Foto bij 69

Jonathans bewusteloze lichaam lag in de handen van zijn zus. Een traan liep over haar wang en viel op zijn gezicht.
'Het gaat je lukken. Je gaat het overleven. Ik ben bij je.' Fluisterd ze triest. Wat als hij niet meer wakker ging worden? Wat als ze te laat waren? Duizende gedachten spookte door Elisabeths hoofd.
'Je mag hem aan mij geven, ik kan wel verder voor hem zorgen totdat hij wat sterker is.' Zegt de dokter die Elisabeth had gevonden. Twijfelend blijft ze even staan.
'Mag ik nog wel langskomen?' Vraagt ze, de man knikte vriendelijk en Elisabeth gaf haar bewusteloze broer af. Klaar om hem een paar uur niet meer te zien. De donker niep met de jongen in zijn armen naar de kamer die hij op de boot had gehuurd en begon met vanalle operaties en begon de wonde dicht te naaien. Ondertussen nam Elisabeth de tijd om de boot waarop ze beland waren een beetje beter te bestuderen. Eenzaam liep ze over het dek. Met haar gedachten bij haar broer. Na alles wat ze samen hadden doorgemaakt mocht dit het niet eindigen. Ze had hem nodig, hij moest haar helpen.
'Goedendag, kan ik u ergens mee helpen?' Hoort ze een stem zeggen. Bang dat het een van de in zwart gehulde mensen is kijkt ze de persoon aan. Tot haar opluchting is het een van de werknemers.
'Kan ik hier ergens een kamer krijgen?' Vraagt ze vriendelijk. Voor zolang ze kon praten moest ze het gebruiken.
'Natuurlijk, voor u alleen? Of bent u hier met nog iemand anders?' Zegt de man met een vriendelijke glimlach.
'Voor mij en mijn broer alstublieft.' De man knikt kort.
'Komt u dan maar even mee.' Ze volgt de man naar een klein kamertje. Er staan twee bedden, een kast en een kleine badkamer.
'Bedankt.' Zegt ze en ze laat zich op het bed ploffen.
'Is er nog iets?' Vraagt hij beleefd.
'Naar waar gaat deze boot?' Zegt ze nieuwsgierig.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen