Thomas' POV:
'Hoe doe jij dat toch?', vroeg een meisje dat naast mij stond af te drogen. Ik pakte een nieuw bord en waste het nauwkeurig schoon.
'Wat?', mompelde ik. Het kwam iets chagrijniger uit dan ik bedoelde.
'Dit', opperde ze. 'Ik herinner me mijn eerste week nog, ik kon alleen maar huilen.'
Ik keek haar medelijdenvol aan. Ze droeg haar rossige haren in een losse paardenstaart. Haar donkere ogen staarden me somber aan.
'Mijn ouders hadden schulden', ging ze verder. 'Ik en mijn broertje betaalden de volle prijs.'
'Werkt je broertje hier nu ook?', vroeg ik nieuwsgierig.
Ze schudde haar hoofd.
'Mijn broertje heeft geweigerd. Hij is gearresteerd en gevangen genomen', verklaarde ze.
'Hoe heet je broertje?', vroeg ik. Haar verhaal had me aan iemand doen denken. 'Ik heb zelf ook in de gevangenis gezeten.'
'Bruce Weltington', antwoordde ze hoopvol.
'Tenger, sproeten?', prevelde ik. Het meisje knikte opgewonden.
'Ken je hem?', mompelde ze. 'Ik ben trouwens Kira.'
'Thomas', zei ik. 'Ik denk van wel.'
'Er zat wel een Bruce die aan jouw omschrijving voldoet in de gevangenis', vervolgde ik. 'Hij was een vriend.'
Een droevige glimlach speelde om haar dunne lippen. Het meisje, dat Kira heette, had een interessant gezicht.
'Ik mis hem nog elke dag', zuchtte ze, terwijl ze het laatste bord afdroogde en in de kast legde. 'Het is knap van je dat jij dat gevoel zo snel van je af kunt zetten.'
'Het is niet dat ik hen niet mis', mompelde ik. 'Geloof me, ik mis ze verschrikkelijk, maar klagen heeft geen zin; je wint er niemand mee terug.'
'Dat is waar', fluisterde ze gelaten.
'Hoe is de prinses eigenlijk, als je alleen met haar bent?', vroeg ze onverhoeds. 'Ze ziet er aardig uit.'
Ik was blij dat ze een ander onderwerp boven tafel haalde. Nu praatte ik al niet graag over mijn familie, gezien ik wist dat ik ze na het afscheid bij de geseling waarschijnlijk nooit meer zou zien. Bij Kira zelf lag het blijkbaar ook gevoelig, al luchtte zij wel graag haar hart.
'Ze is ook erg aardig', murmelde ik. Dat was niet gelogen. Bij Mackenzie voelde ik me nauwelijks een slaaf, ze was zo vriendelijk en barmhartig.
'Wees blij dat je niet bij ons hoeft te slapen', klaagde ze. 'Het is beter dan tijdens de trainingsweek, maar alsnog worden we elke avond weer met veel geweld in onze steenharde en overvolle bedden gepropt.'
'Ik heb een eigen kamer bij Ma...de prinses haar kamer. Het is zeker geen grote kamer, maar het klinkt inderdaad veel beter dan jullie slaapplek', mompelde ik. 'Het spijt me.'
Kira haalde haar schouders op.
'Je hoeft daar je excuses niet voor aan te bieden Thomas, koester dat wat je hebt', stelde ze, terwijl ze me fel aankeek. 'Ik ga naar de anderen toe.'
Ik gaf haar een goedkeurend knikje. Ze draaide zich om en liep heupwiegend naar de deur. Het was al laat en ik besloot dat ik zelf beter ook naar boven kon gaan. Het was een lange dag geweest.

Na een kleine twintig minuten zoeken in het gigantische trappenhuis, kwam ik eindelijk bij de juiste kamer. Ik opende voorzichtig de deur. Tot mijn verbazing lag Mackenzie al diep te slapen. Haar blonde krullen lagen warrig verspreid over haar dekbed. Naast haar lag een opengeslagen boek. Haar huid was bleek en haar tengere armen lagen beiden ontspannen naast haar lichaam. Ik kon het niet laten een stapje dichterbij te doen. Bij Mackenzie moest je letterlijk zoeken naar imperfecties. Haar lichaam, maar ook haar welgevormde gezicht, waren pure kunst en alles leek van detail tot detail te kloppen.
Geschrokken deinsde ik achteruit, toen ze zich voorzichtig omdraaide. Ze opende haar heldere blauwe ogen en keek me verbaasd aan.
´Thomas toch´, murmelde ze slaperig. 'Je liet me schrikken.'
'Je bent mooi als je slaapt', wilde ik eigenlijk zeggen, al deed ik dat niet: ik vond het wel. Ze was echt prachtig.
'Het was niet mijn bedoeling je wakker te maken', opperde ik daarom maar.
Mackenzie schudde haar hoofd.
'Dat geeft niet', fluisterde ze, overeind komend. 'Lukte het werken wel met je rug?'
Ik knikte. Het was pijnlijk, maar niet onuitstaanbaar. Het werken had me juist geholpen er niet aan te denken.
'Als je hulp nodig hebt, laat het me dan weten', beval ze. 'Ik kan je verzorgen, als je dat nodig hebt.'
'Het gaat', opperde ik. 'Eigenlijk zou ik dat tegen jou moeten zeggen.'
Mackenzie glimlachte.
'Ik verwacht van je dat je voor mij hetzelfde doet als ik gewond ben', verklaarde ze. 'Maar dat is niet alleen omdat je mijn slaaf bent. Ik zie je als een vriend, Thomas.'

Reacties (1)

  • King_Boo

    ik vind dit hoofdstuk heel mooi geschreven

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen