Foto bij H15: Profiteren ~ Halatir

Geïrriteerd keek ik naar het ding dat ik vast had. Weer drukte ik op verschillende knopjes met getallen op en zette het aan mijn oor, maar ik kreeg weeral niets te horen. Hoe kon dat nu? Ik kon dit ding wel tegen de muur gooien… Ik gromde gefrustreerd terwijl ik naar de gsm in mijn handen keek. Volgens de rest was dit een ‘prehistorische Nokia’, maar voor mij was dit al te modern. Op aanraden van één van mijn kennissen had ik deze gekocht, want die exemplaren met enkel een scherm kon ik al helemaal niet verdragen. Ik had er al een stuk of 9 kapot gegooid uit woede, niet echt handig…

Met grote passen liep ik de slaapkamer uit, maar ver moest ik niet lopen. In de gang zag ik verderop een jongeman op de vensterbank zitten. “Hé, jij daar! Kom hier!” riep ik naar de jongeman die op zijn laptop bezig was. Hij keek me verschrikt aan en kwam aarzelend naar mij toe. Ik duwde mijn gsm in zijn handen met het papiertje waar de nummer op stond, waarna ik zei: “Zorg dat ik kan bellen.” Hij trok heel kort verbaasd een wenkbrauw op, maar na mijn donkere blik op te merken tikte hij behendig en snel op de toetsen. Toen tikte hij op een groen symbooltje en hield de gsm aan zijn oor, waarna hij het weer aan mij gaf. “Het is aan het bellen meneer”, zei hij en ik knikte, waarna ik de gsm tegen mijn oor aandrukte en wegwandelde. In het vervolg dus ook nog op het groene knopje drukken, dat moest ik onthouden…

Er klonk een klik en toen zei een stem: “Ja?” “Met Halatir, is het gelukt? Is hij in Taiwan?” “Ja meneer, alles is volgens plan verlopen. Dankzij de hypnose en de verdoving hebben we de wyvern naar hier gekregen en hij zit nu opgesloten”, zei de man aan de andere kant van de lijn en ik humde tevreden. “Goed, hou hem daar en probeer de hypnose opnieuw, maar dan met de aanpassingen die ik heb doorgegeven”, zei ik en grijnsde even. “Komt voor elkaar meneer”, zei hij en daarna bespraken we nog enkele zaken zoals de kosten. Na een tijdje zei de man: “Komt voor elkaar meneer, we sturen het op zodra alles klaar is.” Ik humde en toen klonk er weer een klik, waarna het stil was. Volgens mij had hij afgelegd…

Ik keek door het raam en zuchtte even. Eigenlijk wou ik met Nick beginnen, maar hij was continu op zijn hoede en daardoor is dat plan niet gelukt. Een korte grom kwam uit mijn keel toen ik dacht aan de tijd die ik verspild had met Nick te observeren, om dan erachter te komen dat het te riskant was. Ik had nog niet bij hem gevonden wat ik zocht, tot mijn enorme frustratie. Nu moest ik mijn plan verder zetten op andere vlakken, maar dan moest ik Nick nog vinden als hij eenmaal hier in Japan was. Mijn voorgevoel vertelde me dat hij een grote dreiging vormde voor mijn plannen… Met een nieuwe zucht keek ik naar buiten, waar een groep Japanners lachend voorbij liep. Niet ver hier vandaan was de stad Tokyo, maar ik had een buitenwijk gekozen om te verblijven. Ik hield niet zo van grote groepen mensen en hun lawaai, dus vermeed ik ze liever zo veel mogelijk.

“Me… meneer?” hoorde ik opeens een meisjesstem zeggen en ik draaide me om. Een jong meisje hield met trillende handen een dienblad vast waarop thee stond. Mijn mondhoek kroop lichtjes omhoog en ik keek haar geamuseerd aan. Ze was bang van mij, dat was maar al te duidelijk. “Uw thee is… klaar”, zei ze en slikte op een onnatuurlijk moment. “Zet daar maar neer”, zei ik met een iets lagere stem dan gewoonlijk en ik zag haar wat verbleken. Ze zette het dienblad neer op een kastje in de gang en na een buiging ging ze snel weer weg. Ik grinnikte even en liep toen naar het dienblad, om dan een kopje thee voor mezelf in te schenken.

Met het kopje in mijn handen liep ik naar de tuin, waar ik me op een bankje neerzette. In gedachten verzonken keek ik naar de typische Japanse tuin voor me. Kort schoot Khana door mijn hoofd, maar ik onderdrukte de herinnering meteen. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht haar ooit nog terug te zien, zeker niet na al deze jaren… en dan nog bij Nick. Het was vreemd dat het lot deze rare wendingen nam en ik wist niet of er blij mee moest zijn of niet. Eerlijk gezegd wou ik niet dat Khana in mijn plannen verstrikt raakte, maar nu leek alles erop te wijzen dat het omgekeerde zou gebeuren… Ik zuchtte diep en stond op.

“Meneer?” hoorde ik toen en zag een handlanger verschijnen. “Welk?” vroeg ik en hij antwoordde: “Hij is opgeborgen, meneer. Niemand zal hem vinden.” “Mooi zo, je kunt gaan”, zei ik met een grijns en hij ging weg. Het huisje waar ik verbleef, was eigenlijk niet echt van mij. Ik had de grootvader gegijzeld en in ruil voor zijn welzijn en veiligheid, mocht ik hier met mijn handlangers gratis verblijven. We hielden het netjes en vielen de bewoners zo min mogelijk lastig, waardoor ze weinig reden tot klagen hadden. Wat de bewoners niet wisten, was dat die grootvader al dood was. Zijn zwak hartje was niet bestand tegen verrassingen zoals datgene ik hem had gegeven… Binnenkort zouden ze toch allemaal sterven, dus dan was er niemand die ons nog kon verklikken. Met die gedachte liep ik terug naar binnen en grijnsde breed. Wat was ik toch geweldig…

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen