'Waar zouden ze naar toe zijn gegaan?' vroeg Andrej. Ik liet mijn hand over de rugleuning van een stoel glijden terwijl ik de verder lege ruimte doorkeek. We hadden het gebouw dat we gisteravond omsingeld hadden extreem voorzichtig benadert, ervan uitgaande dat hier bewapende Chetniks zouden zitten, maar dit bleek niet het geval te zijn geweest. Het gebouw was geheel leeg.
      'Sarajevo.' antwoordde Leo vastbesloten. Ik keek naar hem om en zag dat zijn blik ernstig maar nadenkend was.
      'Waarom?' Leo zuchtte terwijl hij plaats nam in een stoffige stoel.
      'Omdat er acht duizend Bosniakken zijn vermoord. Sarajevo ligt al bijna vier jaar onder vuur, en nu de VN eindelijk eens een schop onder de kont heeft gekregen zal het me niets verbazen als ze eindelijk ingrijpen...' Iedereen bleef even stil. Nu pas had de VN eindelijk actie ondernomen, terwijl het daar eigenlijk al te laat voor was. Ik zuchtte diep voordat ik me in een stoel liet zakken. Vrijwel direct voelde ik Andrej's handen op mijn schouders neerkomen, zo bleef hij stil achter mij staan.
      'Dit duurt te lang.' kon ik enkel uitbrengen. 'Waar is Ana?'
      'Niemand weet dat, Esma. Maar die man uit Tuzla zei dat ze dichtbij zou zijn.' pleitte Will.
      'Hoe kan hij dat nou weten?' snauwde ik terug, waarbij ik Andrej's handen van mijn schouders af schudde.
      'Hij heeft je precies uitgelegd waarom.' sprak Gabriël nors, die genoeg leek te hebben van mijn geklaag. Dat kon me niet schelen.
      'Jij hebt makkelijk praten, Gabriël. Wie was het die de verantwoordelijkheid van zijn broertje aan jou had overgedragen? Jouw broertje was het niet, dus jij hoeft niet te treuren. Waar is Tom eigenlijk?' Ik zag hoe hij zijn hand tot een vuist balde. Hij werd kwaad.
      'Je mond is er niet kleiner op geworden.' sprak hij nog enigszins beheerst. 'Wat een feest. Jou heb ik wel kunnen redden maar mijn zus niet. Is Tom dood?'
      'Houd je bek over Tom.'
      'Ik wist het.' 'Jij weet helemaal niets.' siste hij terug. De rest bleef ijzig stil. Ik stond op en liep richting de deur.
      'Het zou me niets verbazen dat het jouw schuld is, anders zou hij hier nu wel zijn.' Met die woorden liep ik naar buiten. Ik merkte de ernst van het feit dat enkele mensen Gabriël's naam riepen niet genoeg op, dus ik schrok toen ik eenmaal buiten bijna door hem gevloerd werd. Hij vond een picknicktafel om me op neer te knallen, waardoor een kleine gil mijn keel ontsnapte. Na even naar lucht gehapt te hebben, terwijl hij me op mijn rug tegen mijn borst aan tegen het tafelblad aanduwde, mijn benen bungelend over de rand hangende, kon ik hem weer aankijken.
      'Wat doe je hier? Waarom help je mij?' Ik merkte dat Andrej en Will al achter ons aan naar buiten gesneld waren maar ze bleven afwachtend. Ik was niet bang voor Gabriël. De blik die hij me gaf was onmens. Alsof hij zo hard probeerde slechts woede uit te stralen, maar het overduidelijk was dat er ergens op een punt een draadje in zijn brein was geknapt onder de grote druk waaronder hij constant verkeerde. Hij knipperde even ongelijk met zijn ogen.
      'Omdat het meer zin heeft om de levenden te proberen te redden dan de doden te wreken.' Even voelde ik een connectie overspringen. We dachten beide hetzelfde.
      'De doden kunnen wachten.' Ik knikte. Hij liet me weer los en stapte van de tafel weg, maar ik bleef voor mijn gemak even liggen. We hadden eindelijk een punt bereikt van onderling begrijpen. Vanuit deze positie kon ik de eerste lentebloesem aan de boom boven me zien groeien. Zij wel. Iedereen jaar komt de bloesem weer terug, ongeacht hoe doordrenkt het land is met bloed van onschuldigen en ongeacht hoeveel kogels er verspild worden vindt de lente altijd weer haar begin. Zij wacht niet. Na diep adem te hebben gehaald kwam ik weer overeind, maar niet omdat ik daar persoonlijk zo veel zin in had. Mijn naam was geroepen.
      'Esma, kijk.' Ik volgde Andrej's vinger die richting de berg tegenover ons wees, die vrij dichtbij lag. Tussen de bomen door was een klein gebouw te vinden, waar er rook uit de schoorsteen kwam.
      'Gaan we daar heen?' vroeg ik. De rest leek het ermee eens te zijn. We besloten de auto achter te gelaten. Aangezien we ditmaal vrijwel zeker wisten dat deze basis wel bezet was, aangezien er rook uit de schoorsteen kwam, wilden we zo min mogelijk aandacht trekken. Het duurde alsnog slechts een uur voordat we het dal door waren en de volgende heuvel weer op. Daar besloten we ons op te splitsen. Ik zou met Leo, Will, Andrej en Gabriël voorgaan, de rest zou op enkele tientallen meters afstand volgen. Al snel kregen we van Leo, die helemaal voorop liep, het sein om stil te blijven staan en ons vervolgens te verbergen achter bomen en muurtjes die het gebouw omringden. We waren al ontzettend dichtbij, en konden stemmen horen van de mensen in en rond het gebouw.
      Ik loerde heel doelbewust over een muurtje om te kijken of er veel vijandelijke doelwitten waren, maar wat ik zag liet mijn hart direct naar mijn maag zinken. Ik werd misselijk, en adrenaline vond zijn weg door mijn gehele lichaam.
      Een man duwde net ruw een meisje naar buiten, dat daardoor bijna struikelde en vervolgens werd de deur gesloten. Ze was buitengesloten. Maar ze was niet zomaar een meisje. Ze was jong. Het was Daria.

Reacties (3)

  • xxJennyxx

    Omg hopelijk zijn ze nog op tijd!!!!!

    2 jaar geleden
  • Heronwhale

    OMG NO WAY DARIA!!! SCHRIJF VERDER PLEAAAAASE!

    2 jaar geleden
  • katl1

    VERDER!!!!!!!!!!!!!!!!!!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen