Met een ruk trok ik het dekbed van me af en stapte met mijn blote voeten op de grond. Ik gaapte even en wreef de slaap uit mijn nog half dicht zittende ogen. De slaap zou toch niet meer komen, dus wat had het voor nut om nog in bed te blijven liggen? 
Ik hoorde stemmen vanuit de huiskamer komen en nam wat grappend in mezelf een besluit.
Op mijn tenen sloop ik naar de slaapkamerdeur. Voorzichtig legde ik mijn oor op het gladde hout en probeerde te horen wat er aan de andere kant gezegd werd.

Ik was alweer vroeg wakker geworden door de geluiden van de markt, die net zoals elke dag weer gaande was. Ik overnachtte hier nu al zo'n twee weken, en in die tijd gebeurden er steeds vreemdere dingen. Meerdere demonstraties hadden er plaatsgevonden, en elk met dezelfde afloop. Alleen waren er bij deze demonstraties geen doorgedraaide tieners, die zonder dat ze het wisten ondoordachte dingen deden. De mensen keken wel uit.
Er werd nog steeds over de gebeurtenis gepraat en als ik over straat liep, werd ik altijd nagekeken. Ieder met een eigen blik, van kwaadheid tot bewondering en van opstandigheid tot medelijden. Soms werd er naar me gewezen of werd mijn naam achter mijn rug om gefluisterd. Natuurlijk had ik het wel door, maar wat kon ik er tegen doen?
Het enige wat er op dit moment duidelijk aanwezig was, was gevaar. Er liepen steeds meer in zwart geklede mannen van heer Erod rond, die af en toe steekproeven deden naar verdachten, die ze beschuldigden voor opstandigheid of verraad van de overheid.
Ze namen alle wapens in beslag die in bezit van de bewoners waren en doorzochten huizen naar geheime voorraden. Heer Erod was vroeger een wrede man geweest, die teveel belasting had gevraagd en de bevolking onder druk had gezet. Nu werd het steeds harder, ook al was dat eerst bijna niet te denken.
Belastingen stegen nog meer. Mensen die hun belasting niet konden betalen, werden zonder pardon in het openbaar op het plein opgehangen. De galg stak als een zwarte doodspaal iedere dag weer dreigend boven de kleurige kramen van de markt uit.
Het moest dienen als een waarschuwing: Dát werd er gedaan met mensen die de overheid niet gehoorzaamden. Het ging van kwaad tot erger met die man.

Ik schuifelde een stukje met mijn voeten, totdat ik een gemakkelijke houding gevonden had.
Volgens mij - hopelijk - hadden Gleane, Friox en Braidh het niet in de gaten dat ik al wakker was geworden en hen had horen praten, waarna ik besloten had dat ik hen zou afluisteren. Niet dat ik wist dat er iets bijzonders gezegd zou gaan worden, het was meer uit nieuwsgierigheid.

Elke keer weer als ik aan Friox dacht, werd ik warm van binnen. Echter, als ik hem zag, werd het koud, zo koud dat ik terstond begon te rillen. Het was vreemd. Alleen als hij me aanraakte, werd ik weer warm. Hij deed iets met me.
Ik schudde mijn hoofd om de argwanende gedachten weg te duwen. Friox was geen monster, hij was gewoon een jongen die zichzelf af en toe niet helemaal in bedwang kon houden. Ik grinnikte en verwierp het idee. Friox een monster, hoe kwam ik daar nou weer bij.

Opnieuw legde ik mijn oor tegen het hout en luisterde aandachtig.

'Ik weet niet hoe lang het nog gaat duren,' sprak Braidh. Of was het Friox? Er zat wel een minuscuul verschil tussen hun stemmen, maar door het hout van de slaapkamerdeur klonk het wat gedempt waardoor ze lastig te onderscheiden waren.

'Ik denk niet lang meer,' zei Friox, 'waarschijnlijk zal het zeer binnenkort gebeuren. En dan zal het te laat zijn.'

Hij had mijn aandacht gewekt. Waarom deed hij zo geheimzinnig? Deze woorden deden me denken aan die de zwarte wolf ook had gesproken, de dag waarop ik van huis ging. 
Gespannen luisterde ik verder.

'Maar we moeten ervoor zorgen dat ze haar niet te pakken krijgen. Dat zou catastrofaal zijn.'

'Dat zeker, maar je drukt het wel echt te zacht uit. Ik denk eerder dat het een wereldramp zou worden.' Dat was de stem van Gleane. Ze sprak zachtjes. Zou ze weten dat ik ze afluisterde? Nee, dat was uitgesloten. Ze wilden waarschijnlijk gewoon geen enkel risico nemen.

'Ik heb,' dat was duidelijk Braidh, en hij giechelde meisjesachtig, 'een stel van die zwarte Dubadhs van achter een muurtje afgeluisterd.' Zijn stem werd weer serieus. 'En ze hadden het precies over haar.'

Ik fronste mijn wenkbrauwen. Wie was nou de hele tijd "haar"? Zouden ze mij bedoelen? Waarom zouden ze het over mij hebben? In de verte hoorde ik nog wat zacht gemompel, maar het drong niet meer tot me door. Een heleboel gedachten spookten tegelijk door mijn hoofd en ik greep met mijn handen in mijn haar om, tevergeefs, de stroom te laten stoppen. Ik sloeg mijn handen tegen mijn oren om vervolgens alleen nog mijn eigen hartslag en ademhaling te horen. 
Stukje bij beetje kwam ik tot rust en haalde op een gegeven moment mijn handen weer van mijn oren. 
Ik schrok.

'Ik denk dat dat wel te doen is,' zei Braidh instemmend. Ik kreeg een misselijk gevoel in mijn buik toen ik besefte dat ik een deel van het gesprek had gemist. Waarom nou precies nu?

Gestommel op de gang deed me opschrikken en ik schold mezelf uit voor alles waar ik mezelf aan ergerde. Ik kon wel janken. In een paar seconden was ik weer in mijn bed gedoken, en precies op dat moment kwam Gleane binnen. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe ze haar hoofd omdraaide en fluisterde: 'Gelukkig, ze slaapt nog.' Een tweetal zuchten van verlichting klonken vanuit de kamer.
Ha, dacht ik, ze moest eens weten.

Ik voelde hoe ze op het randje van het bed kwam zitten. Een zachte hand streelde enkele haren uit mijn gezicht en ik deed alsof ik langzaam wakker werd.

'Goedemorgen, schoonslaapster.' Zoals altijd stond er weer een vriendelijke glimlach op haar gezicht, maar deze keer voelde ik er niets voor. Ik voelde dat ze iets voor me verborgen hield.

'Ook hallo,' antwoordde ik een beetje botter dan ik bedoelde.

'Nou sorry hoor,' zei Gleane verontwaardigd, haar handen in de lucht geheven.
Ik kon het gewoon niet weerstaan en begon hardop te lachen. Dat gezicht zag er ook zo vreemd uit! 
Toen ze mij zag lachen, besloot ze ook weer mee te doen.
'Welja, lach je goeie ouwe omaatje maar weer uit.' Ze gaf me een knipoog, precies zo een als die Friox altijd doet. Voor de verandering stak ik mijn tong uit en zond haar een vernietigende blik terug.

'Ach man, hou toch op.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen