Foto bij Hoofdstuk 95; Ira.

Voorzichtig liep ze door de groep heen. Dat was het voorbeeld. De enne helft dacht dat ze bij de nieuwe groep hoorde, de andere dacht dat ze bij de oude groep hoorde. Je kon de termen interpreteren zoals je wilde. Rose’s groep zou zeggen dat zij de oude waren, Michaels groep zou henzelf de oude groep noemen.
Ira knikte iemand toe, maar liep snel door. Ze wilde niet gevangen komen te zitten in een nutteloos gesprek. Ze had er geen tijd voor. Ze moest terug naar Olympus voor de goden ontwaakte.
‘Hallo.’
Verdomme.
‘Ik geloof niet dat wij elkaar kennen.’
Ira draaide zich om. Het was Martha die haar had aangesproken. Een van de weinige die een probleem kon vormen. Een van de weinige die iedereen zou moeten kennen.
Ira glimlachte onzeker, om verlegen over te komen. ‘Ik ben vrij nieuw,’ zei ze zacht.
Ze had bewust gekozen voor een niet al te opvallende verschijning. Bruin haar, bruine ogen, simpel en vergeetbaar gezicht. Ze moest low-key blijven, dit was de manier.
‘Oh?’ zei Martha. Ze bleef haar onderzoekend aankijken.
‘Ik- uh. Ik zocht eigenlijk naar Michael?’ Ira sloeg haar ogen af. Ze sloeg één arm om haar lichaam en pakte met die hand haar andere arm vast, die langs haar lichaam hing.
‘Hij was net met Jessica aan het praten geloof ik. Anders breng ik je wel-‘
‘Dat hoeft niet,’ zei Ira zacht. ‘Ik vind hem wel, dankje.’
Ze liep snel verder, haar ogen op de grond gericht. Ze kon Martha’s ogen tegen haar rug voelen prikken.
‘Wie was dat?’
‘Je kent haar niet?’
‘Nee? Is ze niet met jullie mee gekomen?’
‘Nee.’
Daar ging de tijd die ze had. Waarom moesten die stomme halfgoden zich altijd overal in mengen?
Ira keek over haar schouder. Martha was al begonnen met rennen. Ze keek voor zich uit. Michael kwam net tussen een paar tenten vandaan, diep in gesprek met Jessica.
Ira versnelde haar pas.
Ze wist bij Michael te komen, voor Martha haar had ingehaald. Ze sloeg haar armen om zijn hals. Hij verstijfde, geschrokken door wat er gebeurde. Ira boog zich naar zijn oor. Ze moest op haar tenen staan om dichtbij genoeg te komen.
‘Geen tijd. Luister.’ Ira deed haar best om duidelijk te blijven.
‘Michael?’ Martha had hen bereikt. ‘Ken je dit meisje?’ Martha klonk achterdochtig.
Ira besloot verder te spreken en Martha te negeren. ‘Jullie hebben een kwartier om te vertrekken. Probeer De Wacht kalm te houden. Ze mogen niet weten van het dreigende gevaar.’ Ira zakte wat meer terug op haar voeten, zodat Michael haar aan kon kijken.
Hij had een lichte frons op zijn gezicht. Een moment lang zag ze zijn ogen over haar gezicht flitsen. Daarna werd zijn gezicht kalm en vriendelijk. Hij keek op naar Martha en glimlachte.
‘Ja. Dit is Estelle…’ Jak, waarom koos hij nou zo’n naam? ‘…Ze is nieuw.’
‘Echt?’ Martha klonk verbaasd. ‘Maar Hunter-‘
‘Ze is heel nieuw,’ zei Michael. ‘Ze is nog wat angstig, dus ze heeft nog niet veel mensen ontmoet.’ Michael streek even beschermend door Ira’s haar. Het verbaasde haar dat hij dit deed. ‘Ze heeft de gave van voorspellen van Apollo gekregen.’
‘Ze is een orakel?’ Jessica had niet verbaasder kunnen klinken.
‘Ja. Zoals ik al zei, ze is wat angstig.’ Michael sloeg een arm beschermend om Ira heen, om zijn spel nog geloofwaardiger te maken.
Ira voelde haar wangen kleuren en verborg haar gezicht, door haar hoofd dichter naar Michael’s schouder te brengen.
‘Heeft ze een voorspelling gehad?’ vroeg Martha.
‘Zijn we in gevaar?’ vroeg Jessica.
‘Geen reden tot stres dames,’ zei Michael. Hij glimlachte hen toe. ‘Estelle is angstig door wat haar in het verleden is aangedaan.’ Michael klonk zo overtuigend, dat Ira er van onder de indruk was. ‘Ze heeft wel de toekomst gezien. Ze zei me dat we snel verder moeten trekken. Er is iemand die we moeten spreken en als we niet snel vertrekken, lopen we haar mis.’
‘Oh,’ zei Martha. ‘Dus, we moeten vertrekken?’
Michael knikte. ‘Licht iedereen in het kamp in. Zeg dat ze binnen vijf minuten klaar moeten staan voor vertrek.’
‘Vijf minuten?!’ Jessica keek Michael geschrokken aan.
‘Michael, dat geeft ons niet veel tijd.’ Martha schudde haar hoofd.
‘Toch vrees ik dat het noodzakelijk is. We hebben geen tijd te verliezen.’ Michael keek heen en weer tussen Jessica en Martha. ‘Schiet op. Ga iedereen inlichten en je klaarmaken voor vertrek.’

Toen Ira op keek, waren de twee dames weg. Ze stond er alleen, met Michael.
Zijn grip op haar verstevigde. ‘Tijd voor uitleg,’ mompelde hij. Hij draaide zich om en trok haar mee. Zijn arm lag om haar middel.
‘Michael?’ Ze kwamen Rose tegen, niet ver van Michaels tent.
‘Rose. Loop met ons mee, wil je?’ Michael klonk heel zakelijk. Het verraste Ira dat hij zo tegen Rose sprak.

‘Ga zitten.’ In de tent gaf Michael haar een duidelijk bevel. Het was niet dat Ira er naar hoefde te luisteren.
‘Wie is dit?’ Rose en Ira’s blik kruiste.
‘Ira,’ antwoordde Michael.
Ira keek hem aan. ‘Je herkende me? Ik ben onder de indruk.’ Ira fronste. ‘En verwart.’
Michael bromde. ‘Natuurlijk herken ik je. Ik ken je stijl.’
‘Als je me herkende, waarom speelde je dan mee?’ Ira hield haar hoofd schuin en bekeek Michael onderzoekend. Zijn ogen schoten naar Rose, voor hij ze weer op haar fixeerde. Ira fronste licht en keek toen naar Rose.
Rose had alleen oog voor Michael. ‘Aah.’ Ira glimlachte. ‘Eindelijk.’
‘Vertel ons liever waarom we hier weg moeten,’ bromde Michael.
Ira keek hem aan. ‘Jullie hebben bezoek gehad van Hera, niet?’
Michael fronste en schudde zijn hoofd.
‘Ja,’ zei Rose. Ira keek Rose aan. ‘Ze is net langs gekomen om een deal te sluiten. Daarom ging ik je zoeken Michael. Ik wilde het met je bespreken. De deal gaat pas in wanneer jij er ook mee instemt.’
‘Een deal? Met Hera?’ Michael leek nog meer verward.
‘Ja, ze-‘
‘We hebben hier geen tijd voor,’ onderbrak Ira haar. ‘Als jullie niet willen terecht komen in een alles vernietigende orkaan, stel ik voor dat jullie vertrekken.’
‘Een alles vernietigende orkaan? Zeus?’
Ira keek Rose aan. ‘Ik doe mijn best om de goden op Olympus te houden, maar ik kan niet voorkomen dat ze contact zoeken met de winden.’
‘De winden?’ Michael grinnikte.
‘Geloof me, daar wil je geen problemen mee krijgen,’ zei Rose zacht. ‘Waar moeten we heen trekken?’
‘Jullie gaan het niet leuk vinden.’
‘Dat klinkt veelbelovend,’ mompelde Michael.
Ira keek hem weer aan. ‘Jullie zullen het labyrint in moeten.’
‘Onmogelijk.’ Rose schudde haar hoofd.
‘Het labyrint is vernietigd,’ ging Michael verder, voor Rose.
‘Het labyrint is een levend iets. Het vormt zich onder de aardbodem en groeit als onkruid. Denk je werkelijk dat, omdat jullie er een deel van hebben vernietigd, het volledig stopt te bestaan?’ Ira keek van de een naar de ander. Ze zag de twijfel op hun gezichten. ‘Ga oost, richting Mount Holmes. Daar zal je een ingang kunnen vinden. Jullie hebben niet veel tijd.’
‘Mount Holmes. Dat is een reis van twee dagen,’ zei Rose.
‘En jullie hebben nauwelijks twaalf uur om er te komen. Nu nog geen tien minuten om te vertrekken. Ik zou dus maar haast maken.’
Daarna vertrok Ira. Ze kon niet langer blijven hangen, het zou opvallen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen