Foto bij Hoofdstuk 2

Zelfs met het begin van het weekend in gedachten, maak ik me zorgen over het tijdreis-fiasco dat eraan zit te komen. Waarom ik nou net de oudheid had moeten kiezen, een tijd zonder kachels en redelijke behuizing, is mij ook een raadsel, maar ik heb in elk geval iets en Van Dijk haat me niet.

Cassy vindt het hele geheel zo ontzettend grappig dat ze op de fiets naar huis nog steeds giechelt.
‘Alexander de Groot,’ zegt ze op een spottende toon, ‘mag ik je introduceren aan Alexander de Grote?’
‘Shut up. Het is niet alsof ik werkelijk met hem ga praten. Ik ga gewoon mijn onderzoek op afstand doen.’
‘Je hebt echt geen plan, hè?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Jij wel dan?’
‘Voor de verandering wel. Ik ben van plan naar één van haar lezingen te gaan en misschien met haar te praten. Als ik het lef heb.’
‘Natuurlijk heb je dat lef.’

Ik zucht. Natuurlijk weet ik al wel dat Cassy’s verslag de beste van de klas gaat worden. Cassy heeft het talent alles te kunnen halen zonder leren, maar deze keer is het nog erger: ze is serieus enthousiast over deze opdracht. De rest hoeft het niet eens te proberen.

Misschien heeft Ben nog een kans.

‘Goed,’ zeg ik, vlak voordat we afscheid nemen. ‘Ik zie je morgen wel, dan?’
Ze knikt. ‘Misschien moet je je onderzoek gaan doen.’
Ik rol met mijn ogen. ‘Ja, mam.’

Ze heeft echter wel gelijk. Cassy verdwijnt in het huis naast me, en ik open de deur van mijn huis met de sleutel die ik al sinds mijn tiende heb. Mam moet overwerken. Alweer.

Ik weet best dat ik dit alleen moet oplossen. Ik had er aan moeten denken, in plaats van me zorgen te maken om een wiskundetoets die ik toch zou verpesten. Terwijl ik een koekje in mijn mond prop, open ik mijn laptop en google Alexander the Great, alsof de Engelse Wikipedia pagina zoveel meer diepgravend is dan de Nederlandse.

Het is niet genoeg. Tenminste, niet voor een tijdreis. Het is niet alsof ik niet eerder in de tijd heb gereisd: ik heb een paar vakanties in het niet-al-te-verre verleden besteed, maar nog nooit in de oudheid. Er is maar één ding dat ik kan doen: de enige verantwoordelijke volwassene bellen die ik ken. Ben.

Hij is achttien.

‘Help,’ is het eerste woord dat ik tegen hem zeg.
‘Alex, je belt me. Dit moet wel een noodgeval zijn.’
‘Het is die tijdreis-opdracht. Hoeveel onderzoek heb jij gedaan?’
‘Niet zo veel,’ zegt hij nonchalant. ‘Natuurlijk al zijn boeken gelezen, een biografie of twee uit de bieb gehaald en wat artikelen van het internet geplukt.’
Ik laat me op de bank vallen en hoop dat het reisbureau morgen ineens in vlammen opgaat.
‘Ik heb net de Wikipedia pagina gelezen. Ik heb geen tijd meer voor boeken! Heeft Alexander de Grote boeken geschreven?’
‘Rustig aan. Je hebt vast nog wel tijd om één boek door te nemen voor maandag?'
Ik knik, en bedenk me dan dat Ben dat niet kan zien door de telefoon en hum dan instemmend.
‘Goed. Dan zie ik je zo bij de bibliotheek.’
‘Wat? Moet dat?’
‘Als je een goed cijfer wilt halen…’
‘Ik begrijp het. Ik zie je zo.’

Goed dan. De bibliotheek. Ik heb absoluut geen zin om werkelijk onderzoek te gaan doen – ik schreeuw persoonlijk veel liever in een kussen, maar Ben heeft wel gelijk. Als ik deze opdracht wil halen, zal ik daar iets voor moeten gaan doen.

En het is niet alsof tijd besteden met Ben nou zo’n straf is.

Ik weet niet wat het is. De laatste tijd trek ik steeds vaker naar hem toe. Normaal gesproken zou ik Cassy nu hebben gebeld, maar zij zou toch alleen maar hard hebben gelachen en dan waren we verder nergens gekomen.

Ben staat al te wachten op me bij de ingang. Heel even laat ik mijn blik over hem glijden. Hij kijkt naar zijn telefoon en leunt tegen een muurtje aan, ontspannen en genietend van de zon. Ik weet dat hij een baard aan het groeien is, en hoewel ik heel erg moest lachen om het idee, moet ik toegeven dat het hem heel goed staat. Het maakt hem ouder, knapper.

Dan ziet hij me en glimlacht.

‘Je bent er,’ zegt hij. ‘Heel goed.’
‘Nou,’ zeg ik, terwijl ik mijn fietssleutel in mijn zak prop, ‘je weet dat ik een beetje onderzoek niet kan weerstaan.’
‘Duidelijk niet,’ zegt hij, en hij trekt me mee de bibliotheek in.

Even later staan we voor de juiste boekenkast, en Ben trekt een paar boeken uit de kast. Zeg ik paar? Ik bedoel dat hij boeken stapelt en stapelt in mijn arme armen.
‘Ehm, Ben?’
‘Hmm?’
‘Je zei één boek.’
Ik wil hem kritisch aankijken over mijn stapel, maar De Ilias zit vlak voor mijn ogen. Ik hoor hem grinniken en ik sla een hulpeloos geluidje uit.
‘Help.’

We blijven twee uur in de bibliotheek, maar als we het gebouw uitlopen, voel ik me werkelijk een stuk meer geïnformeerd. Hij was een geweldige hulp. Hij liet me zelfs zijn bibliotheekkaart lenen, want ik was de mijne weer eens kwijt.

‘Wil je bij mij blijven eten?’ vraagt hij, alsof hij instinctief weet dat ik waarschijnlijk weer alleen zou eten als ik naar huis ga.
Ik knik, en ik weet niet of het is omdat ik niet alleen wil zijn, of omdat ik graag nog wat meer uren met hem wil besteden.

Ik heb vandaag de derde versie van mijn scriptie ingeleverd en merkte heel erg dat ik een beetje te dol op Alexander de Grote aan het worden ben. Maar dat geeft niet. Oké, vraagje voor jullie: wat vinden jullie van de Ben/Alex interactie?
@Semantiek: ik beloof je dat alles heel netjes zal blijven, maar natuurlijk ben je vrij elk moment te stoppen. En ik zag het inderdaad! Ik heb al een abo op je verhaal genomen en ik ben heel erg benieuwd.
@Selden: heel erg bedankt voor allebei!
@FaramirOfGondor: hahaha, is het herkenbaar? Bij mij doen ze het gelukkig nooit. En... heel goed!
@Quintana: echt waar? dat is zo grappig. Wel jammer dat ze niet cool was.
@Square: yesss. En je zou het zo goed met Ben kunnen vinden, ik weet het zeker.

Reacties (8)

  • Wavechaser

    Er is maar één ding dat ik kan doen: de enige verantwoordelijke volwassene bellen die ik ken. Ben.

    NATUURLIJK, ALEX. NATUURLIJK.

    Oké ja ze zijn schattig. Baardgroei is sexy dus ik voel je, Alex

    4 jaar geleden
  • Square

    Ik ga gewoon mijn onderzoek op afstand doen.
    Dit lijkt me een briljant plan, Alex. Stalk hem met een verrekijkertje.


    Er is maar één ding dat ik kan doen: de enige verantwoordelijke volwassene bellen die ik ken. Ben.
    Hij is achttien.

    Awwww. 😊


    ‘Niet zo veel,’ zegt hij nonchalant. ‘Natuurlijk al zijn boeken gelezen, een biografie of twee uit de bieb gehaald en wat artikelen van het internet geplukt.’
    Mijn nieuwe headcanon is dat Ben familie is van Hermione, even dat je het weet. Overigens doen dit soort dingen mijn eerder vastgestelde liefde voor dit personage alleen maar groeien, want omg, wat is hij een suffe nerd, gossie.


    ‘Goed. Dan zie ik je zo bij de bibliotheek.’
    Subtiele suffe nerd manier om een date te regelen. Yesss, go get him, Ben.


    En toen namen ze in twee uur een stapel boeken door, waaronder de Ilias, wat uiteraard het enige boek is dat echt telt. Yay. So far, so very good. *O*

    4 jaar geleden
  • Ons

    Het is echt heel tof geschreven! Simpel en herkenbaar en je leest er zo doorheen. Super prettig!

    Ik ben heel erg benieuwd hihi

    4 jaar geleden
  • HopeMikaelson

    :3

    4 jaar geleden
  • Helvar

    Soort van herkenbaar(cat)En daar ben je vast lang genoeg voor :'P

    Maar jaaaa, ik vind het zo cute, hehehe.

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen