Foto bij 1.3

Er waren een heel aantal dingen moeilijk voor River, zoals aan eten komen, of zoals begrijpen dat rijke mensen steeds rijker werden zonder er iets voor te doen, terwijl arme mensen steeds armer werden, hoewel ze iedere dag bikkelhard vochten om uit hun ellendige leven te ontsnappen.
      River was één van die mensen die het het ergst gesteld hadden. Hij had geen ouders, geen andere familie die voor hem kon zorgen, en geen dak boven zijn hoofd. Iedere dag dwaalde hij door de stad, op zoek naar een warm plekje waar hij de nacht kon doorbrengen, en wat eten dat hem staande kon houden. Meestal bestond zijn maaltijd uit restjes van het restaurant om de hoek, maar aangezien het deze week gesloten was, moest River overgaan op methodes die hij liever niet gebruikte: stelen.
      Het was niet zozeer dat hij tegen het principe was van stelen, het was immers een noodzakelijk kwaad en de mensen waarvan hij stal, konden meestal wel een paar broden misschien – en als River hen bekeek, zou het misschien wel zelfs goed zijn als ze een paar broden zouden missen. Wat hij haatte aan het stelen, was dat het hem keer op keer alleen maar een heleboel ellende opleverde. Ook nu, nu hij achtervolgd werd door de dikke bakker van bakkerij ‘Het Eclairke’.
      Een echte achtervolging was het echter niet, want zelfs met zijn ondergewicht slaagde er River zonder moeite in de bakker af te schudden. In principe had hij met zijn misdaad zelfs iets goeds gedaan. Het was waarschijnlijk de meest intensieve beweging die de bakker in maanden had geleverd, aangezien hij de echte zware arbeid in de bakkerij overliet aan zijn zonen.
      Na een dikke kilometer besloot River dat hij de bakker had kunnen afschudden en nam hij een grote hap van het stokbrood dat hij had gestolen. Eten smaakte altijd beter wanneer het gestolen was. Simpelweg omdat de restjes van het restaurant gewoonweg niet vers waren. Tevreden met zijn buit wandelde River verder over de markt, terwijl hij regelmatig eens een hap nam. Hij had geleerd niet te snel te eten, want dat zorgde er enkel voor dat je zeker twee keer zo snel terug honger had.
      Op de kruising tussen de Hoofdweg naar het paleis en de Marktlaan bleef hij even staan. Hij wist niet waarom precies, hij wist alleen dat hij het beter niet had gedaan, want op dat moment zag hij de bakker vanuit een steegje komen rennen, en hij had twee van zijn zonen met zich meegenomen. Een dikke bakker kon hij nog wel ontlopen, maar twee fitte zonen was een heel ander paar mouwen.
      Zonder er een tweede gedachte aan vuil te maken zette River het op een lopen. In de verte hoorde hij nog vaag: ‘Daar, grijp hem!’ Hij had nog nooit zo hard voor zijn leven gerend. Meestal was hij er altijd in geslaagd zich ergens te verbergen wanneer hij iets had gestolen. Waarom hij dat nu niet had gedaan, bleef hem een raadsel.
      Hij hoorde de zware voetstappen van de twee jongemannen naderen en probeerde zijn pas nog iets te versnellen, maar in een vlaag van onvoorzichtigheid, zette hij een verkeerde stap en bleef hij met de tip van zijn schoen haken achter een uitstekende tegel. Hij viel omver, maar belandde met zijn hoofd niet op de grond, maar recht tegen maagstreek van een vreemde. Hij zat in de val, hij…
      De voetstappen van de jongemannen stopten. De bakker voegde zich bij het trio. ‘Hij heeft een stokbrood gestolen!’ stootte hij hijgend uit. ‘En hij zal ervoor betalen, hij zal ervoor betalen met alles wat hij heeft.’
      River kromp in elkaar.
      ‘Rustig, meneer de bakker,’ zei de vreemde tegen wie River was gebotst. Voorzichtig duwde hij Rivers hoofd een beetje naar achter, zodat hij niet langer tegen zijn buik leunde. Een paar tellen lang keken ze naar elkaar, en River was ervan overtuigd dat hij gewoon zo uitgehongerd was dat hij ook nog begon te hallucineren. ‘Ik zal dat stokbrood wel betalen,’ zei de vreemdeling plots.
      Met grote, hoopvolle ogen keek River hem aan, maar omdat de vreemdeling voor zich uit keek en geen aandacht schonk aan het miezerige hoopje ellende dat voor hem zat, kon River zijn gezicht alleen langs beneden aanschouwen.
      ‘Oh nee,’ zei de bakker opeens. ‘Dat hoeft echt niet, uwe majesteit, echt niet. Eén stokbrood zal het verschil ook niet maken.’ Toch grappig, hoe een houding zo snel kon omslaan wanneer ze tegen een hogere stand praatten.
      River hoorde hoe de voetstappen langzaam vervaagde. Na een aantal seconden bleef hij alleen achter met de vreemdeling tegen wie hij had gebotst.
      Zodra hij de illusie kreeg dat hij kon rechtstaan en onopvallend kon verdwijnen, verweefde de vreemdeling zijn handen door Rivers haren, hurkte hij bij hem neer en dwong hij hem zijn gezicht op ooghoogte te houden door lichtjes aan zijn haar te trekken.
      ‘Wow,’ zei hij haast oprecht verbaasd. ‘Het is net alsof ik in de spiegel kijk! Een heel vuile spiegel, dat wel.’ Er verscheen een geniepige glimlach op zijn gezicht, het soort glimlach dat River vertelde dat hij zich best uit de voeten maakte. Hij probeerde zich los te rukken, maar het had geen baat, vooral omdat hij zichzelf inhield. Hij wilde iemand van koninklijk bloed niet kwaad maken. Daarvoor hield hij te veel van zijn leven, hoe ellendig het ook mocht zijn.
      ‘Mag ik… gaan?’ vroeg River vertwijfeld.
      ‘Waarom? Het is toch niet alsof je ergens naartoe moet, je leeft op straat en zo.’ Auch, die was pijnlijk, maar het was wel de harde waarheid.
      Deels beschaamd, deels gekwetst keek River weg.
      ‘Wil je dat ik ervoor zorg dat je niet langer op straat hoef te leven?’ vroeg de vreemdeling.
      River keek hem even hoopvol aan, maar herinnerde zich toen de enige manier waarop iemand hem uit de armoede kon helpen. ‘Nee, ik ga niet de prostitutie in,’ zei hij, feller dan hij had bedoeld.
      De vreemdeling liet zijn haar los en sloeg zijn hand meteen voor zijn mond om zijn lach te onderdrukken. River had geen idee wat hij hier precies zo grappig aan vond.
      ‘Ik heb het nooit zelfs maar over prostitutie gehad,’ zei de vreemdeling, terwijl hij nog steeds een beetje aan het grinniken was. ‘Nee, dit is een aanbod dat je gewoon niet af kunt slaan. Omdat… Ik zou je heel graag willen vragen om mijn plaats in te nemen.’
      ‘Jouw plaats?’ vroeg River achterdochtig.
      ‘Ja,’ zei de vreemdeling, die zijn tanden bloot lachte. ‘Mijn plaats als kroonprins.

Reacties (7)

  • aarsvogel

    Dan gaan Eli en Connor vluchten en trouwen en een kindje adopteren en dan is alles schattig en gay🏳️‍🌈

    3 jaar geleden
  • Vasya

    Hahaha, oh wauw :'D
    Dit verhaal is fantastisch, en ik ben nog maar drie hoofdstukken ver, dus ik ben benieuwd naar de rest :')

    3 jaar geleden
  • Arcturus

    Hahahah, smart en dan kan Connor vluchten met Eli ^^

    3 jaar geleden
  • Value

    niiice wil ook wel zo'n aanbod krijgen om prinses te worden

    3 jaar geleden
  • Lerwick

    Het is echt zo leuk dat er een vlaagje humor in dit verhaal zit. Dat maakt het nog tien keer leuker om dit te lezen. (:

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen