Foto bij H12: Oma ~ Khana

De dag voor het vertrek ging ik rond de middag naar het rusthuis waar mijn oma lag. Ik had wel al wat stress voor de reis, maar mijn oma zou me waarschijnlijk kunnen geruststellen. Eénmaal bij het rusthuis aangekomen, liep ik weer meteen naar de lift en dan naar kamer 233, waar mijn oma dus lag. Ik klopte op de deur en wachtte even op de tirade die ze altijd startte voor degenen die hier werkten, maar die kwam niet. “Binnen”, klonk het echter en toch wat wantrouwig opende ik de deur. Mijn wantrouwen veranderde in bezorgdheid toen ik mijn oma verzwakt in bed zag liggen.

“Oma? Gaat het wel?” vroeg ik meteen en ze keek me met een opgetrokken wenkbrauw aan. “Ook hallo lieverd”, zei ze sarcastisch en hoestte even. Ik zag een zuurstofmasker naast het bed liggen en gaf het haar, wat ze dan dankbaar opzette. Na even in en uit te hebben geademd, zei ze: “Dankjewel schat, het gaat weer wat beter.” Ze glimlachte zwak en kuchte nog even. Ik wreef over haar onderarm en begon te twijfelen. Was het wel een slim idee om nog te vertrekken? Mijn oma voelde zich duidelijk niet al te goed en ik wou haar niet alleen laten… “Vertel eens kind, waarom dat bedrukte gezicht? Je weet dat je daar rimpels van krijgt”, zei mijn oma opeens met een knipoog en ik glimlachte even.

“Wel… ik wou eigenlijk komen zeggen dat ik met een vriend op reis vertrek voor een tijdje, maar…”, begon ik, maar ze onderbrak mij met de vraag: “Is dat dezelfde vriend waarmee je twee weken geleden mee had afgesproken?” Ze had nog een heel goed geheugen en ik knikte. Ze glimlachte en zei: “Dat is prachtig! Je gaat op reis met jouw vrijer en wie weet vind je nog mythische wezens!” Ze wist dat ik dol was op mythische wezens en deelde dat ook wel met mij. Ik keek haar moeilijk aan en ze nam mijn hand vast. “Niet twijfelen, gewoon doen. Ik overleef het wel lieverd…”, zei ze zacht en ik slikte even moeilijk. Zoals altijd wist ze meteen waar ik het moeilijk mee had. Voorzichtig trok ze aan mijn hand en ik bukte me, waarna ze me knuffelde. “Och lieverdje, ik overleef het echt wel. Dat beloof ik je. Ik vertrek niet naar het hiernamaals zonder jou nog een keer gezien te hebben, beloofd”, zei ze en ik greep haar steviger vast. Toen knikte ik en kwam weer overeind, mijn oma met een zwakke glimlach aankijkend. “Vooruit, ga je klaarmaken voor de reis… Ik hoor wel hoe het was”, zei mijn oma toen bemoedigend en na een laatste knuffel wandelde ik haar kamer uit om terug te keren naar mijn appartementje…

De volgende dag zat ik veel te vroeg in de taxi en volgens mij zag ik er uit als een zombie. Ik had niet al te goed geslapen en dit was het resultaat. We zouden 29 uur onderweg zijn met het vliegtuig met een tussenstop in Taiwan, waar we van luchthaven moesten wisselen. Terwijl ik zat na te denken, kwam de taxi bij de luchthaven aan en zei de chauffeur monotoon: “Mevrouw, we zijn er.” Meteen keek ik op en stapte uit de auto, pakte mijn koffers en gaf dan de chauffeur het geld. Hij mompelde iets en reed toen meteen weg. Met mijn koffers ging ik de grote vertrekhal in en gaf mijn koffers aan de juiste balie af. Toen begon ik door de vertrekhal te wandelen, op zoek naar Nick. We hadden tenslotte hier ergens afgesproken…

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen