Foto bij 67

Een luide gil vult de keuken.
'Weeral? Ik word dat vluchten echt moe.' Zucht Jonathan.
'Wie niet.' Lacht Elisabeth en samen vluchten ze via de achterdeur naar buiten. Schichtig kijken ze om zich heel op zoek naar een uitweg uit de tuin waarin ze zijn beland.
'Daar.' Zegt Elisabeth en ze wijst naar een boom waarvan de takken over de muur rijken. Behendig klimt ze erin en als ze haar broer ook erin wilt hijsen ziet ze iemand in de deuropening staan. Haar hard begint sneller te slaan en ze snel als ze kan probeert ze Jonathan te helpen. De man is helemaal in zwart gehuld en heeft een mes met bloed aan vast. Bij elke stap die hij dichterbij komt groeit Elisabeths angst.
'Snel.' Zegt ze tegen haar tweelingbroer maar de man staat als te dicht bij. Met zijn mes steekt hij Jonathan in de voet terwijl die juist hoger klimt. Een gil van angst verlaat Elisabeths mond. Ze probeert haar broer zo veel mogelijk te helpen en ze snel als ze kunnen klimmen ze via de boom naar de buren. Met een plof komen ze neer. Ze hijst Jonathan over haar schouder en loopt via het huis naar de straat. Daar staan nog meer mannen en vrouwen, stuk voor stuk in het zwart. Als een vrouw haar ziet trekt ze de aandacht van de rest en als snel kolt de hele groep achter me aan. Ze snel als ik kan loop ik weg. Ik sla het ene straatje in na het andere. Als ze in het midden van de stad komt kan ze met vele geluk oplossen in de mensenmassa en onopvallend naar de haven gaan. Daar pakt ze de boot.
'Gaat het?' Vraagt ze aan haar broer terwijl ze hem neerzet. De boot begint te varen, hopelijk kunnen ze verborgen blijven tot Jonathans wond genezen is. Hij kreunt van de pijn. Er zit een hele diepe snee in zijn been.
'Ik ga hulp halen.' Stelt ze hem gerust en ze staat op, op zoek naar hulp.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen