Foto bij Hoofdstuk 5, Voorjaar 1259

Het was een rustige ochtend in het kasteel. Alles was zoals het op andere dagen ook zo was. Ditta maakte haar ochtendwandeling en haar bewaker hield haar nauwlettend in de gaten. Het was eind mei en langzaam begon het minder koud te worden. De bloemen stonden prachtig in bloei en op een stuk weiland iets verderop liepen de lammetjes vrolijk tussen hun moeders.
Ditta hield van de lente, maar verlangde naar een warme zomer. Haar dikke bontmantel had ze verwisseld met een dunnere variant. Deze had geen zware stof, maar hield haar wel warm. Gezien ze zo dicht aan de kust zaten, had je nog wel de koele zeewind.
Ditta hoorde de klokken luid rinkelen. Rare tijd, dacht ze zelf. Het was nog geen middaguur en de ochtendmis was allang afgelopen.
“Gradiner, wat is er?” Hij keek bezorgd en zag verschillende dienstbodes paniekerig om zich heen kijken en naar het kasteel toegaan.
“Ik denk dat er wat is gebeurd, Koninklijke Hoogheid. Ik denk dat ik u beter naar uw vertrek kan brengen.” Ditta vond het jammer dat haar ochtendwandeling afgekapt werd. Liever voorzorgsmaadregelingen nemen, dan een makkelijke prooi. Ditta knikte en volgde de wachter.
“Het zou toch niet iets ernstigs zijn?” Ditta probeerde het gezicht van Gradiner af te lezen. Hij had een starre blik met zijn mondhoeken naar beneden.
“Ik ben bang van wel, prinses.” Ditta voelde een brok in haar keel en haar ontbijt voelde ze naar boven komen. De zure smaak zou ze zo wel wegspoelen met een mok zoetbier. Wat als het Agnes was, maar ze probeerde die gedachte weg te drukken. “Blijf dicht bij mij, prinses.” Het was een bevel. Gradiner deed het niet vaak, maar ze luisterde er wel naar. Voordat ze de kasteelmuren hadden bereikt, ging de poort naar beneden. “Hey! Wat moet dat? Ik heb hier Koninklijke Hoogheid, prinses Ditta van Denemarken. Wij eisen toegang tot het kasteel,” bulderde Gradiner hard. Aan de andere kant van de poort kwam uit het wachtershuisje een van de soldaten. Hij deed zijn helm af. Ditta slikte en voelde tranen opwellen in haar ogen. Dit was het teken dat iemand overleden was. Ze had het vaker gezien afgelopen jaren. Haar onderlip begon te trillen, wat als het Agnes was zei de stem in haar hoofd. De soldaat maakte een korte buiging. Ditta voelde haar hart sneller kloppen.
“De koning heeft ons verlaten, doch zijn troon zal nooit leeg zijn.” Ditta haalde opgelucht adem, want Agnes was veilig.
“God hebbe zijn ziel,” ze maakte snel een kruis.
“Waarom mogen wij niet naar binnen?” De soldaat keek vluchtig naar de prinses en toen naar Gradiner.
“De schuldige is nog niet gevonden,” fluisterde hij net zo zacht dat Ditta het niet kon horen. Ze had het ook niet kunnen horen, omdat ze te diep in haar eigen gedachten zat.
“Hoe?” Met een schuin oog hield Gradiner de prinses in het zicht.
“Sommigen spraken van een onverklaarbare actie van onze lieve vader voor zijn daden.” De soldaat knikte met zijn hoofd richting Ditta. “Echter na de ochtendmis voelde hij zich niet goed en een van de misdienaren is vermist. Grote kans dat hij er iets mee te maken heeft.” Gradiner knikte begrijpelijk, want dit was een ernstige zaak.
“Laat ons via de zijdeur naar binnen. Bij de stal.” De soldaat knikte en regelde snel vervanging door een smoesje te verzinnen. Toen ze binnen waren, bedankte Gradiner de soldaat. “Kom op, prinses, we brengen je naar de troonzaal waar nu de rest van het hof zich verzameld zou hebben.” Ditta knikte braaf en liep achter hem aan.

Ditta was nog niet binnen of Agnes vloog haar al om de hals. De meisjes hielden elkaar stevig vast, opgelucht dat beiden geen kwaad was misdaan. Op de troon zat nu kleine Erik. Zijn ogen waren rood en opgezwollen. Ditta concludeerde dat hij had gehuild en daarna een tik had gekregen van zijn moeder. “Controleer je emoties, want emoties is zwakte.” Het waren woorden die ze als klein kind altijd hoorde van de koningin. Dit was de eerste keer dat Ditta medelijden had met Erik, want ondanks dat hij nu koning van Denemarken was, had hij geen enkele macht. Hij had geen invloed in het bestuur, geen bediende die naar hem luisterde en iedereen moest eerst door Margaretha heen. Ze had hierover gehoord. Hij was koning zonder macht waar de regenten het land bestuurden.
“Ik ben zo blij dat je veilig bent.” Ditta omhelsde haar zusje nogmaals en glimlachte breed. Ditta keek naar de andere troon. Koningin Margaretha leek helemaal niet verslagen of ontroerd, gezien de omstandigheden. Ze was zo kil als de barre winter van twee jaar geleden, Ditta slikte en kreeg het erg benauwd. Als Margaretha de nieuwe regent was, liepen zowel Agnes als zij gevaar.

Ditta dacht aan de afgelopen maand, waarbij ze een paar keer in de vertrekken van de koning was geweest. Hij wilde praten over haar toekomst. Twee dagen geleden was ze nog in zijn studeerkamer geweest. Hij vertelde het nieuws dat ze het wandtapijt niet hadden kunnen vinden. Toch had hij wel nog positief nieuws. Hij had haar een paar potentiële huwelijkskandidaten voorgesteld. Al wist Ditta op dat moment niet of ze daar nou erg blij mee was. Ze had drie portretten gezien. Groot hertog Timotheus van Litouwen, negentien jaar oud en nu al een goede strijder. Hij had een lange baard, donkere ogen, maar een ondoordringbare blik. Zijn oren waren bijzonder groot, al hoopte Ditta dat de schilder uitgeschoten was met zijn penseel.
De tweede huwelijkskandidaat was Graaf Otto de tweede van Anhalt, een klein graafschap in het Heilig Roomse Rijk. Hij was erg welvarend had haar oom Christof verteld. Vijfentwintig jaar en nu al een paar onderscheidingen van het dienen in het Roomse leger.
De derde kandidaat was prins Erik Birgerszoon hertog van Småland, broer van Valdemar van Zweden die met haar zus Sofia was getrouwd. Ondanks dat hij twaalf was, zou hij wel een goede huwelijkskandidaat voor haar zijn. Het zou ook betekenen dat ze haar zus Sofia vaker zou zien. Gezien Erik nog niet op leeftijd was om over het hertogdom te regeren, woonde hij nog aan het hof van de koning van Zweden.
Ditta had de paar keren die ze met haar oom Christof was eigenlijk niet als onprettig ervaren. Hij was aardig geweest en vertelde haar zelfs verhalen over zijn jeugd met haar vader. In haar laatste gesprek met hem dacht ze op te merken dat hij berouw toonde. Misschien had hij te horen gekregen van zijn vrouw wat er een jaar geleden gebeurd was. Misschien was het waar geweest wat ze toen gehoord had, want hij probeerde het goed te maken door haar uit te huwelijken aan een juiste partij. Het waren hersenspinsels waar ze mee worstelde in haar gedachtes.

Reacties (1)

  • Manonxxx

    Goed stukje.

    Hopelijk schrijf je snel weer verder.

    Xx

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen