Samen met de opperpriester liep Rohan door de straten van Vinder, de hoofdstad van Vincan, vergezeld door twee Onbreekbaren. Overal waar ze langskwamen bogen de mensen diep. In Vincan bestond een groot respect voor de koning en de opperpriester. De lijfwachten waren eerder voor de schijn dan om hun heer te beschermen. Het was immers zeer onwaarschijnlijk dat iemand het zich in zijn hoofd zou halen om de twee belangrijkste en meest vereerde personen van het koninkrijk iets aan te doen. "Weet u zeker dat u het gezien hebt?" vroeg Rohan de hoge priester. "Even zeker als ik zeker ben dat u hier staat." Zwijgend liepen de mannen verder. Toen ze bij het drukke marktplein kwamen week de menigte automatisch uiteen zodat ze door konden. Ze liepen de trappen van de reusachtige tempel op die zich aan het andere uiteinde van het plein bevond. Deze tempel was ooit gebouwd in opdracht van Killian en vormde het hart van het koninkrijk Vincan. Hier was hun cultuur ooit ontstaan. De tempel was gewijd aan de oorlogsgod Kriger, maar er werden ook andere van de Vincaanse goden aanbeden. Een priester van de tempel van Kriger had ooit beweerd dat de sterren aan de hemel de aura's van de Vincaanse goden waren. Als je naging hoeveel goden ze kenden, kon dit best wel eens overeen komen met het aantal sterren. In de andere koninkrijken werd hier soms om gelachen en er werd beweerd dat er in Vincan overal een god of een godin voor was, zelfs voor doen van je behoefte. Rohan moest altijd lachen als hij dit hoorde. Het Vincaanse geloof had inderdaad een god van de menselijke lichaamssappen. Hij heette Urinam en stond in voor alles wat het menselijke lichaam uitscheidde. Het symbool van deze godheid was een overstromende emmer. Hieraan denkend betrad Rohan samen met Pelar de tempel. Meteen leidde de opperpriester hem naar een kleine deur achter het grote stenen altaar dat aan het einde van de tempel stond opgesteld. Deze deur leidde naar het deel van de tempel waar de priesters verbleven en hun leerlingen opgeleid werden. Ze kwamen in een kleine kamer terecht waar een priester achter een tafeltje in een boek zat te lezen. Hij keek verveeld op en zei: "Het spijt me, maar dit deel van de tempel is strikt verboden voor..." Toen hij zag wie hij tegenover zich had stokte zijn stem en sprong hij achter zijn tafeltje vandaan. "Meester Pelar, uwe Majesteit, vergeef me mijn onbeschoftheid", verontschuldigde hij zich al buigend. De opperpriester glimlachte. "Ga maar weer zitten, mijn zoon, het is je vergeven. Heer Rohan komt de vorderingen van zijn zoon aanschouwen. Als ik me niet vergis heeft hij nu les van zijn zwaardmeester" "Wees welkom in ons heiligdom, heer, mag ik u wel vragen uw lijfwachten hier achter te laten", sprak de priester die na een overdreven diepe buiging ging zitten. "Ik ken uw regels, waas niet ongerust", antwoordde Rohan waarna hij de twee Onbreekbaren beval hier op hem te wachten. Samen met Pelar liep hij het kamertje uit en vervolgde zijn weg door het complex, dat in oppervlakte meer plaats innam dan het koninklijk paleis. Net als de vorige keren voelde hij zich vereerd hier te mogen zijn, de meeste mensen kregen dit deel van de tempel namelijk nooit te zien. De gangen waren ruim en versierd met allerlei symmetrische patronen. Op een bepaald moment gebaarde Pelar hem te stoppen. Voor Rohan voelden de gangen nog steeds aan als een doolhof en hij had niet gemerkt dat ze al op hun bestemming aangekomen waren. Pelar opende de schuifdeur die mooi verwerkt was in de versieringen op de muur en trad naar buiten. Ze kwamen terecht op een binnenplaats die omzoomd was met bomen. Vlak naast de deur klaterde het water van een drinkfonteintje. Dit waren de enige dingen die de leegte van de open plek enigszins probeerden op te vullen. De ondergrond bestond uit zand, behalve dan waar de bomen stonden. Er klonk gekletter van houten zwaarden. In het midden van deze binnenplaats stond Dylan, de zoon van koning Rohan, die druk in de weer was met zijn zwaardoefeningen. Het zweet stroomde van zijn gezicht terwijl hij zich wanhopig verdedigde tegen zijn zwaardmeester, Svaerd. Hij haalde net uit naar de linkerkant van zijn tegenstander met alle kracht die hij in zich had. De ervaren man boog zich snel weg van de aanval en terwijl zijn leerling enkele tellen uit evenwicht was bestrafte hij de fout met een tik van zijn houten zwaard op diens pols. "Je haalt veel te onbeheerst uit met je zwaard", sprak zijn zwaardmeester hem vermanend toe. "Leer jezelf beheersen, je moet meer vertrouwen op snelheid en techniek dan op brute kracht." Dylan was linkshandig, dit leverde hem vaak een voordeel op in het zwaardvechten, maar bij zijn leermeester hielp dit helemaal niets. De twee cirkelden om elkaar heen. Svaerd stamde af van de bewoners van de kleine eilandjes rond het grote vasteland. Hij was in tegenstelling tot de andere eilanders niet zo groot en gespierd. Hij was een slanke man van ongeveer een meter zeventig, en was een uitzonderlijk zwaardvechter. Hij had stekeltjeshaar en vocht met enkel een lendendoek om, net zoals Dylan. Dylan zelf was ongeveer even groot en was veertien zomers oud, zijn leermeester telde het dubbele aantal. Plotseling stak Svaerd naar Dylans borst. Dylan sprong opzij en pareerde het zwaard. Hij was zo op het zwaard geconcentreerd dat hij de vuist die zijn gezicht naderde pas op het laatste moment kon ontwijken. Hij dook onder de vuist door en plantte zijn schouders tegen de borst van zijn meester. Het voelde alsof hij tegen een muur aanduwde. Svaerd moest een stap achteruit zetten en duwde zijn leerling met een zucht van zich af. "Mijn kracht schijnt nochtans zeer effectief te zijn" sprak Dylan. Meteen zwaaide hij zijn zwaard naar de rechterzij van zijn tegenstander. Die zette een stap achteruit en pareerde de volgende stoot naar zijn hoofd. De zwaarden schuurden tegen elkaar aan toen meester het zwaard van leerling wegduwde. Meteen volgde een stoot met het heft van het zwaard. Svaerd draaide echter weg van het zwaard en liet zijn zwaard met de kracht van zijn draai hard in de zij van zijn leerling neerdalen. "Hoogmoed komt voor de val, je hebt nog veel te leren. Kijk nu maar achter je, er is bezoek voor je."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen