Foto bij Proloog

Ok ik heb besloten om er direct in te vliegen mat een beetje drama, enjoy;)

Dit is Albus POV

Ik loop afgepeigerd door de gangen. Ik had weeral niet kunnen slapen. Ik had weer even een nachtmerrie over die keer dat ik de heer van het duister zag en dat ik met een tijdverdrijver terug naar het verleden ging om Cedric te redden van de dood. Helaas ging het helemaal mis. Degene die ons eerst hielp bleek later de dochter van Voldemort te zijn! En Roos is ook veel veranderd, we zijn nu zelfs beste vrienden! We hebben alles uitgepraat en het bleek dat ze zich onder grote druk voelde staan waardoor ze zo raar deed en dacht dat ze "zich naar waarde moest gedragen" zoals zij het zei. Ik begreep haar heel goed. Soms wenste ik ook nog wel eens dat mijn vader niet zo beroemd was. Dat ik niet zo'n schande was voor de familie door in Zwadderich te zitten. Gelukkig is die tijd nu voorbij. Door al hetgeen wat er het voorbije jaar was gebeurd zijn mijn vader en ik dichter naar elkaar toe gegroeid en kunnen we nu veel beter met elkaar overweg, al zijn er soms wel nog wat ongemakkelijke momenten. Ik laat me even neerploffen op een in steen uitgehouwen bankje en zucht. Ik wordt nu wel nog steeds een beetje gepest maar niet meer zoveel als vroeger. Het komt waarschijnlijk omdat ze zien dat het beter gaat tussen mij en mijn familie. Dat zal ze waarschijnlijk een beetje op afstand houden want bijna half Grifoendor bestaat uit mijn familie en ik denk niet dat ze die tegen zich willen hebben. Ik laat mijn ogen even ronddwalen als ik ineens een jongen half verscholen achter een paal zie zitten. Als ik wat beter kijk zie ik dat het James is! Hij zit te staren naar een of ander oud boek. Ik weet niet zeker of hij nu eigenlijk wel leest of niet. Ik kijk de hal nog eens rond en zie dat die helemaal uitgestorven is, niet dat er hier zo veel mensen komen hoor. Ik ben wel benieuwd wat er nu zó interessant is dat het James aan het lezen zet. Want geloof me een serieus lezende James is bijna even zeldzaam als een oranje terzieler als het niet Zwerkbak door de Tijd heen of Grappen & Grollen is. En ja ik weet het, een oranje terzieler bestaat helemaal niet net als een geconcentreert lezende James! Ik werk mezelf overeind en slenter richting James er op lettend dat ik niet te veel geluid maak want ik denk niet dat James me zomaar zou zeggen wat hij aan het doen is als hij zich zo verstopt achter een paal. Nu ik dichterbij kom zie ik dat het geen boek is maar een stokoud stuk perkament! Kan het nog vreemder?! Wat in Merlijnsnaam moet James met een oud stuk perkament? En het engste is nog dat hij er zo gebiologeerd naar staart. Ik ben op een paar meter afstand als ik zie dat er allemaal bewegende dingetjes op staan. Zo stil mogelijk loop ik naar James toe die me niet kan zien omdat hij met zijn rug naar me toe zit. Stil loop ik nog een beetje verder om het beter te kunnen zien. Ik ben nu zo dichtbij dat ik kan zien dat het allemaal bewegende voetstappen zijn met een paar woorden erbij. Als ik beter kijk zie ik dat het namen zijn! Ik zie zelf mijn naam en die van James erbij staan. Gelukkig kijkt hij daar niet naar want hij kijkt heel gefocust naar linksonder. Ik kan net niet zien welke naam het is. In een milliseconde besluit ik om het perkament uit zijn handen te trekken zodat ik het zelf eens beter kan bekijken. Deze handeling kwam totaal onverwacht voor James die zich kapot schrikt en een schreeuw geeft waardoor ik even snel naar de naam kan kijken. Het is de naam Vanessa Hazelaar. Een populair meisje uit Ravenklauw. James doet een uithaal naar mij die ik op het nippertje kan ontwijken. 'Zo zo broertje, ben jij Vanessa Hazelaar aan het bespioneren?' Vraag ik hem met oprgetrokken wenkbrauwen. James kijkt me even ontzet aan. 'Hoe lang sta jij hier al?' Vraagt hij mijn vraag ontwijkend. Ik haal grijnzend mijn schouders op. 'Wat is dit?' Vraag ik hem zijn vraag ook ontwijkend. 'Wat ga je daarmee doen?' Vraagt hij doelend op het oude stuk perkament. 'Wat is dit?' Vraag ik weer. James die nu begint door te hebben dat ik toch niet ga antwoorden op zijn vragen gromt even en begint naar me toe te lopen om het perkament terug te pakken. Helaas voor hem was ik sneller en doe een stap naar links en kijk naar James die zich omdraait en me boos aankijkt. 'Al, geef mij de kaart terug!' Terwijl hij me weet vast te grijpen. 'Het is dus een kaart?' Zeg ik me uit zijn greep worstelend terug. Zo blijven we een tijdje doorgaan met iets dat steeds meer op ravotten begint te lijken. Op een bepaald moment sta ik op een doodlopende gang met een speels grijnzende James voor mij. Hij weet dat hij me te pakken heeft en daar geniet hij een beetje te veel van naar mij zin. Hij doet dreigend een stap in mijn richting terwijl ik hijgend een paar stappen naar achteren zet. Hij kijkt me nog steeds grijnzend aan terwijl ik probeer hem onschuldig aan te kijken. Hij schudt nog steeds grijnzend zijn hoofd en kan met een listige beweging de kaart aan me weet te ontfutselen. Ik kijk hem maar boos aan aangezien mijn onschuldige gezicht niet veel geholpen heeft. 'Je weet toch wel dat ik als grote broer het niet kan toestaan dat mijn kleine broertje een dief wordt hé? Zegt hij zijn zelfbewuste grote broer act aan het opvoerend. Ik kan me bijna niet inhouden van het lachen als ik hem inbeeld als een zelfbewuste grote broer het paste gewoon totaal niet bij James. 'Oh dus jij vind dat grappig?' Zegt James met opgetrokken wenkbrauwen. Ik knik mijn lach inslikkend. 'Dan zal ik je wel een even laten zien wat echt grappig is.' Zegt James ondeugend. Ik kan nog net een wenkbrauw optrekken als ik ineens zijn vingers in mijn buik voel prikken. Ik klap direct dubbel en stoot een harde lach uit. Sinds ik het weer goed heb gemaakt met iedereen lach ik veel meer dan vroeger. James moet ook beginnen lachen om mijn rare spastische bewegingen. Ik kronkel van het lachen op de grond met James boven mij terwijl hij me blijft kietelen. Even later hangt James grinnikend boven mij terwijl ik wat probeer bij te komen. Ineens besef ik dat James' gezicht wel heel dichtbij is. Ik schrik een beetje als ik het topje van zijn neus tegen het mijn voel botsen. Ik kijk een beetje opgelaten in zijn ogen. En om de een of andere reden kan ik niet wegkijken van zijn chocolade bruine ogen. Zijn warme adem kringelt rondom mijn gezicht. Mijn ogen zijn gefocust op zijn lippen die steeds dichterbij lijken te komen. En voor ik het weet voel ik zijn zachte lippen op de mijne drukken. Een seconde later zijn ze alweer verdwenen en zit James met grote ogen tegen de muur gedrukt. Hij lijkt een beetje overstuur te zijn en dat is nogal zacht uitgedrukt. Ik zet me recht en loop voorzichtig naar hem toe. 'Dat was niet de bedoeling.' Stoot hij uit. Ik ben even stil en besluit dat ik het als een ongelukje zou beschouwen en er luchtig over zou doen. Want James kennende zal hij dit anders zijn hele leven bij zich dragen. 'Het is al goed James, zeg nu zelf die kus paste nou gewoon heel goed bij dat moment niet? Ieder ander zou dat ook hebben gedaan.' Hij kijkt me even smekend aan alsof hij me smeekte om ervoor te zorgen dat hij mijn woorden zou geloven. 'Zolang het maar niet nog eens gebeurt goed?' Vraag ik hem glimlachend. Hij knikt half overtuigt en laat zich door me rechttrekken. Soms heb ik echt het gevoel dat ik de grote broer ben in plaats van James denk ik hoofdschuddend. Samen lopen we zonder nog een woord te zeggen terug naar de plek waar we onze spullen hadden achtergelaten om daarna op te splitsen en elk naar onze les te gaan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen