Het is alweer een hele tijd geleden, dus even een opfrissertje, hihi.

      ‘Mooie techniek. Jammer dat het zo langzaam gaat. Als ik slaap doe ik het nog sneller dan dat.’ Een scherpe stem van rechts doet me opkijken. Samuel staat nonchalant tegen de muur geleund, met een zoetsappige blik in zijn ogen, die me ergens doet denken aan rot fruit. Geen idee waarom. Ik grinnik, terwijl ik met een extra rommelige uithaal de beweging afmaak.
      ‘Ohja?’

      ‘Zeker. Geloof je me niet soms?’ Onder het praten loopt hij naar het rek, en pakt er een lang en zwaar slagzwaard vanaf. Hij hapert heel even onder het lopen, met zijn vingers onwennig om het gevest geklemd. Duidelijk geen ervaren zwaardvechter.
      ‘Om eerlijk te zijn, niet nee.’ Sinds wanneer was ik eerlijk? Die jongen haalt nog vreemdere dingen in me naar boven dan Florian. ‘Maar het staat je helemaal vrij om het even uit te proberen?’ Met mijn zwaard wijs ik naar de ‘’ring’’ waar de tributen met elkaar kunnen oefenen, met zo’n beschermend-krachtveldpak als ik momenteel draag.
      ‘Oké, meid.’ Oh nee, nu ga je te ver hoor. ‘Bewijs maar dat je meer kunt dan alleen mensen irriteren met je rotopmerkingen-’ wie maakt hier nou een rotopmerking? Ik niet. ‘…en gegooi met jassen.’
Ik glimlach zoet. ‘Ik voel me gevleid.’ Met een zelfverzekerde grijns loop ik naar de Ring toe. Samuel grinnikt en loopt er ook naar toe. Een Avox helpt hem in een beschermend pak, waarna hij niet erg onder de indruk tegenover me staat.
      ‘Idioten eerst.’ Ik grijns en gebaar dat hij als eerste toe mag slaan. Het kan ergens misschien aardig overkomen, maar het heeft een totaal andere reden. Als hij begint kan ik zijn zwakke plekken het eerste uitvinden.
      ‘Sorry, ik ben niet die gast die stond te zoenen in de lift. Maar als je zo slecht bent dat je moet hopen op wit begint, zwart wint, houd ik je niet tegen.’ Samuel heft zijn zwaard op en slaat het wapen met een luie boog richting mijn nek. Ik onderdruk de neiging om met mijn ogen te rollen. Nog voordat zijn zwaard ook maar halverwege is ben ik al buiten bereik gesprongen. In een vlugge beweging duik ik naar beneden en haal ik fel uit naar zijn benen, waarna ik weer rechtop sta alsof er niets is gebeurd. Samuel weet mijn uithaal te ontwijken, maar de verbazing valt van zijn gezicht af te lezen.
      ‘Je klinkt niet alleen als een zeurend jochie, je vecht ook zo.’ Uitdagend staar ik hem aan. Even zie ik een zenuwachtige blik in zijn ogen, die hij gauw weer lijkt te verbergen.
      ‘Ehm, ik wilde je niet meteen te had slaan, voor als je zielig zou blijken te zijn.’ Ik kan een duivelse grijns niet onderdrukken.
      ‘Nou, kom maar op dan.’ In tegenstelling tot wat mijn woorden doen verwachten, wacht ik deze keer niet rustig op zijn slag. Niet dat ik zijn vechtpatroon nu al doorheb, ik weet iets veel belangrijkers. Samuel is waardeloos met het zwaard en ziet het maximaal als een scherp stuk minderwaardig ijzer. Vloeiend draai ik een kwartslag naar rechts, waarbij ik mijn voeten al verplaats voor mijn volgende handeling. Zo vlug als water haal ik uit naar zijn zij, om meteen een slag naar zijn hoofd erop te laten volgen. Mijn snelheid is mijn kracht in dit gevecht, tegen een lompe en trage tegenstander.
      Samuel probeert de slag naar zijn zij te ontwijken, maar het zwaard schampt zijn lichaam toch. Als dit een echt gevecht zou zijn, was het eerste bloed voor mij. De slag naar zijn hoofd ontwijkt hij echter wel, ruimschoots ook, alleen misschien niet op de manier die hij graag gewild zou hebben. Door zijn halfslachtige poging mijn eerste uithaal te ontwijken, struikelt de jongen over zijn eigen benen en valt hij op de koude vloer. Licht hijgend kijkt hij me aan. Ik trek cynisch mijn wenkbrauwen op.
      ‘Werkelijk, Samuel. Ga je nog eens beginnen met het gevecht, of,’ elegant draai ik opzij om zijn slappe uithaal naar mijn benen te ontwijken, ‘blijf je lekker liggen?’ Haastig staat hij op en neemt een wankele gevechtshouding aan.
      ‘Zijn we er klaar voor?’ Ik zie hoe hij het zwaard onwennig vasthoudt, en er last van heeft dat hij het gewicht nog niet kent. Amateur. Een échte zwaardvechter hoeft niet te wennen aan zijn wapen.
      ‘Ehm… I-ik moet naar het toilet. We gaan een andere keer wel verder.’ Angsthaas. Sarcastisch kijk ik hem na terwijl hij zich omdraait en wegloopt richting het sanitair, met zijn zwaard treurig naar beneden hangend. In een plotselinge beweging draait hij zich echter om en werpt het scherpe zwaard met kracht in mijn richting.
      En daar houdt het ook op.
      Het zwaard vliegt op enkele meters afstand langs me heen, waarna het log op de vloer terechtkomt. Even knipper ik een keer sarcastisch, als enige aanduiding dat er net een lomp zwaard op me is afgegooid. Samuel zucht nog eens, waarna hij zich neerslachtig omdraait en de Ring verlaat. Met een arrogant gezicht bestudeer ik mijn nagels. Dat was één waardeloze Beroeps. Voor zijn districtsgenoot heb ik weinig hoop.
      Mijn blik valt op Christian en Daniel, die in een andere Ring met elkaar aan het oefenen zijn. Hun gekozen zwaarden zijn echter een tikje... extravagant.

Reacties (2)

  • Moonwaves

    ik zie het nu pas ik neemm een abo!:P

    3 jaar geleden
  • Samanthablaze

    Wah het doet pijn... Au... Chris jij stomme sukkel... Au...

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen