Foto bij H9: Afspraak ~ Nick

Het hoofd van mijn klusjesman kwam tevoorschijn en ik keek hem vragend aan. “Er is bezoek voor je”, zei hij en hij duwde de deur verder open, waardoor die nog eens kraakte. Hij leek zich er ook aan te irriteren, dus waarschijnlijk ging hij dat zo snel mogelijk maken. Achter hem zag ik Khana verschijnen en ze glimlachte even, waarna ze binnen kwam. Ze wisselde nog even een blik uit met de klusjesman die ik niet meteen kon plaatsen, maar toen sloot hij de deur en kwam Khana in een van de stoelen voor mijn bureau zitten.

“Hoi Khana, hoe gaat het?” vroeg ik en ze antwoordde: “Hey, goed hoor. Mooi huis trouwens.” Ik glimlachte even, want dat was een reactie die ik wel vaker kreeg. “Bedankt, helpt bij het versieren”, plaagde ik haar, doelend op wat er eergisteren werd gezegd. Ze schudde glimlachend haar hoofd en zei: “Je bent echt ongelooflijk…” Ik grijnsde en ging ontspannen zitten. “Dus… wat wou je allemaal bespreken? Of wat wil je weten?” vroeg ik toen om ter zake te komen en ze werd serieus. “Wel…”, begon ze en dat was het begin van een lang gesprek.

Tegen 17u00 namen Khana en ik afscheid van elkaar en vertrok ze weer naar huis. Ik had wel een goed gevoel bij haar, wat enkel beter uitkwam als we samen gingen reizen. Ze dacht over veel dingen na en had een vrij vrolijk karakter, wat ik positief vond. Zonder dat ze het echt wist, had ik haar ook wat extra getest en ik vond dat ze er goed op had gereageerd. Ze wist inderdaad vrij veel over mythische wezens, dus ze wou niet enkel op reis om de toerist uit te hangen. Terwijl Khana via de oprit wegliep, keek ik even naar de rozenstruiken naast mij. Rode rozen stonden volop in bloei en ik glimlachte even. Een groot huis en rode rozen leken inderdaad op een versiertruc… Ik draaide me om en liep terug naar binnen, om op mijn bureau mijn computer af te sluiten. Net toen ik de kamer weer wou verlaten, klonk mijn vaste telefoon en met een frons nam ik op.

“Met Newland”, zei ik en ging ondertussen zitten. De persoon aan de andere kant van de lijn praatte snel en zacht en af en toe humde ik. “Nee, dat is geen probleem. Over twee weken komen we naar daar”, antwoordde ik en weer praatte de persoon verder. “Bedoel je Halatir? Nee, laat maar… Hoezo? Hij? Niet alleen… Nee… Ja… Mijn reisgenote heet Khana, zij… Ja? Nee, maar… Al goed, tot dan”, zei ik en legde af. Ik zuchtte even diep en liep toen naar de deur. Toen ik deze open deed, zag ik iets verderop mijn klusjesman wegwandelen. “Halatir!” riep ik en hij draaide zich om. “Kan je nog even die deur maken?” vroeg ik en hij knikte zwijgend, waarna ik verder naar de keuken liep en een beker noedels klaarmaakte. Wat verderop hoorde ik de deur af en toe nog piepen, maar na een tijdje was het stil. Ik was blij dat ik Halatir in dienst had, anders moest ik dat allemaal doen.

’s Avonds liep ik naar mijn kledingkamer en pakte een lang voorwerp tevoorschijn. Ik wikkelde de doeken ervan af en er verscheen een typisch Japans zwaard, een katana. Tevreden liep ik ermee naar buiten en haalde het zwaard uit zijn schede, waarna ik er wat mee oefende. Vroeger had ik geleerd hoe ermee om te gaan en dat was ik nooit verleerd. Het voelde fijn om er één mee te worden en pas toen het echt donker was, stopte ik en ging ik weer naar binnen. Nog twee weken…

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen