Ik lag in een kamer. De muren waren vaalgrijs en het lage plafond oogde dieprood. Ik wilde opstaan van de harde vloer, maar een scheut van pijn trok plotseling door mijn schouder. Ik klemde mijn kiezen op elkaar, terwijl ik me weer op de grond liet zakken.

Met een van pijn verbeten gezicht, draaide ik mijn hoofd en keek naar mijn schouder. Een donkerrode vlek drukte door mijn witte jurk en mijn hart sloeg een slag over van schrik. Langzaam bracht ik mijn hand er naartoe en schoof het tere bandje van mijn bruidsjurk aan de kant.

Ik schrok van wat ik zag. Maar hoe...?

En waarom had ik eigenlijk een bruidsjurk aan?

Terwijl ik daar piekerde, bekeek ik de kamer. Geen enkele oneffenheid was te ontdekken in de muur, op een houten deur in de hoek na. Er zat geen handvat aan om hem open te doen, dus waarschijnlijk kon dat alleen van buiten.
Gevangenis, schoot er door mijn hoofd. Maar, waarom?

Nogmaals probeerde ik rechtop te gaan zitten, deze keer wat voorzichtiger. En met resultaat. Met een wat ruimere blik keek ik nu de kamer rond.

Plotseling schrok ik hevig van een stem, die uit de donkere hoek van de kamer kwam.

'Nikore.' De stem klonk zo rustig, dat ik er bijna bang van werd. 'Nikore, kom eens hier.' De fluisterende stem sleepte me naar de duistere hoek toe. Hoe kon dit? Ik begreep er helemaal niets meer van.

Ik staarde naar de eigenaar van de stem. Of liever, naar de ogen ervan. De oplichtende, bloedrode ogen. Ze kwamen steeds dichterbij, zelfs toen het niet verder kon. Het leek wel of ze zich in mijn geest nestelden.

'Nikore,' De rillingen liepen ondertussen over mijn rug, toen de stem mijn naam voor de derde keer uitsprak. 'Nikore, vertel. Vertel je geheim.'

'Maar ik heb geen geheim!' wilde ik uitschreeuwen. Maar het enige wat er uit mijn keel kwam, was een diep en dierlijk gegrom. Wat was er met me gebeurd? Wat hadden ze met me gedaan? Ik sloeg mijn hand voor mijn mond, maar een fractie van een seconde later besefte ik dat ik dat beter niet had kunnen doen. Wanhopig staarde ik naar mijn arm, die met een zwarte vacht bedekt was.

De stem rukte me terug naar de werkelijkheid. 'Nikore, vertel je geheim. Dit is een bevel.'

'M-maar...'

'Geen gemaar.'

Plotseling viel het licht over het gezicht van de man. Ik wilde wel door de vloer zakken. Voor me, stond in levende lijve, de gloeiende versie van Friox. Zijn dieprode ogen staarden me ongeduldig aan, zo diep alsof het leek dat ze in mijn ziel konden kijken.

'Friox?' stamelde ik ongelovig.

'Noem mij maar Teineas,' grijnsde hij duivels.

'Wat moet je van me?'

'Dat weet je best.'

Ik sloeg mijn armen uitdagend over elkaar, vechtend tegen de angst. Stevig perste ik mijn lippen op elkaar.

'Komt er nog wat van?'

Ik antwoordde niets. Plotseling drukte Friox een mes tegen mijn keel.
'Vertel je geheim, en wel nu!' Het indringende gefluister van zonet, was veranderd in een bevel van vuurspuwende woorden.

'I-ik...' stotterde ik.

Friox drukte het mes harder tegen mijn keel en ik voelde hoe een warm straaltje bloed zich een weg naar beneden bevond.

'Ik heb echt geen geheim,' fluisterde ik wanhopig. Ik waagde een laatste poging om er onderuit te komen, om weg, ver weg te gaan van de vuurversie Friox en nooit meer terug te komen.

Maar Teineas duwde door. Ik gilde terwijl het mes door het zachte vlees in mijn keel gleed. Ik hoestte bloed, waarna alles zwart werd.


*

Toen ik mijn ogen weer opsloeg, had het bloedrode plafond plaats gemaakt voor een houten, die op balken steunde. Naast me zag ik een oude vrouw met een vriendelijk gezicht op een baal hooi zitten. Haar zilvergrijze haar krulde vrolijk om haar gezicht en diepe rimpels vormden haar lach.

'Hé Nikore,' fluisterde ze en haar gezicht kwam iets dichterbij.
Ik dwong mezelf te glimlachen en duwde de hoeken van mijn lippen lichtjes omhoog.

Hoe wist ze eigenlijk mijn naam? Nou ja, dat liet ik wel even zitten.

Ik hoorde het gepiep van een deur en een jongen met spierwit haar kwam naar binnen gestapt.
Plotseling had ik het gevoel dat ik geen adem meer kreeg. Ik begon krankzinnig met mijn benen te schoppen en raakte volledig in paniek.

'Ga weg!' wilde ik schreeuwen, maar mijn keel was droog en meer dan een vreemd piepje kwam er niet uit.

Voor me stond Friox.

Hij keek me vreemd aan, haalde zijn schouders op en verdween weer door de deur. Ik ontspande weer enigszins, maar nog niet helemaal.

Wat deed hij hier? Of vreemder nog, wat deed ík hier?

De oude vrouw leek mijn vragen te hebben opgemerkt.

'Je was bewusteloos geraakt na de demonstratie op het plein,' zei ze langzaam. 'Je was onderkoeld geraakt en je had al twee dagen niks gegeten. Friox heeft je toen hierheen gebracht.' Stukje bij beetje verhelderden mijn gedachten en vielen alle stukjes op zijn plaats. Maar ik rilde toen ze de naam 'Friox' uitsprak.

'Maar wat doet hij dan hier nog?' probeerde ik voorzichtig.

'Hij wilde blijven totdat jij bijkwam. Hij maakt zich echt zorgen om je.'

Mijn lippen vormden een 'o'. 
'Het was maar een droom,' fluisterde ik terwijl ik naar het plafond staarde. 'Het leek zó echt.' Ik zou bijna zweren dat ik Friox' adem in mijn gezicht had gevoeld, en de pijn van het drukkende mes in mijn keel.

'Rustig maar. Dromen zijn immers maar bedrog.' zei de wijze vrouw vriendelijk. 'Ik zal me trouwens even voorstellen, dat heb ik volgens mij nog niet eens gedaan. Ik ben Gleane.' Ze schoof een stukje naar achteren en leunde achterover tegen de houten muur. Ik zag hoe ze verlangend naar voren staarde, waar haar blik verlengd werd door een klein raam met een barst erin. Ik volgde haar blik en zag het uitzicht op het binnenplein met de tribune.

'Weet je, vroeger,' haar stem trilde een beetje, 'vroeger toen Friox niet geboren was, had je vanaf hier uitzicht op een open veld. In de verte zag je nog net het randje van het bos, waar de mannen uit ons dorp al galopperend op hun paard gingen jagen.' Het leek alsof ze iets aan me kwijt wilde.

Maar ik luisterde al niet meer naar wat ze zei. 
'I-is Friox uw zoon?' bracht ik aarzelend uit.

Gleane liet een kakelende lach door het vertrekje galmen, waarbij ze haar gelige tanden blootliet.

'Natuurlijk is Friox mijn zoon! Wat dacht je anders.'

Ik haalde mijn schouders op. Ik voelde me dom, dom in een vreemd huis.

'Wil je misschien wat eten? Je moet wel uitgehongerd zijn!'

Ik knikte schuw. Gleane stond op, terwijl ik uiterst moeizaam overeind kwam. Al mijn spieren deden zeer, zelfs degenen waar ik niet eens van wist dat ze bestonden. De oude vrouw bracht haar arm als ondersteuning achter mijn rug, en samen liepen we het vertrek uit naar de aanliggende kamer.

Een kleine tafel met drie houten stoelen eromheen, stond in het midden van de kamer. Op één van die stoelen zat Friox, onderuitgezakt en met zijn voeten op tafel. Hij keek op van zijn handen toen hij ons zag binnenkomen. Met een glimlach op zijn gezicht, schoof hij nog een extra stoel aan waarna hij gebaarde dat ik daarop mocht gaan zitten. Een beetje verlegen ging ik, met diep in mijn hart nog een speling van angst, naast hem zitten. Links van me kwam Gleane zitten.

Uit de hoek van de kamer kwam nog een wat jongere jongen tevoorschijn met een dampende pan soep. De heerlijke geur van het voedsel dat ik zo lang gemist had keerde mijn maag om, terwijl hij de soep in de kommetjes goot. Gulzig begon ik te eten. Ik trok me er niks van aan dat iedereen zo vreemd naar mij keek.

Een half uurtje later zat ik op een stoel naast het brandende vuur in de haard. Een warme deken was om me heen geslagen en ik staarde in de vlammen.

Ik miste thuis. Mijn broers die altijd zo hard werkten in de steenmijnen. Mijn kleine broertje, dat nog te klein was om te snappen wat er allemaal om hem heen gebeurde. Maar het allermeeste miste ik toch echt mijn moeder. Zou ze ongerust zijn? Ik twijfelde er haast niet aan. Diep van binnen hield ze van me, ook al liet ze dat niet vaak duidelijk merken. Ik wist het wel, ik voelde het gewoon.

Een hand op mijn schouder deed me opkijken. De ijsblauwe ogen van Friox staarden me zo aan, alsof hij me van binnen kon bekijken. Het ontspannen gevoel van zonet was als sneeuw voor de zon verdwenen. Hij legde zijn overige hand op mijn andere schouder. Ik wilde hem eraf schudden, of anders van Friox weglopen, maar een ongekende rust ontkiemde zich plotseling in mijn binnenste en uitte zich tot in heel mijn lichaam.

'Ik ben blij dat je weer terug bent,' zei hij met een warme glimlach om zijn lippen. 'Ik had nooit zo arrogant moeten doen onderweg hierheen. Maar op de één of andere manier, kon ik niet anders.'

Ik smolt bijna van binnen, terwijl ik in zijn gletsjer-kleurige ogen staarde. Alle negatieve dingen die ik ooit van hem gedacht had, nam ik terug.

Voelde dat zo? Verliefd zijn? Het voelde fijn. Even vergat ik mijn zorgen van thuis.

Voor mijn gevoel duurde het magische moment veel te kort.
'I-ik' stotterde hij. Het klonk heel schattig. 'Ik moet gaan.'
Friox draaide zich met een ruk om en verdween door de deur naar het aangebouwde schuurtje.

'Blijf...' fluisterde ik. Zijn uiterlijk was misschien wel van ijs, als hij me aanraakte was het alsof ik warm werd.

Met een leeg gevoel van binnen staarde ik weer de vlammen in, in de hoop dat ik daarmee het plotseling zo eenzame gevoel kon weghalen. Maar een vuur maakt je warm van buiten, en niet warm van binnen.

Ik hoorde een geluidje achter me en keek om, in de hoop dat het Friox was.
Mijn snelle wens kwam niet uit. De andere jongen, die tegenover mij aan tafel had gezeten, kwam naar me toe gelopen.

'Eh... hey.' zei hij.
Het was niet zo'n fijn moment nu en eigenlijk wilde ik hem wegsturen, maar ik liet hem zijn woordje zeggen.

'Gleane vroeg aan me of ik je een korte rondleiding door de stad wilde geven.'

Ik zuchtte diep.

'Humm,' bromde ik afwezig, 'Nou vooruit dan maar.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen