Roekeloos schuurde hij over de weg. Mijn rug kleefde tegen de zetel en mijn nagels doorboorden de harde stof van de passagiersstoel waar ik in zat. Mijn adem stokte in mijn keel. Het leek dat ik op een of andere manier schrik had dat als er een zuchtje adem mijn mond verliet, de auto nog sneller zou razen. 'Papa! Stop, je vermoordt ons beiden nog.' In vergelijking met de schreeuwende motor klonk mijn stem geruisloos. Schamper grijnsde hij. Mama had gelijk. Ik had hem nooit mogen opzoeken. Ik had hem nooit mogen vertrouwen. Het was een duivel bezeten door alcohol. De oude Nissan zigzagde over de baan en toen gebeurde het: mijn vader liet zijn hoofd wezenloos op zijn rechterschouder hangen. Mijn hart sloeg een paar tellen over en mijn hoofd sloeg op hol. Wat gebeurde er? Wat moest ik doen? Hoe kon ik ervoor zorgen dat de auto tot stilstand kwam? Zou ik hem wakker krijgen? Al deze vragen schoten door me heen in slechts een fractie van een seconde, maar dit was lang genoeg voor de auto om van koers te veranderen. Mijn stembanden protesteerden luid en automatisch sloeg ik mijn armen defensief voor mijn gezicht. Een shockgolf trok door mijn ruggengraat gevolgd door een zware pijnscheut in mijn hoofd. Het geluid van brekend glas en kletterende scherven klonk oorverdovend. Even voelde het alsof mijn lichaam zweefde. Ik wachtte op het moment dat zwaartekracht me terug naar de grond zou trekken, maar dat gebeurde niet. Toch stopte ik met zweven. Had ik toch de grond geraakt, maar was ik op de een of andere manier verdoofd? Had iemand me opgevangen? Dat kon toch niet? Dwaas dat er op zulke momenten ongelofelijk veel vragen door je hoofd schoten. Mijn wenkbrauwen trokken aan mijn oogleden. Ik wilde mijn ogen openen om een antwoord op mijn vragen te krijgen, tevergeefs.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen