Vandaag volgen we de avonturen van de mysterieuze Arthur ap Ithel/Glarin.

Het is frustrerend om Arthurs volledige naam te schrijven :'D
IK WORD OVER 5 DAGEN 13!:D
Holy crap ik ben twee jaar ouder dan Lorcan en Lucas, en twee jaar jonger dan Arthur.

Voeten tikken, stampen, dreunen over de stenen van het perron.
Vandaag is de dag.
Zonder aarzelen ben ik door de muur gelopen, en ik word verwelkomd door hetzelfde lawaai als aan de andere kant.
Maar dit rumoer is anders.
Magisch.
Deze wereld aan de andere kant van een muur is niet zo veel anders.
Hij is niet tegenovergesteld hij is...
Anders, maar toch hetzelfde.
Ik hoor mensen vrolijk discussiëren over de beste manier om een magische hoestdrank te maken.
Ik hoor moeders en vaders vrolijk praten met, over, of tegen hun kinderen.
Maar bovenal hoor ik de kinderen zelf.
En een beklemmend gevoel bevangt me.
Ik voel me erg misplaatst hier.
Dit is niet de eerste keer, maar nu zijn er zo veel meer dingen om me anders te voelen.
Ik voel me al veel ouder dan kinderen van mijn leeftijd, en nu ben ik daadwerkelijk drie jaar ouder.
Het grootste deel hier heeft vanaf de eerste keer dat ze hun ogen opende al magie gehoord, gevoeld en gezien.
En vooral dat laatste zal k nooit ervaren.
Ik denk zelden na over mijn onvermogen om te zien, uiteindelijk kom ik er toch niet verder mee.
Maar op sommige momenten overvalt het me gewoon, en laat het me altijd achter met een gevoel van buitengesloten worden.
Zien zit in de spreektaal.
Zie je we? Oh nee zo had ik het nog niet bekeken, ga maar door.
En ondanks negen jaar ervaring in het vermijden van gedachtes over blindheid raakt elk van die zinnen me keer op keer weer.
Een gesprek is meestal al pijnlijk, je beseft niet hoeveel verwijzingen een mens gebruikt naar een bepaald iets totdat je hetgene waarmee je daaraan zou moeten relateren niet hebt.
Dat betekend dat ik na een dag meestal 's avonds naar het woud moet om mijn ziel weer te helen van de kleine stukjes die er langzaam afgeslagen worden na een dag, zonder dat mensen het zo bedoelen.
Vrije dagen bracht ik meestal alleen in het woud door.
Ookal is alleen niet echt gepast bedenk ik me als ik een vacht voel kriebelen tegen mijn wang.
Ris is waarschijnlijk op mijn schouder komen zitten als lichtbol en toen veranderd in een kat.
Ik kriebel over de ruige vacht van zijn hoofd, als bewoners van het woud hebben wij beide het nooit nodig gevonden om Ris te borstelen, als ik diep in gedachten zit dan pluk ik wel eens takjes uit zijn vacht, maar schoner dan dat is hij nooit geweest.
Ris begint te spinnen, en er verschijnt een lach op mijn gezicht.
Ris is mijn vriend gebleven voor zolang als ik me kan herinneren, ik ben nooit echt alleen.
Uiteindelijk hoor ik dat de trein zal vertrekken, dus ik stap snel in.
Ik wandel haastig door het gangpad, bij elke coupédeur luisterend of er iemand in zit, en als dat het geval is loop ik weer door.
Uiteindelijk kom ik bij een coupé waar ik geen geluid hoor, en ik schuif de deur open, en ga met een zucht zitten.
'wel hallo daar' hoor ik een stem zeggen.
Blijkbaar zit er dus wel iemand in.
Na een korte twijfeling besluit ik om te blijven zitten, het zou erg onbeleefd zijn om nu weer weg te gaan.
'hallo' antwoord ik afwezig.
Ik steek mijn hand uit.
'ik heet Arthur, Arthur ap Glarin' zeg ik, puur beleefdheid.
Ik voel hoe een hand de mijne vastpakt, deze hand is smaller dan de mijne.
'Lorcan Scamander, aangenaam' zegt de andere persoon.
Ik denk dat ik die naam eerder heb gehoord, maar waarvan?
Ik probeer het gesprek aan de gang te houden, niet mijn sterkste punt, maar het valt te proberen.
'Eerste jaar?' vraag ik.
Ik hoor geen antwoord.
Waarschijnlijk heeft hij ja of nee geknikt.
'Sorry, ik ben blind, kan je het hardop zeggen?' vraag ik dus maar, ik had gehoopt om een gesprek te kunnen voeren zonder op het feit te wijzen dat ik blind ben, maar dat was natuurlijk ijdele hoop.
'Oh sorry, ja ik ben een eerste jaar, en jij?' vraagt hij.
'Ook eerste, er waren wat problemen met de communicatie, ze hebben er een paar jaar over gedaan om mij te vinden' zeg ik om het duidelijk te maken, het is namelijk best wel duidelijk dat ik een stuk ouder ben.
En ineens besef ik me waar ik die naam eerder gehoord heb.
'Zoon van Rolf Scamander en Loena Leeflang toch?'
Het is even stil.
Ik lach even, 'niet knikken Lorcan'
Ik vermoed dat hij nu rood wordt.
'Ehm ja' zegt hij ongemakkelijk.
En ik weet dat ik net het gesprek totaal de verkeerde kant op heb gestuurd:
'en wie zijn jouw ouders?'
Meestal zeg ik dat mijn adoptieouders mijn echte ouders zijn, maar op de een of andere manier zullen ze dat nooit echt zijn, en iets aan deze jongen geeft me het gevoel dat ik eerlijk moet zijn.
'Ik ben geadopteerd door Thomas Glarin en Anne Hunkin, ik heb mijn echte ouders nooit gekend' zeg ik eerlijk.
'Wat jammer voor je' het klinkt alsof hij nog iets wil zeggen.
'wat wilde je zeggen?' vraag ik.
Na wat getwijfel antwoord hij.
'mijn ouders zijn gescheiden' zegt hij.
'wat jammer voor je' quote ik hem onbedoeld.
Ik hoor hem schamper lachen.
'het is toch een gedoe hé, met volwassenen' zegt hij.
'Daar heb je gelijk in' beaam ik.
We blijven nog even doorpraten, en ik begin hem steeds aardiger te vinden.
Ik had gedacht dat ik moeilijk vrienden zou kunnen maken tussen kinderen die jaren jonger waren dan ik, maar Lorcan lijkt volwassener dan zelfs de meeste van mijn leeftijd.
Misschien hoef ik school toch niet vriendloos door te brengen.

Reacties (4)

  • GoCrazy

    Oh tof, ze kennen mekaar al:D

    3 jaar geleden
  • Samanthablaze

    WAAAAH Ik vind dit zo leuk YESSSSSSSSSSSS

    3 jaar geleden
  • Ristridin

    Ik vind Ris echt een heel gaaf beest! Heb je hem zelf bedacht, of geïnspireerd door Fantastic Beasts?

    3 jaar geleden
  • Histoire

    Ik ben benieuwd wat ze zullen meemaken samen!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen