Foto bij Hoofdstuk 7, Sint Jan de Doperdag 1259

Het verschrikkelijke nieuws van wat er gebeurd was in de Hemmelighed Toren bereikte snel ver buiten de kasteelmuren. Helle was er om Ditta te troosten. Helle vroeg zich af of Ditta haar vergeven had. Ze besloot dat dit niet de tijd was om het te vragen. Haar gedachten gingen uit naar Gradiner. Hij was gevonden in een put. Ze hadden hem naar de barbier gebracht om zijn hoofdwond dicht te naaien. Zijn schouder was ter plekke teruggezet door een wachter. Ondanks dit verschrikkelijke tafereel gingen de festiviteiten van de dag gewoon door. Helle had begrepen dat de koningin-moeder niet wilde dat iemand lucht kreeg van wat er in het kasteel gebeurd was.Het werd ontkend. Agnus zou overgeplaatst zijn naar een ander onderkomen. De waarheid zou slecht zijn voor haar reputatie, als de gasten erachter kwamen dat iemand het kasteel ongemerkt was binnengeslopen. Helle neuriede zachtjes een oud liedje om Ditta in slaap te wiegen. Het kind had niet meer geslapen nadat ze om hulp had geschreeuwd. Ze streelde de haren van Ditta, die met haar hoofd op de schoot lag. Na een paar minuten hoorde ze het rustige ademen van Ditta. Helle zat nu met een klein probleem. Ze durfde niet zich niet te verplaatsen. Het was alsof God haar goed gezind was. Enkele tellen later kwam er een dienstmeisje.
“Gradiner, hoe maakt hij het?” vroeg Helle bezorgd. “Aslaug is het toch?” Het dienstmeisje knikte. ze hield haar hoofd een tikje schuin en wachtte op de rest van de vraag van Helle. “Kun je mij trouwens helpen met Ditta in een bed leggen?” Aslaug grinnikte.
“Ze ligt daar toch prima?” Helle rolde met haar ogen.
“Ik wil ook nog productief zijn deze dag en niet hier gekluisterd zitten.” Aslaug hield het hoofd van Ditta omhoog terwijl Helle langzaam naar de zijkant schoof. “Of we laten haar hier liggen.” Helle pakte snel een kussen en schoof deze onder het hoofd. Ze gunde Aslaug een glimlach en bedankte haar voor haar medewerking.

Helle merkte dat de stemming in het kasteel niet erg prettig was. Zelfs de beesten die op de binnenplaats waren, hadden het door. Ze besloot de feestkleding voor Ditta te halen, mocht ze zich willen aansluiten bij de festiviteiten. Onbedoeld liep Helle naar de ziekenboeg. Gradiner zat rechtop in zijn nachtleger. Zijn linkerarm rustte in een mitella. Helle nam plaats op het krukje naast Gradiner. “Is het waar?” zei hij zachtjes.Helle knikte om zijn vraag te beantwoorden. “Vervloekte rabout. Duivelsgebroed. Die knaap had mij goed te pakken.” Helle keek hem met grote ogen aan.
“Zulk taalgebruik ben ik niet van gediend!” Helle stond op. Ze was daadwerkelijk beledigd, merkte Gradiner. Hij pakte haar hand en keek haar aan.
“Ga niet weg,” zei hij zacht. Door de jaren heen had hij haar steeds meer kunnen waarderen. Het was een fijne gedachte dat ze hierheen was gekomen om hem te bezoeken, zich bekommerde over zijn welzijn. “Blijf, alsjeblieft.” Hij meende het. Onder normale omstandigheden had hij het niet op deze manier gezegd. Meer als grapje om haar te treiteren. Ze zat erg dicht bij hem. Haar haren zaten wilder dan normaal. “Hoe is het met Ditta?” Helle hield nog steeds zijn hand vast. Ze haalde haar schouders op en beet op haar onderlip.
“Niet goed.” Het bleef even stil.
“Verdomme, als ik beter had opgelet. Dan had ik die... die gore..” Gradiner probeerde een naam voor de klootzak te bedenken die hem van achter had aangevallen. “Lafaard! Helemaal kapot gemaakt.” Helle gniffelde om Gradiner en knikte als bedankje. Helle streelde met de buitenkant van haar andere hand zijn wang, een manier van troosten.
“Je had niks kunnen doen, Gradiner. Ze hebben het hele kasteel al uitgekamd. Het moest iemand van binnen geweest zijn. Een bekende van het hof. Anders was hij nooit binnengekomen.” Helle liet zijn hand los en stond op. Ze deed een paar stappen naar voren om te kijken wat er verder gebeurde in de ziekenboeg. Het was een ruime zaal, maar niet te groot. Aan het einde van de zaal zat de barbier die bezig was een soldaat op te lappen. Helle ging weer zitten en kwam met haar gezicht dichter bij dat van Gradiner. “Grote kans dat de koningin-moeder hierachter zit. Waarom zou ze het anders zo in de doofpot stoppen? Plus er is nog geen onderzoek gestart. Niemand is nog ondervraagd. Is dat niet raar, gezien de omstandigheden?” fluisterde ze. Gradiner zijn rechterwenkbrauw ging omhoog en diepe rimpels verschenen op zijn voorhoofd.
“Heb je hier bewijs van?” Helle schudde haar hoofd. “Dan heb je niets. Ik zou oppassen met zulke beschuldigingen, Helle.” Hij pakte haar hand vast. “Ik zou het vreselijk vinden als jou iets zou overkomen.” Gradiner kantelende zijn hoofd en gaf een kus op haar lippen. Helle trok haar hoofd weg en staarde hem aan.
“Dan moet ik bewijs zoeken.” Ze stond op. Ze hoorde Gradiner nog haar naam zeggen. Haast verdoofd van wat er net gebeurd was, liep ze weg. Wat een idioot. Ze kon zichzelf wel voor haar hoofd slaan. Waarom was ze weggegaan? Helle probeerde haar manier van handelen van net op een rijtje te zetten, maar ze kon het niet. Ze besloot vanavond langs te gaan bij Gradiner. Nu eerst de kleding van de prinses regelen. Helle deed alle handelingen zonder er echt bij te zijn met haar gedachten. Haar hoofd was gevuld met het moment van de zoen met Gradiner. Ze vond hem altijd al aantrekkelijk. Hij verdiende ook prima. Het was een uitstekende huwelijkskandidaat voor haar. Hij verdiende goed, alleen haar ouders hadden het fijner gevonden als ze iemand uit haar dorp zou kiezen. Niet iemand die een ex-soldaat was en nu wachter in het kasteel was. Ze wist nog dat ze haar ouders vertelde dat ze mocht werken in het kasteel. Beiden waren teleurgesteld. Waarom was een boerenbestaan niet goed genoeg voor haar? Helle vond het heerlijk zich in het kasteel te begeven. De sfeer, de mensen en het gevoel van iets doen dat niet het verbouwen van gewassen was. Helle merkte dat ze langer bij Gradiner was geweest dan dat ze in eerste instantie van plan was. De klokken luidden voor de late ochtendmis.

Helle haastte zich om de spullen voor Ditta te pakken. Ze keek rond in de kamer. Hopend op iets van een spoor. Haar oog ging naar het rode kleed waar moddersporen op zaten. Helle haar ogen werden groot. Ze herkende de afdruk. Het was de afdruk die de laarzen van de soldaten achterlieten. Helle herkende de print heel goed. Vroeger moest ze de laarzen schoonmaken als ze iets fout had gedaan van mevrouw Aspriva, hoofd huishouden. Wat betekende dat het een soldaat was geweest. Helle besloot een krat met pootjes boven op de afdrukken te zetten. Zodat niemand erbij kon. Daarna probeerde ze te zien of ze nog wat zag. Ze bedacht zich dat de persoon die dit gedaan had de sleutel had. Ditta was opgesloten gevonden. Naast de sleutelbos van Gradiner en die in het wachtershuisje waren zij en de koningin-moeder de personen met sleutels van de Hemmelighed Toren. Degene die Gradiner had overmeesterd, had natuurlijk zijn sleutels kunnen pakken. Want Gradiner was van achter geslagen en in de put geduwd. Zonder de kleding van de prinses mee te nemen, ging ze terug naar Gradiner om naar zijn sleutel te vragen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen