Foto bij Hoofdstuk 6, Midzomernacht 1259

Het was een warme avond. Al enkele dagen hadden ze geen vleugje wind gehad. Zelfs al zaten ze zo dicht bij het strand. Ditta wapperde met een waaier om zo nog een beetje koelte te krijgen. Zij en nog een paar andere dames van het hof hadden hun lichtste kleding aangetrokken. Zij hadden echter wel een dikke mantel meegenomen voor het avondfeest. Bij een paar dames liep het zweet van het voorhoofd af.
Ditta was verheugd dat ze hiernaartoe mocht en zich onder de mensen mocht begeven. Na de dood van de koning, moge God zijn ziel behoeden, waren zij en Agnes opgesloten geweest in de toren. Door de plotselinge hitte was het daar afzien en zo min mogelijk uitvoeren. Onder het bewind van koningin-moeder Margaretha werd er geregeerd met een ijzeren vuist. Hoe ongelukkig dit ook was voor Ditta en haar zusje, ze besloot het beste ervan te maken. Door zich goed te gedragen mocht ze op dagen zoals deze zich onder de mensen bevinden en het beste: de torenkamer uit. Het midzomernachtfeest was van oorsprong een heidens feest, wist Ditta. Vroeger als Helle voorlas, vertelde ze over de woeste heidenen, die ze Vikingen noemde, die hier vroeger woonden. Ditta vond het leuk om over het verleden te horen. Tegenwoordig vierde ze de nacht voor de naamdag van Johannes de Doper die op de 24e geboren was.
Ditta had het gevoel alsof ze bekeken werd. Haar ogen tuurden door het veld. Vrolijk dansende mensen die het uitjoelden van het plezier. Blije gezichtjes van de kinderen die spelletjes speelden en de licht beschonken heren die kaartspellen speelden. Tussen de feestende menigte keken twee diepblauwe ogen haar priemend aan. Ditta voelde een brok in haar keel en keek snel weg. Wie was dat, waarom staarde hij haar zo aan? Ditta wilde hier weg. Ze werd omhoog geholpen door een van de bediendes. Daarna liep ze snel door de mensenmenigte heen om hem kwijt te raken. Zijn blik bleef branden in haar rug. Ze wist niet waarom, maar hij wilde iets van haar.
“Uwe hoogheid, prinses van Denemarken. U wordt verzocht om zich bij de rest van de familie te voegen. Ze gaan zo het vreugdevuur ontsteken.” Het was Gradiner, haar persoonlijke wachter. Ze had hem ondertussen vergeven voor zijn actie. Hij moest haar en Agnes in de gaten houden. Agnes was makkelijk, maar Ditta, daar had hij zijn handen vol aan. Het was niet wat hij verwacht had van zijn werk als vroegere soldaat, privéwachter van twee prinsesjes worden. Toch voelde het goed. Hij had beide prinsesjes geboren zien worden. Hij kende hun beide ouders, want hij diende onder koning Erik de Eerste. Het was een laatste dienst bewijzen voor zijn oude koning. Ditta en Agnes stonden met hun neefjes en nichten helemaal links van de koning en de koningin-moeder, naast de andere kinderen van de vorige koning, Abel. De kroning zou morgen plaatsvinden. De nieuwe koning wilde de fakkel aanpakken van de bediende.
“Ben jij helemaal gek!” schreeuwde de koningin-moeder. “Hij is nog maar een kind. Je had de koning kunnen bezeren!” Ditta haatte haar schelle stem. Ze gaf de bediende een klap in het gezicht. “Waag het niet om ooit nog eens bij de koning in de buurt te komen, jij onnozele ezel!” Ditta wist dat Erik later ook nog een standje zou krijgen, omdat hij met het vuur wilde spelen. Na het kleine fiasco kwamen de gasten naar de tent. In het midden van het veld naast het kasteel zou straks het vuur worden ontstoken. De koningin-moeder stapte naar voren en sprak haar gasten toe. Ditta walgde van die vrouw. Nu was ze de lieve, meelevende koningin van Denemarken. Ondanks dat ze de titel koningin-moeder had gekregen, bleef ze als een klein kind volhouden dat ze recht had op haar oude titel en functie en dat ze koningin was. Het ging over de stroeve oorlog met de aartsbisschop Jacob Erlandsen. Hij durfde haar zoon, de koning gekozen door God, zijn recht in twijfel te trekken. Veel edellieden haalden hun geldzaken tevoorschijn en deden gulle donaties in de hoop om zo een wit voetje te halen bij de nieuwe regente.
“Erlandsen heeft gelijk,” mompelde Agnes. Ditta gaf haar een schop.
“Agnes,” zei ze bits. “Hou je muil,” siste ze met haar tanden dicht op elkaar. Agnes draaide zich om en gaf haar een duw. “Agnes, stop.” Ditta wilde niet dat ze de toespraak zouden verpesten, anders had ze echt de poppen aan het dansen. Margaretha vertelde wat onsmakelijke grappen over Erlandsen en zijn kinderkoor. Deze schunnige grappen bevielen wel bij het publiek, waardoor ze schaterend verderging. De koningin-moeder ging verder over hoe koning Erik hun graan, hun mannen en hun wapens nodig had om zo voor het hele land goed te kunnen zorgen. Alles wat Ditta hoorde, was het egoïstische, dure leven dat de koningin nu moest onderhouden voor zichzelf. Ditta had gehoord van haar dure smaak in exotische stoffen, geurige wierook uit vreemde landen en haar belachelijke voorkeur om elk jaar alles opnieuw te stofferen. Het waren uitgaven die de Kroon zich eigenlijk niet kon permitteren en toch gebeurde het. Ditta vond weer tussen de mensenmassa die diepblauwe ogen die naar haar staarden. Ze negeerde het, maar van binnen wilde ze naar de man toe stappen, hem aanspreken en toch deed ze dat niet. Nadat het vreugdevuur heftig brandde, vloeide er nog meer drank.
“Zijne hoogheden, het is tijd dat jullie je terugtrekken in jullie vertrekken.”
“Vertrek,” corrigeerde Ditta de wachter. Hij bleek het te negeren. “Waar is Gradiner?” Het voelde niet fijn dat hij ineens afwezig was. Sinds de laatste twee maanden was hij constant bij haar geweest. De wachter negeerde haar vraag. “Moet ik mezelf duidelijk maken?” Ditta meende het. Het maakte haar niet uit dat hij geen zin had om een kind te beantwoorden, maar ze wilde weten waar hij was.
“Zijn vrouw is net bevallen.” Ditta was met stomheid geslagen. Had hij een vrouw? Was ze zwanger? Ditta bedacht zich dat ze nooit maar iets aan hem vroeg, want hij was er niet om leuk mee te kletsen. Ze zag de man elke dag, maar wist niets over zijn privéleven. Zonder weerwoord volgden de twee prinsesjes de wachter. Het viel Ditta op dat zijn laarzen erg smerig waren en zijn mantel was te lang voor zijn lengte. Ondanks dat ze op het veld naast het kasteel zaten, was het een klein stukje lopen. Het was snel donker geworden en de lantaarns die het pad normaal verlichtten, waren gedoofd. “Blijf bij mij,” sprak de wachter, en dat deden de meisjes. Ditta spitste haar oren toen ze geritsel hoorde. Ze stopte. “Prinses, kom,” zei de wachter dringend. De toon beviel Ditta niet en ze voelde kippenvel over haar hele lichaam. Vanuit de verte hoorde ze gelach, muziek en gezang. Dat zou het wel geweest zijn, vertelde Ditta zichzelf om rustig te worden. Hij bracht ze naar de deur van hun vertrek. De meisjes bedankten hem. Het was een lange dag geweest en ze vielen vrijwel direct in slaap.

Ditta werd midden in de nacht wakker. Het was stil in de kamer. Buiten hoorde ze nog vaag geluiden van dronkenlappen die de weg kwijt waren. Een dun strookje maanlicht kwam naar binnen. Verder was alles donker. Ze liep ernaartoe en keek naar de binnenplaats. Het leven stond daar niet stil. Je zag altijd wel bediendes nog heen en weer lopen. Ditta ging terug in haar bed liggen. Net voordat ze weer in slaap viel, kwam ze verschrikt overeind. Het was stil in de kamer, wat onmogelijk was, want Agnes snurkte als een beer. Ditta tastte in het bed naast haar, waar Agnes hoorde te liggen.
“Agnes?” fluisterde ze. Geen gehoor. “Agnes?” Ditmaal iets luider. Nog steeds niets. Ditta hoopte dat Agnes even naar het gemak was gegaan. Ditta liep naar de deur. Ze trok eraan, maar hij bleef dicht. In de nacht was deze nooit dicht. Nogmaals trok ze eraan. Misschien zat hij gewoon klem, maar het was tevergeefs. “Help!” gilde ze, terwijl ze op de deur begon te bonken. “Help!” Ze wist dat mensen het waarschijnlijk niet zouden horen. Ze voelde opeens een windvlaag. Het raam! Snel ging ze erheen en begon eruit te schreeuwen alsof haar leven ervan afhing. Dat had in Agnes haar geval zo kunnen zijn, bedacht Ditta zich.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen