“Kan ik haar niet per ongeluk slaan, of zoiets?” probeert Cassi nog.

Ik kijk haar waarschuwend aan. “Nee. De coach is wel slimmer dan dat. Dan zet hij jou uit het team, en als dat gebeurt weet ik zeker dat mama mij ook terughaalt. We willen naar Paolo, toch?”

“Maar…” ze zucht. “Wat wil je dan doen?”

Ik haal mijn schouders op. “Weggaan. Er lopen hier een hele hoop leukere mensen rond dan dat kreng, bij wie we niet continu het risico lopen om uit het team getrapt te worden. Kom mee.” Ik sleep haar mee, een willekeurige richting op, nadat we allebei Sue nog snel een dodelijke blik hebben toegeworpen.

“Jullie komen precies op het juiste moment, kijk maar eens naar links,” klinkt de snerpende stem van dat kreng achter ons. Ik kijk instinctief naar links, ook al weet ik dat ze het niet tegen ons had.
Ik draai me om en zie nóg iemand staan die ik niet graag tegenkom: Nathan. De persoon naast hem, Jordan, is op zijn minst nog een gezellig, aardig, vriendelijk slim en enigszins loyaal persoon.

“Kom, we gaan,” zeg ik resoluut.

“Maar de leukere mensen bij wie we niet continu het risico lopen om uit het team getrapt te worden zijn hier,” protesteert ze.

“Ja, Jordan is hier. Kom.”

“Ja, nee, Natha-”

“We gaan kijken of we Axel, Xavier en Izzy ergens kunnen vinden.”

“Maar-”

“Kom nou mee, Cass, ik heb geen zin om nog meer tijd in een straal van vijfhonderd meter van die heks te zijn.” Verder protest volledig negerend sleep ik haar mee, de hoek om, weg van de spionageclub. We zoeken zelf nog wel uit wat er aan de hand is met Mark en Camilia.

De rest van de dag is Cassi nogal geïrriteerd en chagrijnig, dus misschien was het toch niet het beste idee om haar daar weg te slepen. Gelukkig is het de volgende dag, als de trainingen weer beginnen, alweer over, zodat we er allemaal vol voor kunnen gaan.

Ik kijk bedenkelijk toe terwijl Mark Austins Tijgerknal tegenhoud.

“Ben je niet lekker ofzo, Austin? Was dat alles?” vraagt Mark.

“Nee, natuurlijk niet! Ik hield me alleen een beetje in.”

“Je moet je niet inhouden omdat het maar een training is! Geef alles wat je hebt.”

“Oké, volgende keer zal ik je eens wat laten zien!”
Axel pakt de bal en gaat klaarstaan. “Oké, het is mijn beurt.”

Ik glimlach naar hem. Dit komt volgens mij helemaal goed. De coach kan zeggen wat hij wil, wij gaan naar het WK.

“Nou, kom op dan,” zegt Mark terwijl hij klaar gaat staan. Vuurbal Storm, Vuist der Gerechtigheid. Axel sco- nee. Het schot rolt weg alsof het een of ander zwak balletje was.

Ik laat mijn armen, die ik al had opgeheven om te juichen, zakken en kijk bezorgd naar mijn vriendje. Dit is niet goed.

“Wat is er aan de hand, Axel?” roept Mark. “Zo'n slap schot is toch helemaal niets voor jou?”

“Nee, dat klopt, dat… dat is niets voor mij.” Hij ontwijkt mijn blik, sluit zijn ogen, draait zich om en loopt weg, om aan de andere kant van het veld in zijn eentje te gaan trainen.

ik blijf als aan de grond genageld staan en staar hem na. Iets is hier helemaal mis, dat voel ik. Ik weet niet wat er is, of het mij wel iets aangaat -waarschijnlijk niet- en of het een goed idee is om me ermee te bemoeien -waarschijnlijk ook niet-, ik weet niet wat ik kan doen, óf ik wel iets kan en moet doen.

De bal die mijn hoofd raakt onderbreekt abrupt mijn gedachten. “Wakker worden, Fay, jouw beurt!” schreeuwt Mark.

“Oh, sorry, ik lette niet op,” veronderschuldig ik me, terwijl ik klaar ga staan en mijn IJsvlinder op hem afvuur. Vuist der Gerechtigheid weet ook mijn schot af te weren, zij het met de nodige moeite.
“Mooi schot, Fay!”

“Bedankt,” roep ik afwezig terug. Ik heb mijn ogen alweer op Axel gevestigd.

“Hé Axel, zal ik een stukje meelopen?” vraag ik als we die avond klaar zijn met trainen.

“Nee, hoeft niet, ga maar gewoon met Cassi mee. Ik moet nog wat regelen,” antwoord hij, terwijl hij gewoon doorloopt.

“Oh, Cassi redt zich wel, en ik vind het niet erg om een stukje om te lopen.” Ik ga naast hem lopen, maar hij kijkt me nog altijd niet aan.

“Nee, hoeft echt niet, je kunt beter naar huis gaan. Het wordt al laat.”

“Precies, Axel. Wat als ik alleen naar huis loop en die jongen van vorige week tegenkom?”

Even vertraagd hij zijn pas, maar dan loopt hij weer snel door. Nog altijd kijkt hij me niet aan. “Ben je bang, Fay?”

“Nee, ja, nou… Waarom kan ik niet gewoon met jou mee? Luister Axel, ik ben je vriendin, ik weet dat er iets niet helemaal oké is en ik maak me zorgen om je.”

Geen antwoord. Hij loopt zwijgend verder.

“Axel? Ik weet dat dit waarschijnlijk privé is, maar…” Ik sta stil, zucht en haal dan diep adem. “Wil je dat ik wegga?”

Even valt er een stilte, waarin hij zijn hoofd laat hangen. “Alsjeblieft, Fay. Ik wil je niet in mijn problemen meeslepen.” Hij loopt door, mij achterlatend met een hoop zorgen en een bloedend hart.

Er is iets helemaal mis, dat weet en voel ik. Ik weet dat het privé is en dat ik me er niet mee zou moeten bemoeien, maar mijn instincten spreken het tegendeel. Schuldgevoelens bekruipen me, zowel bij de gedachte dat ik me met zijn zaken bemoei als de gedachte dat ik niets doe en hem zijn eigen problemen op laat lossen.

Zijn verzoek of ik weg kon gaan doet me meer pijn dan me lief is. Ik voel me schuldig dat ik hem lastig val, dat ik me ermee bemoei, maar ik kan het hier niet bij laten, dat kan ik gewoon niet.
Terwijl hij steeds verder van me verwijderd raakt en ik hem steeds meer door mijn vingers voel glippen, fluister ik nog drie woorden, te zacht om hoorbaar te zijn doordat ze vervliegen door de wind.

“Het spijt me.”

Reacties (1)

  • Opperbibbsie

    Smerige Sue. Laat Cassi en Fay nu gewoon eens met rust(N)

    Ahw, nee, Axel... En arme Fay :'(

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Ze is gemeen:(
      En ja... tussen Axel en Dat gaat het niet heel goed

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen