzelde even. 'Waarom wou je met dat niet vanochtend vertellen?' Matsuda grijnsde opnieuw. 'Omdat dat Jared geen ene reet aan gaat.' Ik lachte.

'Lunaaaa!!' We hadden een half uur door het bos gelopen voor ik haar kon vinden. Luna leek ook blij en liet zich omhelzen. Ik heb je gemist, het leek wel alsof je nooit meer zou komen. seinde ze. nou, hier ben ik dan, en ik jou ook. Matsuda hiel Obi wat strakker aan de lijn, en Obi keek een beetje wantrouwend naar het rare, witte, geschubde wezen. 'Dit is Obi, hij is oké.' Zei ik hardop tegen haar. Het voelde veilig en vetrouwd om weer bij Luna te zijn. Ik voelde mijn dolk weer vertrouwd om mijn middel. Het voelde alsof ik weer in de tijd dat Matsuda en ik samen reisden was beland, en ik voelde een steek van heimwee. Het was ondanks alles een goede tijd geweest. 'Waar is Laura?' Vroeg ik. Jagen, ze komt morgen pas weer terug. 'wat zegt ze?' Vroeg Matsuda. 'Ze is aan het jagen.' 'Weet je?' Vroeg Matsuda. 'Nou?' 'Ik was echt bang dat er iets met Luna aan de hand zou zijn, misschien zelfs wel da ze vermoord was.' Mompelde hij. 'Dan zou je het wel weten. Weet je dan niet meer wat Pica gezegd had? Als Luna dood gaat ga ik ook dood, en andersom.' Even leek hij te schrikken, maar toen zei hij dat hij het weer herinnerde. De rest van de middag bestedden we aan praten, lachen, en door het bos lopen. Het voelde weer net als eerst, en opnieuw voelde ik heimwee. Maar meteen toen ik gekraak achter me hoorde wist ik weer wat een hel het soms was. Ik draaide me om en mijn rechterhand schoot naar mijn dolk. Matsuda deed het zelfde en ging meteen beschermend voor me staan. Het was een ridder van Oslo. Ondanks dat we ze al zo vaak tegen gekomen waren was het elke keer een schok. Matsuda knikte vriendelijk naar de man en wou weer doorlopen, maar de man hield hem tegen. 'Waar denk jij naartoe te gaan, jonegnman.' Matsuda deed alsof hij verbaasd was. 'Het wordt al donker meneer, wij willen naar huis gaan.' 'Dacht het niet. Wie zijn jullie?' Voordat ik mijn mond open kon doen zei Matsuda al: 'Ik ben Matsuda Ross, de tweede zoon van de burgermeester van Vaizel.' Mijn hart sprong op en ik besefte nu pas dat ik Matsuda's achternaam nog nooit gehoord had. Raar dat ik er nog nooit eerder aan gedacht had om het hem te vragen. In het Feeënrijk had niemand achternamen, alleen familiewapens. Soms was dat best onhandig. 'En wie is dat?' Vroeg de man, en hij knikte naar mij. Ik kromp in elkaar. Matsuda zette een paar passen naar achteren en pakte mijn hand. Ik keek naar hem en hij keek moedig en vastberaden. Toch zag ik een lichte blos op zijn wangen. 'Mijn nicht, Veronica Ross.' Had hij echt een nicht of verzon hij het maar? Ik hoopte dat hij echt een nicht had die zo heette, want anders zou het nog link worden. 'En waarom zou ik jou moeten geloven?' Vroeg de ridder. Matsuda haalde koel zijn schouders op. 'Ik heb je toch de waarheid over mezelf verteld, waarom zou ik dan over haar liegen?' De man knikte maar zei toen: 'Ik wil toch even dat jullie met me mee komen.' Matsuda's hand kneep nu pijnlijk in die van mij. 'Ik vertel de waarheid, meneer.' De man zette een stap naar voren. 'Dat weet ik, maar twee toenerlichamen kunnen nog goed van pas komen.' De man was nog niet uitgepraat, of Matsuda spring op hem af. Door de onverwachte aanval kon de man niet op tijd zijn zwaard pakken en viel achterover. Matsuda had zijn dolk al in zijn hand en drukte due tegen de keel van de man. En net toen hij het op wou heffen om de man te doden gilde ik: 'Matsuda, afspraak!' Hij mocht de man niet doden, dat hadden we afgesproken. Ik zag zijn schouders naar beneden gaan. 'Shit.' Mompelde hij. 'Wat nu?' Maar meteen maakte de man daar gebruik van en sprong overeind. Hij duwde Matsuda van zich af met een enorme kracht, maar voordat hij ook maar iets kon doen was ik op hem af gesprongen. Opnieuw verrrast viel hij op de grond. Ik ging op zijn polsen staan en klemde mijn handen om zijn keel. 'Snel, Matsuda! Ik heb een velammend drankje in mijn schoudertas zitten! Ik heb mijn handen vol!' In één seconde stond hij al bij me en opende mijn schoudertasje. Hij pakte een flesje met een paarse vloeistof. 'Wat nu?' Vroeg hij in paniek. 'In zijn mond!' De man spartelde heftig tegen en wist zijn linker pols onder mijn rechtervoet vandaan te halen. Mijn enkel klapte dubbel en ik voelde een stelende pijn er doorheen gaan. Automatisch knakte mijn knie door en ik viel op mijn knieën. Maar daardoor zat ik nu op de ridder zijn armen. Net zo goed. Ik voelde het lichaam onder me verslappen en ik stapte van hem af. Uitgeput en door de pijn in mijn enkel viel ik neer. Matsuda ging bezorgd naast me zitten. 'Gaat het een beetje? Oh het spijt me zo, ik was de hele afspraak vergeten en ik handelde veel te snel. Ik was gewoon ban dat er iets ging gebeuren en ik vergat alles. Gaat het met je enkel?' Ratelde hij. Ik was niet boos op hem, totaal niet. 'Ik ben niet boos. Als je niks had gedaan waren we misschien nu meegenomen.' Ik probeerde op te staan, maar gromde en kneep mijn ogen dicht. Voordat ik weer de grond raakte voelde ik Matsuda's sterke armen mijn armen beetgrijpen. Hij rilde me weer op en sloeg een arm om me heen. 'Zo beter?' Ik knikte. Toen besefte ik opeens iets. 'Waar is Luna?!' 'Volgens mij is ze gevlucht.' ik kom naar je toe. Maar ik was bang voor die man. Ik glimlachte. 'Ze komt er aan.' Na een minuut landde ze voor Matsuda's voeten. Obi vonden we ergens achter een boom en Matsuda stelde voor om maar gauw naar huis te gaan. 'Heb jij echt een night die Veronica heet?' Vroeg ik geïtereseerd. Ik was al bijgekomen van het gevecht, na alles wat ik al had meegemaakt was dit gemakkelijk te vergeten en viel het wel mee. Alleen mijn enkel deed zo'n pijn. 'Ja, en ze lijkt een klein beetje op jou, dus ik dacht dat ik best kon vertellen dat jij haar was.' Ik glimlachte. 'Ik wist jou achternaam niet eens.' Matsuda keek me verbaasd aan. 'Heb ik je dat nooit verteld?' Ik schudde mijn hoofd. 'Wat is jou achternaam dan?' Vroeg Matsuda. 'Heb ik niet. En je weet mijn familiewapen al.' 'Niet?' Ik schudde mijn hoofd. We liepen in stilte, en pas toen Vaizel in zicht was zei hij weer iets. 'We willen als pa en ma weer thuis zijn gaan kamperen. Ik en mijn vrienden bedoel ik.' Hij glimlachte. 'Ik hoef zeker niet te vragen of jij mee wilt? Pa heeft een tent voor drie personen.' Mijn ogen begonnen te schitteren. 'Jaaa! Dat lijkt me echt gezellig!' Kamperen met Matsuda en zijn vrienden, dat zou echt geweldig zijn! Van opwinding keek ik niet uit waar ik liep en struikelde bijna. Gelukkig had Matsuda me nog steeds vast. 'Au, komt Suzy ook?' Matsuda knikte. 'Gaat het?' 'Ja. Wanneer gaan we? En voor hoe lang? En met wie allemaal?' Matsuda lachte om mijn enthousiastme. 'We gaan de dag na dat pa, ma en Nadine weer terug komen. We zijn drie dagen weg, de dag dat we er naar toe gaan, een dag dat we er zijn, en de dag dat we weer weg gaan. En iedereen komt: jij, ik, Suzy, Sunny, Zen, Feline, Wes, hij is trouwens ook weer zo goed als beter, Brendon, James en Marcus. We gaan gewoon ergens op een weilandje dicht bij Vaizel. Er is ook een meer vlak bij, dus we kunnen zwemmen.' 'Gaaaaf.' We waren weer in Vaizel aangekomen. En eenmaal in het dorp aangekomen kwamen we, ja hoor, Anne weer tegen. Ik zweer het, die meid daagde echt overal op! 'Matsudaaa!' Ze zwaaide vrolijk naar hem. Hij kon niet terug zwaaien omdat hij zijn ene arm om mij heen had, en met de andere Obi aan de lijn hield, dus knikte hij. 'Hoi.' Anne zag meteen dan ik mijn voet bezeerd had en er ging eeen glinstering door haar ogen. 'Was de draak toch te gevaarlijk?' 'Nee Anne, we kwamen een ridder van Oslo tegen. Erza heeft zowat mijn leven gered.' Ik bloosde. 'Nou goed zo, dank je wel.' Ik kon tot mijn verbazing geen sarcasme in Anne's stem horen en zei een beetje beduusd: 'Ja, geen probleem.' Ik klonk erg onnozel.
'Hoi, we zijn er weer.' Zei Matsuda vermoeid tegen Jared die aan de keukentafel een krant zat te lezen. 'Was het leuk?' 'Soort van, we hebben gevochten met een ridder van Oslo.' Eerst leek Jared even te schrikken, maar toen vroeg hij: 'En was dat leuk?' Matsuda lachte en sloeg hem op zijn rug. 'En dat is waarom ik je mag, broer.' Matsuda keek om naar mij. 'Ik vond het wel leuk.' Zei ik lachend. 'Oh ja, ik heb nog een brief van pa en ma gekregen, ze zijn morgenochtend thuis. Dus je kan tegen je vrienden gaan zeggen dat jullie overmorgen kunnen kamperen.' 'Mooi zo.' Zei Matsuda. Hij tilde me op de tafel en Jared verbond mijn voet. Het verbaasde me dat Jared zo goed was in deze medische dingen. 'Ik gebruik nu een blad van de Ovricatus.' Vertelde hij toen hij een groot, paars blad op mijn voet legde voordat hij er verband omheen wikkelde. 'Dat versnelt het genezings-proces, morgen kan je weer normaal lopen en is de pijn als bijna weg.' 'Dat is toch die plant die alleen werkt tijdens volle maan?' Vroeg ik. 'Ja, en gelukkig is dat het nu.' Matsuda zuchtte. 'Fijn, dus ik ben de enige die geen flauw idee heeft wat voor plant dat is?' We lachten allemaal.

Reacties (1)

  • Allmilla

    Oef, ben ik blij dat het nog redelijk goed is afgelopen met Ezra en Matsuda. Waarom komt die ridder daar ook opdagen? Kon Luna hem niet doden (ook al is ze bang van hem...)? In ieder geval, leuk hoofdstuk!:)

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen