Foto bij Hoofdstuk 82; Rose.

‘Apollo?’ Rose was verbaasd hem te zien. Voor zover zij wist, was het ongebruikelijk dat de goden hen bezochten. In deze tijd althans.
Apollo leek verrast. ‘Hebben wij elkaar eerder ontmoet?’
Rose schudde het van zich af. ‘Uiteraard niet.’ Ze boog haar hoofd lichtjes.
Apollo glimlachte naar haar. ‘Dus jij bent Panthea’s nieuwe rechterhand.’
Rose keek hem strak aan. ‘Ik geloof dat u daar verkeerd zit.’
‘Ik geloof van niet,’ zei Apollo kalm.
Rose keek hem zwijgend aan.
Pas toen hij niet leek te gaan spreken, opende ze haar mond weer. ‘Waar kan ik u mee van dienst zijn?’
Apollo glimlachte. Hij was even charmant als altijd.
‘Mijn beste Rose. Rose, was het niet?’ Rose gaf een knik ter instemming. ‘Het gaat er niet om waar jij mij mee kunt helpen, maar wat ik voor jou kan betekenen.’ Rose keek hem kalm aan. Ze wilde fronzen, maar goden in deze tijd waren onvoorspelbaar. Ze moest voorzichtig handelen.
Apollo glimlachte. ‘Je hoeft niet zo stijf te zijn. Ontspan.’
‘Heer Apollo,’ zei Rose. ‘Ik begrijp dat u alle tijd heeft, echter is tijd voor ons een realiteit waar wij niet omheen kunnen.’
Apollo glimlachte. ‘Ik zie waarom mijn vrouw je mag.’
‘Vrouw?’
‘Officieel wellicht nog niet, maar uiteindelijk zal ze mijn vrouw zijn,’ zei Apollo.
‘Heer. Apollo.’ Rose fronste. ‘Wanneer exact heeft u vrouwe Panthea ontmoet?’
Er viel een stilte.
‘Zeer opmerkzaam inderdaad,’ hoorde Rose hem mompelen.
‘Heer?’
Hij schraapte zijn keel. ‘Zoals ik al zei-‘
‘U heeft mijn vraag niet beantwoord,’ zei Rose. Ze wist dat ze bot was, maar als Panthea van deze tijd haar mocht, zou hij haar hoogstwaarschijnlijk niet zomaar iets aandoen.
‘Dat is correct. Daar heb ik bewust voor gekozen.’
‘Waarom?’ Rose keek hem kalm aan.
‘Alles heeft een reden, Rose.’ Apollo keek niet weg. Hij daagde haar uit. ‘Alles komt op z’n tijd.’
‘Uiteraard. Zoals u wenst. We zullen er over zwijgen.’
Apollo gniffelde. ‘Mijn vrouw heeft mij gevraagd u te helpen.’
‘Mij te helpen?’
‘Uiteraard.’


‘Alathea, waarom ga je niet kennis maken met de anderen.’
Alathea gaf een knik en verliet de tent weer.
Michael keek haar aan. ‘Ongelofelijk. Rose Movanie. Leidster van De Wacht.’
‘Een deel van De Wacht. Een deel dat aan jou overgedragen wordt tijdens de samenvoeging van onze groepen.’
Michael’s wenkbrauwen schoten verbaasd de hoogte in. ‘Aan mij overgedragen?’
‘Natuurlijk!’ zei Rose.
‘Maar-‘
‘Ik wil de leiding niet hebben Michael. Ik mag dan wel goed hebben gedaan in de afgelopen eeuwen, maar dat betekend niet dat ik de verantwoording wil.’ Rose zuchtte. ‘Soms is het fijn om niet constant bezig te zijn met leven en dood.’
Michael stootte een nerveus lachje uit. ‘Je bent veranderd.’
Rose keek hem aan. Ze voelde tranen in haar ogen prikken. ‘Ja,’ zei ze zachtjes. ‘Ja, dat klopt.’
Met een paar stappen was Michael bij haar. Een moment lang leek hij te twijfelen, voor hij zijn armen om haar heen sloeg en haar tegen zich aan trok voor een omhelzing.
Rose sloot haar ogen. Zijn warme aanraking deed haar spieren ontspannen. Ze legde haar hoofd tegen zijn schouder, concentreerde zich op het zachte gevoel van zijn adem tegen de zijkant van haar hoofd. Ze haalde diep adem. Hij rook naar dennen en rivierwater. Rose voelde haar lippen omkrullen tot een glimlach. Ze was vergeten hoe hij rook.
‘Alles is goed,’ hoorde ze hem zeggen. Zijn stem trilde lichtjes. Hij klonk onzeker. Toch bedoelde hij het duidelijk goed.
‘Je hebt het mis Michael.’ Michael nam verbaasd wat meer afstand. Rose opende haar ogen en glimlachte hem toe. ‘Alles is goed.’
Michaels bezorgde gezicht verzachtte en er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Nog altijd even stralend als ze zich kon herinneren.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen