Foto bij Hoofdstuk 2, Voorjaar 1258

Helle liep paniekerig door het kasteel op zoek naar Ditta, die weer spoorloos verdwenen was. Ze stond met handen op haar heupen op de binnenplaats.
“De kleine prinses kwijt?” Helle voelde haar hoofd rood worden. Ze keek de soldaat aan. Lang, breed en hij had een erg lage stem.
“Hagen, euhm...” Hij lachte en grijnsde breed.
“Wat ben je toch plezierig om naar te kijken. De jongens en ik hadden al een weddenschap geplaatst dat je Ditta binnen drie dagen weer kwijt zou raken.” Hij bulderde van het lachen. Helle werd nog roder en gaf hem een duw.
“Nu ophouden hoor,” zei ze binnensmonds.
“Wat?”
“Ophouden.” Helle staarde naar de schoenen van Hagen, terwijl ze het zei. Ze voelde zijn vinger onder haar kin en keek op. Zijn gezicht was dicht bij de hare. Ze voelde haar hart sneller kloppen, haar ademhaling stokte even en met grote ogen keek ze hem aan.
“Ik help je zoeken. Ze kan nooit ver weg zijn.” Toen hij weer afstand nam, begon Helle weer te ademen. “Wat heeft ze aan?”
“Haar donkergele, wollen jurk met linnen afgezette randen.” Hager knipperde een paar keer en haalde een wenkbrauw op. “Ze draagt een gele jurk, Hager.”
“Zeg dat dan!” Helle zuchtte en gaf hem een duw tegen zijn arm. “Kom, we gaan die gele dondersteen eens zoeken.” Hager en Helle hadden meerdere mensen gevraagd of ze het prinsesje gezien hadden, met de smoes dat ze verstoppertje speelde, maar het lukte Helle niet om haar te vinden. Hager vond het sneu, want Helle was een lief meisje, alleen had ze het niet zo getroffen met haar uiterlijk. Ze had een hoog voorhoofd met in het midden van haar gezicht een scheve en hoekige neus. Ondanks dat had ze wel een prima lichaam.

“Wat?” Hager haalde zichzelf uit zijn dagdroom en keek Helle aan.
“De keuken, rond dit tijdstip krijgt ze trek. Net voor het middaguur breng ik haar een appel.” Ze vervolgde hun weg naar de keuken. “Je had niet mee gehoeven hoor,” zei ze zachtjes, terwijl ze weer naar zijn schoenen staarde. Helle merkte de glimlach van Hager niet op en deed de deur naar de keuken open. Voordat ze ook maar iets kon zeggen, werd er wat naar haar hoofd gegooid. Gelukkig voor Helle kon Hager goed vangen.
“Helle! Het spijt mij. Ik dacht dat je een van die misbaksels van Hords was,” zei kok Rosk met een hoofd zo rood als een biet.
“Hords houdt zijn staljongens niet goed onder controle?” Hager keek Rosk vragend aan. “Ik zal ze erop aanspreken als je wilt, Rosk?” Rosk knikte en keek daarna naar Helle.
“Jij komt hier voor die daar?” Hij wees naar de tafel om de hoek. Helle deed een stap naar voren om te kijken. Daar zat het tienjarige prinsesje onder het meel bezig met deeg te spelen. “Ze is een prima hulpje in de keuken trouwens,” zei Rosk. Zowel hij als Hager konden wel lachen om het tafereel dat zich op de tafel afspeelde. Helle was helemaal in paniek, omdat ze onder het witte meel zat, deeg in haar haren, en ze had een flinke scheur in haar linkerkous.
“Ow...” jammerde Helle toen ze de schade bekeek. “Vrouwe Margrethe gaat mij een pak rammel geven als ze hierachter komt.” Haar onderlip trilde. “We moeten haar hier weg krijgen zonder dat iemand het ziet.” Ze keek hoopvol naar Hager en de kok. “Sta daar niet zo stom te lachen, maar doe iets!” Haar stem klonk paniekerig.
“Helle, wat is er?” Ditta hield haar hoofd een beetje scheef en keek haar verzorgster met grote ogen aan. Helle zuchtte diep, terwijl ze de klodders deeg uit het haar haalde van het prinsesje.
“Hoe komt u aan de scheur in uw kous?” Ditta keek ernaar, haalde haar schouders op en ging verder met vormpjes maken van het deeg.
“Rosk, is het goed zo?” Rosk kwam erbij staan en bekeek haar creaties.
“Ik had het niet beter kunnen doen, Koninklijke Hoogheid,” zei hij met een grote grijns op zijn gezicht. “Morgenochtend bij het ontbijt zorg ik dat u deze broodjes op uw bordje krijgt.” Ditta gaf hem een knikje als bedank. Soepel sprong ze van de tafel af en trok Helle mee.
“Kom Helle, tijd voor een bad.” Helle maakte een bedankgebaar voor Hager en Rosk. Snel ging ze Ditta achterna voordat ze haar weer kwijt zou zijn. Op de weg naar het vertrek van de prinses sprak ze een paar dienstmeisjes aan die het bad moesten vullen.

Helle begon Ditta haar haren uit te kammen. Ze had lang, mooi, goudblond haar.
“Ditta, waar was je?” Ditta zweeg, iets wat raar was, vond Helle, want het was een spraakzaam meisje. “Ditta,” zei ze op een wat dreigende toon.
“Ik was verdwaald...” Helle zuchtte, want het kind loog. Ditta was een pienter meisje en wist heel goed de weg in het kasteel, zelfs de geheime gangen kon ze zich makkelijk de weg in vinden. Helle merkte op dat ze echt te stil was.
“Wat is er Ditta?” Ditta begon te snikken. Het brak Helle om zo een klein meisje te zien huilen. Ze stopte met borstelen en ging tegenover haar gehurkt zitten zodat ze op ooghoogte zat. “Ditta toch.” Helle veegde haar tranen weg met haar duim. “Heb je iets gezien?” Ditta knikte. Helle slikte. Ze wist niet echt wat ze moest doen. “Ditta, wat heb je gezien?” Ditta wilde wat vertellen, maar begon weer met huilen. Helle omhelsde het meisje en wreef zachtjes over haar rug. “Wat het ook is, het komt wel goed, duifje.” Ditta knikte heftig van nee, wat nog maar vragen bij Helle omhoog haalde. “Zullen we anders eerst in bad gaan en dat je het daarna verteld?” Ditta knikte, terwijl ze een haar neus ophaalde.

Het bad deed Ditta haar rusteloosheid ten goede. Ze maakte gebruik van haar lievelingskruiden, lavendel en kamille, die haar altijd rustig maakten. Helle besloot dat het beter was om morgen te vragen aan het kind wat ze had gezien. Ze liet het eten naar haar kamer brengen, met de smoes dat Ditta zich niet goed voelde. Na het eten stopte Helle Ditta in bed en begon een Bijbelverhaal te vertellen zodat ze daarna kon slapen.
“Helle?” Helle stopte en keek het meisje vragend aan. “Hij heeft mijn vader vermoord.” Ditta haar onderlip trilde, terwijl ze dit zei. Helle viel bijna van haar stoel toen ze die woorden uit het prinsesje hoorde komen.
“Uwe Koninklijke Hoogheid, kunt u herhalen wat u zei?” vroeg Helle heel beleefd. Ditta ging rechtop zitten in bed en keek haar strak aan.
“Mijn oom Abel en oom Christof hebben mijn vader vermoord.” Het bleef even stil. Helle knipperde en vroeg zich af of ze dit correct hoorde. “Daarom is mijn moeder gevlucht.” Helle schrok van de kandelaar aan de andere kant van de kamer die omviel. Ze maakte een gilletje. “Hoogheid, dit is slecht spreken wat u doet. Het maakt God boos,” fluisterde de bange Helle. Een paar seconde later klonk er gesnik van de andere kant van de kamer. Helle wist niet wat haar overkwam. Op het moment dat ze wilde opstaan om er heen te lopen, kwam een ander blond meisje tevoorschijn. “Agnes! Je mag mensen niet zo laten schrikken...” Onderzoekend keek ze het meisje aan. “Wat doe je hier eigenlijk?” Agnes begon keihard te huilen. Helle omhelsde het kind en probeerde het te troosten. “Ditta, morgen gaan we hier verder over praten. Ga slapen, ik neem Agnes mee om haar in haar slaapvertrek te bed te leggen.” Helle blies de kaarsen uit en liep met een jammerde Agnes naar haar slaapvertrek toe. Janne, haar verzorgster lag onderuit in een stoel te snurken. “Daar heb je ook weinig aan,” fluisterde Helle zachtjes. “Agnes morgen praten we verder hierover, is dat goed?” Het meisje keek haar met grote ogen aan en knikte. Helle stopte haar in bed en ging naar de vertrekken van de bediendes waar zij haar kamer deelde met een paar andere meiden. Het was een lange dag geweest. Tijd voor hoognodige slaap. Helle viel niet snel in slaap en woelde nogal. Haar dromen waren net zo onrustig.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen