Snel stapte hij door. De kou omhelsde hem, terwijl hij over het binnenplein liep. De sneeuw knarste onder zijn schoenen en elke keer als hij uitademde, ontstond er een wolkje. Hij mompelde een beetje en trok zijn mantel iets strakker tegen zichzelf. Verderop stonden twee bewakers waar hij langs zou moeten.
“Als het goed is, wordt het volgende week beter, want het wordt warmer. Dat kun je zien aan de vogels,” zei een van de bewakers tegen de andere bewaker.
“Gradiner, wie heeft jou dit wijs gemaakt? De dorpsheks of de dronkenlap van de taverne De Schone Vrouwe?” De tweede wachter had een lage stem en schopte tegen een klein steentje.
“Ze is niet gek. Zij weet dingen die andere mensen niet kunnen weten!” Gradiner keek hem met grote ogen aan.
“Ze zei je zeker dat een lange, donkere vreemdeling op je pad zou komen?” Hij grinnikte om zijn eigen opmerking. Gradiner leek er minder gecharmeerd van te zijn. Daarna tikte hij Hagen aan en wees naar de gestalte die over het binnenplein naar hen toeliep. Zijn gezicht was diep verborgen in de kap van zijn zwarte mantel. Dichtbij zagen ze dat het een lange man was en beide bewakers herkenden de gestalte niet aan zijn kleding. “Misschien moet ik ook als heks gaan werken,” mompelde Hagen tegen Gradiner, die niet zozeer om het grapje kon lachen. “Halt!” Ze hielden de vreemdeling tegen door hun speren te kruisen. “Wie bent u?” De vreemdeling deed zijn kap af en keek ze woedend aan.
“Weg!” blafte hij tegen hen. Zowel Gradiner als Hagen verschoten van kleur.
“Het spijt ons, heer,” zei Gradiner zachtjes. “We hadden u niet herkend, Uwe Majesteit.” De wachters bogen diep voor hun koning. “Prins Christof van Denemarken en vrouwe Margarethe zijn al binnen, heer Abel.” De wachters bleven even stil totdat ze zeker wisten dat de koning hen niet meer kon horen.
“Het voelt nog steeds raar om hem koning te noemen, zelfs al is het bijna twee jaar geleden,” zei Hagen, terwijl hij zijn hoofd schudde.
“Je moet je mond houden, Hagen, voordat je op het schavot beland en daar”, hij wees naar de bevroren, bungelende lichamen, “tussen hangt. Geen fijn gezicht.” Gradiner sprak zachtjes, want niemand mocht dit horen. “Je weet dat we geen keus hadden. We hebben gedaan wat goed is voor onze families.”
“Echter, we hebben nu wel een gek op..” Hagen hapte naar adem toen hij een stomp in zijn maag voelde. “Zak! Wat doe jij!” Gradiner keek hem woedend aan.
“Zorgen dat jij je baan behoudt. Ik verlies niet meer mensen aan de nieuwe koning.” Gradiners uitdrukking versoepelde en hij grijnsde. “Al zou je een goede dorpsheks zijn met je voorspellingen.” Hagen kon zijn lach niet onderdrukken en schudde een hand met Gradiner.
“Ach, gekker gaat het niet worden.” Het bleef even stil tussen de bewakers. “Toch?”

Reacties (1)

  • Shireen

    Hele leuke schrijfstijl (:
    Ik ben benieuwd naar de rest!

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen