Het was niet zo dat ik altijd alleen was, maar op gegeven moment lieten ze mij gewoon achter.
Ik snapte het niet.
Wat was er dan mis met mij?
Ik had mijn eigen plek in de klas, maar ze zagen mij alsof ik er niet was.
Misschien herkent iemand dat wel, het gevoel te hebben, niet te bestaan.
Maar dit was de harde waarheid.
Wat moest ik eigenlijk er tegen doen? Als ik tegen iemand wilde spreken leken ze door mij heen te kijken.
Ik sprak, maar niemand kwam om te antwoorden.
Wist ik maar hoe ik hieruit kon komen. Hoe ik uit deze trans kon komen. Trans van eenzaamheid.
Ik schraapte met mijn potlood wat in de tafel. Het eikenhouten tafel had geen kans tegen mijn scherpe potloodpunt. Elke dag probeerde ik iets nieuws te schrapen. Drieëndertig had ik nu. Drieëndertig dagen dat ik nu al werd genegeerd, maar eens zal dat veranderen. Eens zullen ze zien wie ik ben.
Dat moest wel, ze moesten wel!
Op het gegeven moment hield deze ruimte op de tafel op. Dan moest ik iets anders vinden om op te tekenen, misschien kon ik gewoon op iemand anders tafel tekenen, ze zagen het toch niet. Ze zagen mij niet.
Kon ik maar eens een vraag stellen waarom ze dit deden. Ik heb ze niets verkeerds aangedaan? Ze stopte gewoon met mij ‘zien’.

Uiteindelijk ging er een geluidje af, het was een teken om te gaan. Niet dat ik daar veel aan had. Eigenlijk, waarom kwam ik eigenlijk nog naar deze school? Had ik niets beters te doen dan luisteren naar mensen die mij toch niet konden verstaand?
Ik wandelde over straat, kijkend naar hoe mensen op mij reageerde, het leek erop alsof ze mij ook niet zagen. Ik weet toch echt wel zeker dat er niets mis met mij was.
Wat was het probleem dan?
“Ooit had ik een mes in mijn handen, wat dacht je ze gewoon neer te steken? Dan voelen ze dat jij er bent.”
Daar zal ik mij echt niet beter van voelen. Ieder geval, ik hoopte van niet.

Op de bank in mijn huis had ik het toch beter, daar had ik tenminste niet het gevoel compleet genegeerd te worden.
Ik had een kat in dit huis, maar die is sinds een korte periode gaan vluchten, elke keer als hij mij zag. Dat arme beest lag normaal altijd op mijn schoot, waarom kon niemand eens normaal tegen mij doen?
“Vanwege het feit dat je een mes moet gaan pakken, dan voel jij je al een stuk beter?”
Een mes om normaal brood te smeren doet inderdaad wonderen voor mijn maag, als ik honger heb zal dat zeker wonderen verrichten. Niet om mensen simpel weg neer te steken…

Ik had misschien wel een gedachte in mijn hoofd zitten, een gedachte dat ik niet los kon laten, maar ik heb daar gewoon mee leren leven. Het is als een vriendin, een vriendin die mij eigenlijk nooit verlaten kan.
Ik kan het niet vermoorden.
Ik kan het niet kwijt raken.
Ik wil het niet missen.
Noem maar op.
Ik heb nooit begrepen waarom ik deze gedachte had. Het lijkt zo niet op mij, maar het werd sterker sinds ik door iedereen genegeerd werd. Ik mis de tijd dat ik constant met andere kon spreken. Het is zo eenzaam op deze manier.
“Zorg er dan voor dat je niet alleen bent, ontvoer ze, steek ze, vermoord ze als ze niet luisteren. Geloof me, je zal je een stuk beter voelen achteraf.”
Ik geloofde dat niet. Dat is niet hoe het zou moeten gaan. Er zal toch iemand zijn die mij niet negeren kan? Iemand die hier niets vanaf weet. Dat is iets wat ik zou willen.
“Ontvoer ze…”
“Nee!” schreeuwde ik. Eindelijk stopte de stem met spreken. Ondanks ik niet van complete stilte hield. Kon ik mijzelf nog redelijk overeind houden.
Hoelang kan ik dit nog volhouden? Voordat ik mij toegeef aan deze stem.

Reacties (2)

  • Akemi

    Oe, ben benieuwd wat dat gaat geven c;

    Het deed me in het begin wel een beetje denken aan Another, haha :')

    3 jaar geleden
  • Long

    Oh damn, ik ben heel erg nieuwsgierig.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen