Foto bij H18: Ngorongoro ~ Nick

Nadat ik mijn twee aanvallers had uitgeschakeld, zag ik nog net hoe Khana in de put viel. Toen klonk er weer gebrul en enkele mannen grepen naar hun geweren, waarna ze op de wyvern begonnen te schieten. Ik pakte een steen op en gooide deze naar de dichtstbijzijnde man, waardoor die knock-out tegen de grond ging. De andere mannen begonnen toen op mij te schieten en ik dook snel weg achter enkele kisten. Opeens klonk er veel lawaai, waarna er een triomfantelijk gebrul klonk en ik zag een schaduw over mij heen komen. Boven mij vloog de wyvern steeds hoger de lucht in en tot mijn verbazing zag ik Khana in één van zijn poten hangen. Ze leek doodsbang en voor ik het wist, spuwde de wyvern een oogverblindende straal vuur naar beneden, recht op de mannen die op mij aan het schieten waren. Er klonk geschreeuw en toen ik over de kisten heen keek, zag ik ze met brandende kleren in paniek heen en weer rennen. Opeens maakte de wyvern een duikvlucht en zag ik Khana schreeuwend naar beneden vallen.

Ondertussen greep de wyvern enkele brandende mannen vast in zijn mond en begon ze woest te verscheuren in de lucht. Eén van die brandende mannen liep in paniek recht op de stapel af waar Khana in was gevallen en ik sprong naar een geweer dat wat verderop lag. Snel laadde ik het en schoot de man neer, voordat hij die stapel in brand kon steken. Toen liep ik naar de stapel waar Khana in was gevallen en zag haar daar bewusteloos liggen. “Khana?” vroeg ik en schudde even aan haar schouder, maar ze reageerde niet. Opeens verscheen er een grote schaduw achter mij en ik draaide mij om, om dan de wyvern boven mij uit te zien torenen. Hij opende zijn bek en in plaats van gebrul, kwamen er woorden uit en hij zei: “WIE BEN JIJ?” De geur van bloed kwam me meteen tegemoet en ik voelde even mijn maag omhoog komen, maar dat had ik al snel onder controle en ik riep terug: “Mijn naam is Nick! Wie ben jij?” “JE MOET NIET ROEPEN, IK HOOR JE WEL! BEN JE BEVRIEND MET DIE JONGEDAME, KHANA?” vroeg hij toen en ik knikte. “Ja, ze is een vriendin! Waarom roep jij dan nog steeds, als je me hoort?” riep ik terug en hij keek verbaasd aan, waarna er een vreemd geluid uit zijn keel kwam. “Ben je nu aan het lachen?” vroeg ik verward en ik zag hem met pretoogjes naar mij kijken. “IK PRAAT OP EEN NORMAAL NIVEAU. JIJ BENT DEGENE DIE HIER AAN HET ROEPEN IS”, zei hij lachend en vouwde zijn vleugels op. “MIJN NAAM IS NGORONGORO”, zei hij toen serieuzer, waarna hij zich voorover boog en even aan Khana rook. “ZE KOMT ZO WEL BIJ, ZO ERG WAS DIE VAL NIET”, mompelde hij en ik knikte. Dan moesten we maar even wachten…

Na een tijdje werd Khana’s ademhaling wat onregelmatiger en opende ze haar ogen. “Hey, gaat het wat?” vroeg ik meteen en ze keek me eerst wat wazig aan, waarna ze mompelde: “Ja… ik denk dat het gaat. Wel wat hoofdpijn…” Ik knikte en gaf haar een fles water en een pijnstiller terwijl ze overeind kwam. “Hier, neem dit. Dat moet tegen de hoofdpijn helpen… Je hebt ook een serieuze val gemaakt”, zei ik en op dat moment landde Ngorongoro vlak bij ons. “DIE VAL VIEL WEL MEE”, protesteerde hij en ging gemakkelijk in de zon liggen. Khana keek hem verrast aan en ik zei: “Khana, dit is Ngorongoro. Hij ehm… heeft de rest van de mannen even opgeruimd.” Ze knikte en wreef even over haar hoofd. “Aangenaam kennismaken”, zei ze en Ngorongoro knikte even, waarna hij zijn ogen sloot en genoot van de zon. Het was even stil en ik stond op, om dan onze spullen te pakken. “Bedankt”, mompelde Khana toen ik haar gsm en rugzak teruggaf en ik knikte. “Geen probleem, ik denk dat we nu beter wat eten en daarna terugkeren naar de plek waar de taxi ons zou komen ophalen”, zei ik en ze knikte, waarna ze opstond en zuchtte. “Wel, ik vermoed dat ze hier ergens wel eten hebben liggen?” zei ze toen en ik stond ook op, zodat we samen naar wat eetbaars konden zoeken.

Na een vrij bevredigende maaltijd pakten Khana en ik onze rugzakken terug in en Ngorongoro stond op. “VERTREKKEN JULLIE?” vroeg hij en we knikten. “Ja, anders missen we onze vlucht naar Japan”, antwoordde Khana en Ngorongoro bromde wat. “WEL, IK BEN JULLIE ZEER DANKBAAR OM MIJ TE HELPEN. JULLIE ZIJN ALTIJD WELKOM BIJ MIJ THUIS”, zei hij toen en ik vroeg: “Waar woon je dan?” Hij lachte weer en zei: “IN DE NGORONGORO-KRATER, TANZANIA. VRIJ LOGISCH TOCH?” Ik glimlachte even en hij spreidde zijn vleugels. “EEN VEILIGE REIS NOG, KHANA EN NICK. TOT OOIT WEER, HOPELIJK IN BETERE OMSTANDIGHEDEN”, zei hij toen en sprong toen de lucht in. Met enkele slagen van zijn vleugels was hij al hoog in de lucht en voor we het wisten, verdween hij in de wolken. “Laten we maar snel terugkeren, we hebben nog een hele weg af te leggen”, zei ik toen en Khana knikte, waarna we via onze voetsporen terug naar de afgesproken plaats wandelden.

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    Wat is dat voor een naam, Ngorngoro.xD

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen