Foto bij H14: Taiwan ~ Khana

Zodra iedereen aan boord was, begon het vliegtuig te rijden en legden de stewardessen alle veiligheidsregels uit. Nerveus keek ik door het raam en zag nog een rij van wachtende vliegtuigen staan, maar het duurde niet lang voordat het onze beurt was. Het toestel begon te versnellen en ik greep gespannen de stoelleuningen vast. In mijn ooghoeken zag ik letterlijk een tegenhanger van mij: Nick zat relaxt in zijn stoel, alsof we gewoon stil stonden. Na een tijdje waren we stabiel in de lucht en konden onze riemen los. Ik zuchtte even opgelucht, maar merkte dat mijn oren gesloten waren. Oh fijn… Slikken en kauwgom werkte niet, dus zat ik het eerste halfuur met gesloten oren.

Opeens voelde ik Nick op mijn arm tikken en zag zijn mond bewegen, maar ik verstond er niets van. Hij leek het te merken en fronste. Ik slikte nog eens en toen popten mijn oren plots, alsof het zo uitgerekend was. “Sorry, mijn oren zaten dicht”, zei ik terwijl ik even mijn oren masseerde en Nick glimlachte even. “Geen probleem, kon je niets aan doen. Ik vroeg of je al een idee had om in Taiwan te doen, want die tussenstop duurt daar 9 uur en 40 minuten”, zei hij toen en ik schudde mijn hoofd. “Nee, ik ken geen mythische wezens die daar wonen”, antwoordde ik en Nick knikte, waarna hij zei: “Er is een natuurpark in de buurt van de luchthaven Taoyuan, als je wilt kunnen we daar al eens op zoek gaan naar wilde dieren?” “Klinkt goed, het is beter dan ons vervelen”, zei ik glimlachend en Nick knikte instemmend. Toen was het stil en waren we allebei in gedachten verzonken.

“Khana, mag ik eens iets vragen?” vroeg Nick opeens en ik knikte. “Ja hoor, wat wil je vragen?” vroeg ik en keek Nick vragend aan. “Ik hebt het gevoel dat je ergens mee lijkt te zitten… Heeft het met deze reis te maken?” vroeg hij en ik keek hem verbaasd aan. Hij kon goed mensen inschatten… Ik schudde echter mijn hoofd en zei: “Nee, het is alleen… mijn oma is onlangs ziek geworden…” “… en je maakt je zorgen over haar”, concludeerde Nick en ik knikte. “Ze is al vrij oud en ik wil gewoon niet dat ze alleen moet sterven”, zei ik toen en Nick knikte begrijpend. “Dat snap ik ja, maar volgens mij zal ze het wel halen, als ze op jou lijkt”, zei hij en ik trok een wenkbrauw op. “Is dat weer een mislukte poging tot versieren?” vroeg ik toen plagend en hij lachte even. “Wie weet, wie weet…”, zei hij toen met een grijns en was het mijn beurt om even hoofdschuddend te lachen.

Na ongeveer 11 uur vliegen, landden we in Taiwan. Het was 10u00 ’s ochtends, dezelfde dag als toen we waren vertrokken. Doordat we tegen de tijd in gevlogen waren, kwamen we op dezelfde dag en op hetzelfde uur aan. Een heel vreemde gewaarwording… Onze bagage werd al doorgestuurd naar Japan, dus dat was al een zorg minder. Ik was heel even in slaap gevallen, maar veel had het niet geholpen. Mijn oogleden voelden nog steeds zwaar aan, maar een zonnebril kon dat verbergen. We zouden pas om 22u40 vertrekken, dus moesten we nu ons bezig houden. “Klaar voor een wandeling in het natuurpark?” vroeg Nick opeens en ik knikte, hoewel ik ook nog geeuwde. “Ja hoor, laten we maar gaan”, antwoordde ik en we wandelden de luchthaven uit.

“We gaan vanaf hier te voet verder”, zei Nick in het Mandarijns tegen de taxichauffeur. Hij kon blijkbaar enkele talen, zoals bijvoorbeeld Mandarijns. De chauffeur keek ons stomverbaasd aan, maar na Nicks belofte van een extra grote fooi wou hij wel hier ons terug komen halen. We stapten uit en ik zag meteen verschillende bomen en struiken vlak naast de weg. Na ongeveer een dik halfuur gereden te hebben, waren we in het natuurpark aangekomen. We zaten midden in een heuvelachtig landschap en er was een dichte begroeiing. De taxi had een smalle weg gevolgd en nu waren we hier. “Gaan we?” vroeg ik aan Nick en hij knikte. “Ja, gewoon rechtdoor blijven gaan, want op normale wegen gaan we geen sporen vinden vrees ik”, zei hij en ik knikte. “Gewoon rechtdoor dus”, zei ik en keek naar de struiken voor me. Juist ja…

“Nick, valt jou ook niet iets op?” vroeg ik wat nerveus en hij humde. “Ja, het is hier veel te stil…”, zei hij en we keken om ons heen. We waren al een tijdje aan het wandelen, maar een kleine 10 minuten geleden waren de vogels opgehouden met fluiten. Ik had ook nog geen sporen gevonden van wilde dieren, wat ook niet normaal was. Opeens hoorden we een luide brul en de haartjes op mijn armen rezen omhoog. Geschrokken krompen zowel Nick en ik even ineen, maar keken elkaar toen verward aan. Dat was absoluut geen brul van een tijger of zo. “Wat… wat was dat?” vroeg ik verward en Nick keek alert om zich heen. “Laten we maar voorzichtig zij…”, begon hij, maar toen klonk er weer een brul. Deze keer klonk het eerder wanhopiger en ik voelde mijn bezorgdheid groeien. Het wezen leek te verzwakken, misschien had hij dringend hulp nodig? Voordat ik het zelf goed en wel besefte, begon ik te rennen. “Khana!” hoorde ik Nick nog vaag roepen, maar ik bleef rennen. Dat wezen had duidelijk hulp nodig en snel ook.

Plotseling stopte het woud en ik kon me nog maar net voor die grens afremmen. Nog geen 10 seconden later was Nick al bij mij en keek tussen de struiken door naar de open plek. “Khana, wat… hoe… kon je me niet even waarschuwen dat je er zo snel vandoor ging?” zei Nick wat boos en ik antwoordde stil: “Sorry, ik had het zelf ook niet meteen door dat ik aan het lopen was…” “En waarom deed je dat? Misschien probeerde dat wezen je gewoon te lokken… Hoe ben je zo zeker dat hij hulp nodig heeft?” vroeg hij toen en even aarzelde ik, waarna ik zei: “Voorgevoel.” Hij wou nog iets vragen, maar toen klonk er weer een brul. Deze werd echter gevolgd door een mannenstem die schreeuwde: “Verdomme rotwezen, je jaagt alles weg!”

Tussen de struiken door zag ik een open plek met een hutje en aan mijn linker kant was er een enorme kuil met betonnen staven erover. Nick tikte me even aan en gebaarde dat ik moest volgen. We slopen via de struiken dichter naar de kuil toe terwijl ik verschillende mannen heen en weer zag lopen. Opeens kwam er een stuk geschubd gezicht kort uit de kuil en enkele rookslierten vlogen de lucht in. Er klonk nog een zwakke brul, maar Nick en ik hadden genoeg gezien. “Dat… dat is…”, stamelde ik en Nick knikte. “Dat is een wyvern”, bevestigde hij mijn vermoede en keek ernstig naar het wezen in de kuil.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen