Vandaag heeft Fay uit pure frustratie en woede al meer onschuldige grassprieten vermoordt dan nodig en ook nu staat ze weer in het gras te trappen. Zacht hoor ik haar vloeken op coach Travis. Een grijns speelt om mijn lippen. Ja, Percy Travis is echt een ongelofelijke, botte idioot en ja, hij moet echt normaal doen, maar ik ga mijn dag er niet door laten verpesten.

Ik loop naar Fay toe en pak haar arm vast. ‘Laat dat arme, onschuldige gras toch met rust,’ lach ik. ‘Kom, we gaan even iets anders doen.’
‘Wat wil je doen dan?’ moppert Fay.

‘Gewoon, iets.’ Ik moet nog even wat verzinnen, maar we gaan hier nu niet blijven. Er hangt hier een deprimerende sfeer na de woorden van de coach. ‘Kom mee.’


Samen lopen we over straat. ‘Er is echt iets mis met die man, wat denkt hij wel niet?’ briest Fay, nog altijd boos.

‘Ja, ja, ik weet het. Hij is een idioot, dat heb je nu al duizend keer gezegd,’ grinnik ik. Fay kijkt verontwaardigd op, maar voordat ze in de verdediging kan schieten, ga ik verder. ‘Hé! Dat is het!’ mijn oog is op iets gevallen, een pretpark! Dat is de perfecte afleiding en we hebben wel iets leuks verdiend na al dat trainen.

‘Wat is het?’ vraagt Fay verward.

Ik kijk haar vrolijk aan. ‘Een pretpark, natuurlijk! Kom dan, ik wil in het reuzenrad!’ Ik loop naar de balie en koop twee kaartjes.

Fay lijkt ondertussen toch wat opgevrolijkt te zijn, een lach speelt om haar lippen. ‘Het reuzenrad is die kant op,’ zegt ze meteen, wijzend naar links.
‘Hoe weet jij dat nou weer?’ vraag ik verbaasd.
Fay kijkt me even kort aan alsof ze niet zeker weet of ik het wel serieus meen en zucht dan diep. ‘Cassi, je bent echt hopeloos,’ deelt ze me serieus mee, maar ze grijnst wel. ‘Kijk, het reuzenrad valt nogal op, weet je.’ Ze knikt even omhoog en ik zie het hoge reuzenrad aan de linkerkant overal bovenuit steken.

‘Oh, eh…’ mompel ik. ‘Natuurlijk, wist ik wel.’ Het klinkt niet erg overtuigend en Fay weet het ook, ze grijnst breed. ‘Laten we gaan!’ voeg ik er snel aan toe. Ik sleur Fay mee naar het reuzenrad, voordat ze de bijdehante opmerking kon maken die ze zo te zien al klaar had.

Na even in de rij gestaan te hebben, stappen we het karretje in. Langzaam gaan we steeds hoger. Ik kijk over de rand en glimlach. Vanaf hier kan je de hele stad zien. Inazuma Town, de Steel Tower, verderop zie ik Raimon. Dit alles, Japan, het is in korte tijd allemaal zo vertrouwd geworden. Ik mis Italië nog wel, maar het is anders. Hier is nu mijn thuis, met Fay en met al mijn nieuwe vrienden.
Eindelijk zonder drama, al dat stiekeme gedoe en Alius. We zijn nu niet meer gescheiden en Fay hoeft zich niet voor te doen als mij - hoewel dat soms toch gebeurt, omdat we een aantal idioten in ons team hebben die ons nog steeds niet uitelkaar kunnen houden.

Ik ben blij dat we hier zijn, ook al wil ik Paolo en papa heel graag weer zien, maar Paolo gaan we weer zien. Op het WK, ik weet het zeker!

‘Waar denk je aan, Cass?’ vraagt Fay nieuwsgierig.
Ik glimlach vrolijk en maak een wijde zwaai met mijn arm. ‘Dit alles, en dat ik blij ben dat we hier zijn en dat al dat Alius-gedoe over is.’

‘Ik ook,’ verzucht ze. ‘Stomme aliens.’

‘Ze zijn geen aliens,’ reageer ik meteen.

Fay kijkt me even vermoeid aan. ‘Welles, Cassi! Dave sowieso.’

‘Dvalin is een uitzondering,’ geef ik mokkend toe. ‘Hij is echt een alien en hij mag wel weer teruggaan naar zijn thuispla- wat?’

Precies tegelijkertijd kijken Fay en ik over de rand van het karretje. Dat geschreeuw klinkt bekend, iets te bekend. Het komt vanuit de achtbaan. De oranje haarband valt meteen op. ‘Mark,’ zegt Fay.
Naast hem zit een meisje met paars haar. ‘En Camilia,’ vul ik aan.

‘Wat doen die nou samen in de achtbaan?’ vraagt ze bedenkelijk.

‘Denk jij wat ik denk?’ vraag ik Fay met twinkelende ogen.

Het is al duidelijk dat ze hetzelfde denkt, want er staan pretlichtjes in haar ogen en ze grijnst breed. ‘We gaan ze stalken.’

Zodra het ons bakje beneden is, stappen we uit het reuzenrad en rennen we richting de achtbaan. Als we bij het plein voor de hoofdingang komen, grijpt Fay mijn arm vast, zodat ik niet verder ren. ‘Daar zijn ze,’ zegt ze zacht. Ze knikt bijna onmerkbaar naar de menigte en dan zie ik ze ook. Ze kijken elkaar aan, totdat Camilia Mark vastpakt bij zijn pols en hem meesleurt met de woorden: ‘Kom mee, Mark!’

Ik kijk Fay even aan. ‘Volgen we ze?’

‘Wat denk je zelf?’ grijnst Fay. ‘Natuurlijk!’

We volgen Mark en Camilia stilletjes door de straten. Ze gaan een kledingwinkel binnen, maar wij lopen helaas iemand anders tegen het lijf. Een bepaalde blauwharige heks die we liever ontweken hadden, maar ze heeft ons al gezien.
Het is Sue en ze staat verstopt achter een boom. Geïrriteerd kijkt ze ons aan. ‘Wat moeten jullie hier nou weer?’ snauwt ze. ‘Stomme aliens.’

‘Jemig, Sue, hou daar toch mee op!’ val ik uit. Dat kind haalt me echt het bloed onder de nagels vandaan. ‘We zijn geen aliens.’

‘Je liegt,’ zegt ze simpel. Ze kijkt me arrogant aan. ‘Jullie liegen altijd, want jullie zijn een stel onbetrouwbare aliens. En nu stil zijn, want ik probeer Mark en Camilia te bespioneren.’

Ik sta op het punt om Sue weer aan te vliegen, maar deze keer lijkt Fay ineens verstandig. Ze legt haar hand op mijn schouder en schudt haar hoofd. ‘Stel je eens voor hoe leuk ze het zou vinden als je geschorst zou worden? Sue zou het geweldig vinden als je hierdoor niet mee mag doen aan het FFI, en dat plezier gun je haar toch niet?’

Ik haat het als Fay gelijk heeft. Ik haat het heel erg. ‘Kan ik haar niet per ongeluk slaan, of zoiets?’ probeer ik nog hoopvol.

Reacties (1)

  • Opperbibbsie

    Yay! Weer een hoofdstuk!

    ‘Oh, eh…’ mompel ik. ‘Natuurlijk, wist ik wel.’ Het klinkt niet erg overtuigend en Fay weet het ook, ze grijnst breed.

    Lekker bezig, Cassi
    xD

    Stomme Sue... Ze moet echt eens haar mond gaan houden, want anders...
    (N)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen