Foto bij Hoofdstuk 89; Rose.

‘Het ging goed vandaag.’ Rose zette het water op het vuur. Ze voelde Michael naar haar kijken.
‘Inderdaad,’ antwoordde Michael. ‘Beter dan ik had gedacht.’
‘Precies.’ Rose draaide zich om en leunde tegen het aanrecht aan. Michael had een goede tent. Dat kwam deels omdat het ook van Pan was. Misschien ook wel omdat Michael meer verantwoordelijkheden had. Zo werkte het in ieder geval bij Rose en de groep.
‘Rose?’ Rose sloot kort haar ogen, schudde haar hoofd en keek Michael weer aan. Zijn blik was ernstig, zijn wenkbrauwen licht gefronst. ‘Over. Sarah.’
‘Je zusje,’ zei Rose. ‘Wat is er met haar?’
‘Alathea zei dat. Je bekend bent met haar conditie?’
‘Uiteraard.’ Rose slikte en sloeg haar ogen af naar de grond. ‘Het is mijn veld van expertise, nietwaar?’
‘Sorry. Ik bedoelde niet-‘
‘Het is al goed Michael. Rose keek op naar hem. Hij was op haar af gekomen, alsof hij zo zijn verontschuldigingen beter kon aanbieden.’ Rose draaide echter haar rug naar hem toe en keerde zich tot het fornuis. ‘Ik heb me er inmiddels bij neergelegd.’
‘Rose. Ik weet dat je je gave afschuwelijk vind. Toch weet ik zeker dat je niets anders dan het beste voort hebt-‘
Rose draaide berouwvol haar hoofd weg.
Er was zo veel wat Michael niet wist.

Haar schrille gelach veroorzaakte kippenvel. Het was non-stop en hysterisch. Als een klein kind dat aan het krijsen was. Rose deed haar best om het buiten te sluiten. Ze legde haar handen op haar oren, kroop ineen, botste met haar hoofd tegen de muur. Alles. Alles om het maar niet te kunnen horen.
‘Stop daarmee!’ Twee grote handen grepen haar hoofd vast.
Ze opende haar ogen. Ze had gehuild, zonder dat ze het überhaupt door had gehad.
Langzaam daalde hij tot haar hoogte. Hij ging op zijn knieën zitten en liet zijn duim zacht over haar voorhoofd strijken.
‘Kijk nou wat je jezelf hebt aangedaan.’ Zijn stem was zacht en laag.
Zijn andere duim veegde voorzichtig een traan weg.
‘Je zou jezelf niet moeten pijnigen.’
Rose bekeek hem in stilte. Hij moest een jaar of vijfendertig zijn. Hij had donker bruin, krullend haar, zo lang dat hij het in een staart had gebonden. Zijn helder blauwe ogen leken haar te zeggen dat dit niet de uitweg was.
‘Stop met jezelf te pijnigen.’ Hij boog zich naar voren en drukte een kus op haar voorhoofd.
Een seconde lang liet Rose het gebeuren. Waar was ze mee bezig? Ze kende deze man niet. Wie was hij en waarom dacht hij het recht te hebben om zo met haar om te gaan. Ze trok zich met een ruk uit zijn handen, die niet meer dan licht haar gezicht omvat hadden.
Het moment dat ze dat had gedaan, was hij verdwenen.
Rose schudde verward haar hoofd. Had ze het zich ingebeeld? Was ze zelf gek aan het worden?

‘Rose?’ Martha kwam naar haar toe gehaast.
Ze hurkte neer en streek bezorgd het haar uit Rose’s gezicht. ‘Rose. We hebben weinig tijd. We moeten hier weg voor ze terug komen. Liza houdt ze bezig.’
Rose keek haar zus verward aan.
‘Rose. We hebben hier geen tijd voor. Je hebt je best gedaan. Het is tijd om te vertrekken.’ Martha pakte haar arm en begon er aan te trekken, om haar zus aan te moedigen om overeind te komen.
Langzaam kwam Rose in beweging, zich beseffend wat er aan de hand was.
Dat was ook zo. Ze was hier voor Gido en Haika. De kinderen die naast hun hadden gewoond. Ze hadden Liza jaren lang gepest. Toen Rose er eindelijk achter was gekomen, was ze zo woedend geweest. Ze kon zichzelf niet beheersen.
Gido en Haika zaten nu al drie jaar in het gesticht. Rose was er heen gekomen om hen er uit te halen. Ze was in die drie jaar elke maand langs gegaan, hopend dat ze het proces kon omdraaien. Toen ze keer op keer gefaald had, had ze besloten om zich tijdelijk te laten opnemen. Ze had gehoopt dat, als ze tijd spendeerde met zij die gestoord waren, ze een manier kon vinden om het op te lossen. Ze had opnieuw gefaald. Sterker nog. Ze was langzaam zelf doorgedraaid. Het waren de medicijnen, Rose was er zeker van. De medicijnen hadden haar doen hallucineren. Ze had mensen gezien die ze niet had kunnen zien. Ome Silke, Nana Cecil en Frederik de melkboer.
Martha trok haar mee de gangen door.
‘Als het goed is, is Liza al naar buiten,’ zei ze zacht. ‘Ze heeft gezorgd dat de bewaking denkt dat ze nog binnen is. Ze is goed in verwarring creëren.’
Dat betekende dat Rose kon doen alsof ze Liza was. Dan konden ze samen het pand verlaten.
‘Wat als ze me gaan zoeken?’ vroeg Rose zacht.
‘Dat zullen ze niet doen. Je hebt jezelf hier ingeschreven. Ze hadden je moeten laten gaan toen je er om vroeg.’
Had ze er om gevraagd? Rose fronste, terwijl ze probeerde na te denken.
Ja, ze had erom gevraagd. Ze had erom gevraagd, vlak voor ze in de isoleercel werd gegooid. Was dat voor of na het avondeten geweest? Hoe lang had ze daar gezeten? Rose besefte zich dat ze de dagen verloren was. Hoe lang had ze zichzelf hier opgesloten? Blijkbaar lang genoeg, anders waren haar zussen haar niet komen halen.


‘Waar zit je met je gedachten?’
Rose keek kortstondig over haar schouder. Ze veegde zo onopvallend mogelijk een traan weg. ‘Niets bijzonders.’
Michael pakte haar pols vast.
‘Waarom huil je?’ Hij draaide haar om. Zijn ogen schoten bezorgd over haar gezicht.
Rose deed haar uiterste best om zich in te houden, maar Michael maakte iets in haar los. Ze voelde een traan over haar wang rollen. Ze deed haar best om zich af te keren, haar gezicht te verbergen en daarmee haar emoties. Hij gaf haar geen kans. Met zijn vrije hand, tilde hij haar gezicht op. Hij liet haar kin lichtjes op zijn hand steunen. Hij liet haar pols los en streek haar traan weg.
‘Het is oké,’ zei hij. ‘Sorry dat ik er over begon. Ik was te opdringerig.’
Rose keek op naar zijn gezicht. Hij dacht duidelijk dat ze huilde dankzij hem. Ze voelde haar lippen trillen. Ze wilde niet, maar ondanks dat, rolde de woorden over haar lippen.
‘Hun namen waren Gido en Haika. Ik heb hun leven verknalt. Net als dat van zo veel anderen.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen