Nijdig liep Sherlock het kantoor uit. Er was hem gezegd dat hij later wel zou horen wanneer zijn detentie met Lupos zou zijn. Voorlopig scheen hij nog tijd te hebben dus besloot hij een wandeling door het kasteel te maken.

'Hallo, meneer Holmes.'

Sherlock keek even om zich heen en zag Flitwick, de kleine bezweringenleraar.

'Hallo,' zei hij behoedzaam.

'Hoe is het?'

'Goed,' mompelde hij, zich herinnerend dat mensen niet een feitelijk antwoord willen op zo'n vraag.

'Mooi. Je eh...keek een beetje boos maar als het echt goed gaat...'

'Nee, het gaat best wel kut, maar ik wilde eens het antwoord geven dat mensen willen horen.'

'Oh...waarom? Het lijkt me niks voor jou om een antwoord te willen geven dat mensen willen horen, als het niet de waarheid is.'

'Ach ja... Ik dacht, dan ben ik er het snelste vanaf, kan ik weer wat nuttigs doen met mijn leven.'

Banning schoot in de lach.

'Je bent in ieder geval wel eerlijk. Ik hoorde dat je een gevecht had met juffrouw Griffel, klopt dat?'

'Ja.'

'Waarover?'

'Ik vroeg haar iets en dat vond ze niet zo leuk, geloof ik.'

'Tja, ze kan niet goed tegen domme vragen geloof ik,' antwoordde Flitwick begrijpend.

'Het was een doodnormale vraag!' grauwde Sherlock. 'Ik vroeg haar alleen waarom ze naast me zat. Die jongen had zich er niet mee moeten bemoeien!'

'Hoe heette die jongen?'

'Geen idee,' bromde Sherlock. 'Ik herken hem wel als ik hem zie.'

'Oh, shit, ik moet naar m'n lokaal,' piepte Flitwick en vertrok.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen