Foto bij Hoofdstuk 92; Ira.

‘Hestia!’
Als je Ira vroeger ooit had gevraagd of ze dacht vrienden te maken, had ze in alle zekerheid en volmondig “nee” geantwoord. Ze had nooit echt moeite met alleen zijn. Pan was familie die ze niet kon kiezen. Familie, een soort zus. Een zus die soms vervelend kon zijn, maar ook heel vriendelijk en behulpzaam. Nico en zij hadden een vreemde relatie tot elkaar. Hij was haar broertje. Dat was hij werkelijk. Het bracht hen in dezelfde situatie als ze zat met Pan. Hetzelfde gold voor de andere goden. Ze kon haar familie niet kiezen. Vrienden, dat was totaal anders.
Ira rende naar Hestia toe, maar bedacht zich halverwege. Ze bleef stil staan en keek naar Hestia, die voor de haard was verschenen.
Ze schraapte haar keel, om alle enthousiasme eruit te krijgen, voor ze verder ging met praten.
‘Heb je hem gevonden?’
Hestia draaide zich om en glimlachte haar toe.
Het deed best iets met Ira. Het feit dat er zo oprecht naar haar geglimlacht werd. Mensen deden dat niet snel bij haar. Ze waren altijd afstandelijk. Hades was een uitzondering. Persephone leek haar ook langzaam te accepteren. Nico glimlachte sowieso weinig tot niet.
‘Het kostte me flink wat moeite,’ zei Hestia.
‘Maar je hebt hem gevonden.’ Ira voelde zich blij en opgelucht door die woorden. Ze kwam dichter naar Hestia toe.
‘Ja,’ bevestigde Hestia.
‘En?’
‘Hij heeft minder moeite met zijn gedaante dan de meeste van ons,’ zei ze, ‘dus het was niet moeilijk om met hem te praten. Hij had wel twijfels omtrent je intenties.’
Auw.
‘Maar toen ik de situatie uitlegde, moest hij erom lachen. Hij zei dat hij het wel wist.’
‘Wat wist?’ Ira verborg haar pijn, door haar verwarring te tonen.
‘Dat je in werkelijkheid geen slecht persoon bent, dat je probeert te helpen.’ Hestia kwam naar Ira toe en legde een hand op haar wang. De warmte van haar hand gaf, gaf Ira een rustig gevoel. Misschien was het omdat het haar deed denken aan Apollo. Daaraan denkend, besefte ze zich plots iets. Apollo straalde warmte uit. Hij was een belangrijk persoon voor haar. Hades straalde op een bepaalde manier ook warmte uit, waarschijnlijk kwam dat deels omdat hij zo veel tijd in de hitte doorbracht. Hephaistos’ aanraking was warm, omdat hij veel met vuur werkte en hij het vuur ook beheerste. Hestia was hetzelfde. Alle mensen die om haar leken te geven waren, om het maar een belachelijke term te geven, warmbloedig. Ze straalde letterlijk warmte uit. Zelfs Pan. Nico niet per se, hoewel hij wel meer ontspande rondom haar. Meer dan alle andere halfgoden.
‘Hij zei dat hij het zou regelen. Hij weet bij wie hij moet zijn. Hij zou zijn best doen.’

Hestia nam haar hand weg van Ira’s wang.
‘Hoe is alles hier gegaan?’ vroeg ze.
‘Je hebt niets bijzonders gemist.’
‘Niets bijzonders?’ klonk een spottende stem van achter Ira.
Ira draaide zich om. Hermes kwam rustig op hen af. ‘Ik weet niet of ik de afgelopen dagen “niet bijzonder” zou noemen.’
‘Dan zijn onze meningen daarover verdeeld.’ Ira bleef kalm en afstandelijk. Hermes veranderde constant van gedaante. Hij was een van de meest vermoeiende goden van allemaal. Waarschijnlijk omdat hij constant achter haar aan zat.
‘Om je bij te praten, Hestia,’ begon Hermes, ‘Ira heeft Zeus aangevallen.’
Ira sloeg haar ogen af.
‘Het was behoorlijk interessant. Nou moet ik eerlijk zijn en zeggen dat hij begon. Drie bliksemschichten, vlak na elkaar. Het was een wonder dat je niet buiten bewustzijn raakte. Ik ken meer dan genoeg die dat wel hebben gehad.’ Hermes ging zitten op een van de banken. ‘Maar, jij bent niet als de meeste goden.’
‘Dat klopt.’ Ira keek weer op.
Hermes gaf haar een glimlachje. ‘Praat me eens bij. Wat zijn jullie aan het bekokstoven.’
‘Niets,’ antwoordde Hestia.
Hermes’ gedaante flikkerde. Hij sloot zijn ogen en fronste zijn wenkbrauwen, alsof hij zojuist een afschuwelijke hoofdpijn had gekregen. Hij kon zich aansluiten bij de groep. Ira had er al last van sinds Apollo Pan naar het verleden had gebracht.
‘Ik mag hopen dat het iets is om dit alles te stoppen.’ Hermes had zijn ogen nog steeds niet geopend. Hij leek veel moeite te doen om zijn gedaante vast te houden.
‘We zijn nergens mee bezig,’ zei Ira. Ze herhaalde simpelweg het antwoord wat Hestia had gegeven. Hoe minder mensen er van af wisten, hoe beter. Ze kon Hermes niet gebruiken. Hij was te onstabiel.
Hermes opende zijn ogen. In een flits was hij veranderd naar Mercury.
‘Ga naar bed Mercury.’ Ira bewoog haar hand zijn richting in en hij verdween in een dikke laag zwarte rook.
Hestia keek haar geschrokken aan. ‘Sinds wanneer kun je dat?’
‘Wat?’ vroeg Ira. Ze wreef lichtjes over haar slaap. Ze wilde niet te duidelijk laten merken hoeveel last ze had.
‘Je hebt hem zojuist laten schaduwreizen, of niet soms?’
‘Dat klopt.’
‘Je kunt anderen niet laten schaduwreizen. Dat hoort niet.’ Hestia keek naar de plek waar Mercury net nog had gezeten.
‘En toch heb ik het net gedaan.’ Ira ging op de bank zitten. ‘Je moet inventief zijn als het neerkomt op Mercury.’
Hestia bleef stil.
‘Ik weet dat het niet hoort. Het is gewoon. Simpeler.’
Ira keek op naar Hestia. Het kostte haar moeite om zich te concentreren.
Ze zijn in gevaar.
Ira sloot haar ogen. Ze wist niet waar deze gedachten vandaan kwamen. Helaas wist ze wel over wie het ging.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen