Foto bij 66

Mijn natte haren hanen in slierten langs mijn gezicht. Door de regen ben ik helemaal nat. Achter me hoor ik een takje breken. Snel kijk ik om en zie Rani staan. Opgelucht zucht ik even.
'Hey.' Mompel ik en ik draai me weer om. Ze komt naar me toe en staat niet veel later naast me.
'Hey.' Zegt ze met een vage glimlach.
'Morgen weer naar Zweinstein.' Zeg ik.
'Jep, weer een nieuw jaar. Of toch voor mij.' Zegt ze. Ik staar naar voor.
'Waar kijk je naar?' Vraagt Rani en ze volgt mijn blik. Ik kijk naar de bomen, de bloemen. Alles wat zo mooi is aan het leven maar wat maar weinig mensen echt zien.
'De schoonheid van het bos.' Antwoord ik.
'Wat is er nu zo mooi aan het bos? Het zijn gewoon maar een paar bomen.' Zegt ze verbaasd. Ik zucht.
'Alles, je zult het later nog wel merken.' Antwoord ik simpelweg.
'Mensen zeggen dat de tijd je wijzer maakt. Maar als ik jou zie lijkt het net dat het je gewoon veranderd. Dat je niet meer bent zoals je ooit was.' Zegt ze.
'Maar we zijn dan ook een uitzondering.' Ik sluit mijn ogen. De geuren dringen mijn neus binnen en het geluid van de vogels en een beekje doet me lachen.
'Ik heb daarstraks nog wat opgezocht in de bib. En die Elisabeth en Jonathan waar je het over hebt hebben echt bestaan.' Verbreekt ze de stilte. Ik open mijn ogen en kijk haar aan.
'En?' Vraag ik nieuwsgierig.
'Veel kon ik niet vinden, het lijkt alsof ze na dat feest gewoon van de aardbodem mijn verdwenen. Het enige wat ik vond was dat ze daar aanwezig waren, maar voor de rest zeer weinig.' Zegt ze. Ik zucht. En sluit mijn ogen weer.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen