Foto bij Hoofdstuk 3, voorjaar 1259

Ditta hield de hand van Agnes vast. Ze liepen samen naar de vertrekken van de koningin toe. Er stond een wachter voor de deur, hij klopte aan.
“Wie is daar?” Het was een schelle stem die klonk aan de andere kant van de deur.
“De Eriksdochterprinsessen, Uwe Majesteit.”
“Laat ze binnen, Gradiner.” Gradiner deed de deur open voor de prinsessen. Ditta kwam niet vaak hier, ze haatte het. Het waren de vroegere vertrekken van haar moeder. Ondanks dat die al jaren weg was, hing haar geur er nog. De koningin keek de meisjes onderzoekend aan. “Ditta, mijn kleine duifje Agnes.” Ze had een gemaakte glimlach op haar gezicht. “Wat moeten jullie?” Haar poeslieve stem van zonet sloeg om in een harde, schelle stem.
“Ik, prinses Ditta van Denemarken, eis een audiëntie met de koning.” Margaretha begon schaterend te lachen.
“Prinses, ik moet het helaas afwijzen.” Ze legde nadruk op het woord helaas. Ditta wist dat de koningin het helemaal niet helaas vond.
“Waarom, als ik vragen mag?” Ditta staarde de vrouw boos aan, maar wist dat ze haar boosheid moest onderdrukken. “Uwe Majesteit,” zei ze er snel achteraan.
“Omdat, prinses Ditta, de koning geen tijd heeft voor kleine prinsesjesprobleempjes,” zei ze met een hoog stemmetje. Ditta zette een paar stappen in haar richting en keek haar diep in haar ogen. Het was hier onder het gezag van koningin Margaretha onwenselijk geworden. Ze kon het niet meer uithouden. Ze had geprobeerd contact te zoeken met haar moeder, maar dat was tevergeefs dat niet gelukt. Dus moest ze zelf het heft in eigen handen nemen. Ze haalde diep adem en zei toen iets wat ze niet had gedacht te zeggen tegen de koningin.
“Ik weet dat hij mijn vader heeft vermoord samen met oom Abel.” Ditta haar onderlip begon te trillen, terwijl ze het zei. Ze slikte en bleef haar aankijken. De uitdrukking op het gezicht van de koningin veranderde en geschrokken keek ze Ditta aan. Margaretha sloeg met de bovenkant van haar hand in het gezicht van het meisje. De afdruk van haar hand was zichtbaar op het tere gezichtje van het kind. “En u ook!” schreeuwde Ditta, terwijl er tranen over haar wang liepen.
“Wachter!” schreeuwde ze met haar schelle stem. “Wachter!” Gradiner stormde binnen met zwaard in de aanslag. Hij keek om zich heen op zoek naar het gevaar waarvoor hij geroepen was. “Hoogverraad van de prinsessen, sluit ze op!” Gradiner knipperde even met zijn ogen en keek stompzinnig naar de koningin. “Ze beschuldigen de Kroon van moord! Schiet op!” Voordat Ditta het doorhad was ze bij haar arm gepakt. Agnes aan de andere kant was behendig en snel. Ze schoot onder de lange benen van Gradiner door en rende de deur uit. “Pak haar!” gilde Margaretha, terwijl ze Ditta ook vasthield. Ditta probeerde los te komen. Met alle kracht die ze had probeerde, ze zich los te wurmen uit de grip van de koningin. “Jij gaat nergens heen, ondankbaar kreng.” Ze gaf nogmaals een klap in haar gezicht. “Ik weet niet hoe je hierop komt, maar het zal je berouwen.” Ditta verwachtte nog een klap, maar dat gebeurde niet. Ze gaf haar een schop tegen de schenen. De koningin wankelde en haar gezicht verschoot van de pijn. Ditta was bevrijd en zette het op een lopen.

Ditta was opgegroeid in dit kasteel. Ze wist zelfs de geheime gangen te vinden, alleen nu was ze in paniek. Ze rende rond zonder na te denken. Ze moest naar de koning. Ditta rende zo hard als haar kleine beentjes haar konden dragen. Ze hoorde geschreeuw en gevloek uit de troonkamer komen. Het gekrijs en gegil van Agnes drong door tot op het bot. Ditta kreeg een rilling door haar lichaam en had geen idee wat ze moest doen. Ze was in pure paniek en keek gehaast om zich heen. Wachters kwamen van beide kanten van de gang. Ze zakte neer en begon te huilen. Tijdens het huilen door kermde ze dat ze naar haar moeder wilde. Ze werd vastgepakt door twee wachters. Ze probeerde zich met alle kracht die ze nog in haar had te verzetten. Het was een gevecht waar ze niet uit kon komen. Deze dag was een dag die Ditta maar al te goed in haar geheugen had geprent. Het was de dag dat zij besloot wraak te nemen.

De dagen na het incident werden de prinsessen uit de kerker gehaald. Iedereen gedroeg zich alsof er niks gebeurd was. Helle keek Ditta uitdrukkingloos aan en nam haar bij de hand. Janne deed hetzelfde met Agnes. Het was een stille wandeling naar hun vertrekken.
“Helle, we moeten links.” Ditta keek haar verbaasd aan. Waarom gingen ze richting de noordkant van het kasteel? “Helle waar breng je ons heen?” Ditta wist dat de noordkant van het kasteel bijna niet gebruikt werd. Het lag erg afgelegen en was het verste vandaan bij de andere vertrekken. Het grootste gedeelte van de drie verdiepingen van de noordkant was in gebruik als opslag. Ditta kwam er nooit, omdat het niet nodig was. Toch voelde dit deel wel vertrouwd. Ze kwamen bij de Hemmelighedtoren uit. Vroeger toen ze klein was had haar vader hier zijn werkkamer in het bovenste gedeelte van de toren.

“Dat is Ditta zodat ik alleen kan zijn en kan nadenken.” Ze probeerde meer te herinneren van hoe het was. De grote wandtapijten aan de muur met daarop een prachtig tafereel. In de bovenhoeken engelen die haar en haar zussen zouden beschermen. Verder keek je uit over een landschap met daarin het kasteel Nyborg. De grote treurwilg bij het meertje, met hertjes die aan het drinken waren. De boomgaard links van het kasteel met kleine hondjes die speelden. Rechts van het kasteel waren vier prinsesjes en twee prinsjes aan het spelen. “Vind je het mooi?” Ditta knikte en keek naar de prinsesjes. “Dit”, haar vader wees een prinsesje aan, “ben jij. Weet je waarom, Ditta?” Ditta schudde haar hoofd. “Op haar jurkje zijn lavendelbloempjes gemaakt.” Haar vader gaf haar een kus op het voorhoofd. “Ditta, vergeet nooit dat je bijzonder bent.” Ditta maakte zichzelf wakker uit de dagdroom.

Helle maakte de deur open naar de oude werkkamer van haar vader. Het was heringericht met twee bedden, een kist, drie stoelen en meerdere tafeltjes. Verder rook het er muf en stoffig.
Ditta haar ogen gingen over de muur heen. Nergens was het wandtapijt te zien. Er hingen andere doeken die ze niet herkende.
“Welkom bij uw nieuwe vertrek, Uwe Majesteiten.” Het bleef erg lang stil tussen de verzorgster en de prinsesjes.
“Wat is er gebeurd met onze vertrekken?” Ditta zette haar handen in haar zijde en keek de vrouwen boos aan. “Ik eis een verklaring!” Janne bekommerde zich weer over Agnes en liet Helle het verhaal doen.
“Ze worden opnieuw ingericht.” Het bleef even stil. “Voor een nieuwe functie, maar meer weet ik niet, Uwe Majesteit.” Helle ging zitten en gebaarde dat Ditta dat ook moest doen. “Kom Ditta.” Helle zuchtte en keek haar aan. “Dit is voor je eigen bestwil. Ik zei nog dat je het niemand kon vertellen wat je gehoord had.” Helle keek verdrietig. “Het is niet eeuwig dit, prinses. Als de boel bedaard is, zal je heus weer terug mogen naar je oude vertrekken.” Helle keek even rond, “Zullen we anders bloemen plukken en die in een vaas zetten? Misschien kunnen we wel wat leuke spulletjes vinden in de opslag en die hier neerzetten om het net zo leuk te maken.” Helle glimlachte met haar mond, alleen haar ogen spraken iets anders. Helle was al blij als Ditta haar zou geloven dat het maar tijdelijk was. “Mogelijk kunnen we regelen dat het rode kleed hierheen komt? Zou je dat leuk vinden, Ditta?” Ditta knikte enthousiast. Het rode kleed had ze gekregen van haar vader. Erin stond het familiewapen. “Janne, we moeten gaan. Ditta, Agnes?” De meisjes keken op. “Het gemak is hier om de hoek en eten wordt over een tijd gebracht.” De meisjes knikte gemoedelijk gezien ze de ernst van de situatie nog niet helemaal doorhadden. Het slot was al tijden niet gebruikt en kraakte nogal toen de deur op slot werd gedaan.
“Helle!” schreeuwde Ditta in paniek. “Helle, ga niet weg!” Alleen was het te laat. Het gebons op de deur was niet hoorbaar voor de dames die al naar beneden waren gelopen.

Reacties (1)

  • Manonxxx

    Je schrijfstijl is echt prachtig!
    Alleen even een vraagje, waarom steeds een tijdsprong van 1 jaar?

    Snel weer verder! X

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen