Foto bij H6

"Het is mijn schuld dat-", begint ze maar ik val haar in de rede: "Nee mam, het is niet jouw fout. Maar mam, je zei dat hij nooit is teruggekomen, misschien leeft hij nog."
“Nee Alaïs, anders zou hij toch naar me zijn toegekomen?”


Alaïs Spiorad pov.

We waren nu al een halfuur verder en we stonden nog steeds in de file. Maar gelukkig moesten we binnen 200 meter naar rechts afslaan. Als we langzaam naderen gaat de gsm van mijn moeder af. Ze neemt op terwijl ze verder blijft rijden.
"Mam, niet bellen achter het stuur", fluister ik.
"Ja we zijn onderweg, maar we zitten vast in het verkeer. Geef ons nog één uur en dan zullen we aankomen", zegt ze en ik hoor hoe de man aan de telefoon nog een 'oké' zegt voor ze ophangt. Ze legt haar gsm weer weg en ik vraag dan uit nieuwsgierigheid: "Wie was het?" Ze zet haar pinker aan om rechts af te slaan.
"Het was de sheriff van daar. Hij wacht ons op", zegt ze en we rijden dan richting Oxford, wat nu veel sneller ging zonder de file.
"Ow", frons ik nog als antwoord, maar er volgt niks meer. Waarom wacht de sheriff ons op?

Als het kleine uurtje om is, draait mijn moeder de stenen oprit op en stopt de auto.
"Wow, is dit ons nieuw tijdelijk huis?", vraag ik opgewonden. Een groot wit Victoriaans huis van twee verdiepingen staat tussen de bomen en wordt omringd door vers gemaaid gras. Vijf treden geven toegang tot de voordeur onder een groot afdak. Er zijn twee witte torens die symmetrisch tegen het huis kleven met grote ramen die de hoge zon reflecteren. De verschillende kleine daken zijn lichtgrijs, maar geven toch een lichte indruk. Het is gigantisch groot, maar wel heel mooi. Mijn moeder stapt uit en ik stap opgewonden uit.
"We gaan hier voor de komende twee jaar leven", zegt ze en ik slaag mijn ogen groot.
"Twee jaar?!", zeg ik tegen haar en ze haalt haar schouders nonchalant omhoog. Ik laat een verslagen zucht over mijn lippen komen. Normaal bleven we nooit langer dan zes maanden.
"Kom je me nog helpen uitladen of wat", zegt ze en dan pas heb ik door dat ze al bij de kofferbak staat.

Nadat we alles uit de auto hebben gehaald, ga ik naar mijn kamer en bewonder het. Een tweepersoonsbed staat midden in de kamer tussen twee ramen die olijfgroene gordijnen dragen. De muren zijn lichtgroen en ook hier zijn de kasten en vloer van hout gemaakt. Ik kijk omhoog en zie dat mijn kamer gelegen is in een van de torens, aangezien het plafond eindigt in een punt, wat de kamer hoger maakt en het licht laat reflecteren. Ik leg mijn spullen al op hun plek en wanneer ik de laatste fotokader op mijn nachtkastje zet, vouw ik de doos op en leg die onder mijn bed. Daarna plof ik met een zucht neer op het bed. Als ik een auto hoor op onze oprit, kijk ik door het raam en zie een zwarte jaguar staan. Ik frons mijn voorhoofd als ik een niet al te lelijke man zie uitstappen. Mijn moeder gaat naar buiten en dan zie ik een wat oudere man in een rolstoel naar haar toe komen. Ik besluit dan maar dat ik ook naar buiten moet gaan, maar eerst en vooral moet ik alle trappen af… die kraken.

Wanneer ik eindelijk alle trappen af ben, open ik de voordeur en ga naast mijn moeder staan.
"Ah en dit moet je dochter dus zijn?" vraagt de man in de rolstoel en ik schud beleefd zijn hand.
"Dat klopt", zegt mijn moeder en de oude man kijkt me vaderlijk aan.
"Wat is je naam, mijn kind?"
"Alaïs, meneer", zeg ik als antwoord. Hij glimlacht en de jonge man pakt mijn hand en geeft er een kusje op.
"Ik ben Jacob en dit is mijn vader, Billy Black', zegt hij en laat mijn hand los. Ik voel me licht blozen. Een charmeur...

Reacties (2)

  • Creativitylab

    Jacob altijd!
    Ik kan niet wachten om verder te gaan!

    3 jaar geleden
  • Allmilla

    Hoeveel trappen waren het?;)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen