Foto bij 70

'Kijk uit waar je loopt Peeters.' Zegt een geïrriteerde stem. Ik kijk de man aan waartegen ik was gelopen. Het is een Zwadderaar, precies de Zwadderaar die me altijd gepest heeft.
'Hou toch je kop Klarkson.' Snauw ik.
'Hebben we een grote mond gekregen? Je weet hopelijk nog wat ik daaraan doe.' Zegt hij en hij laat zijn vuisten kraken om kracht bij zijn woorden te zetten. Natuurlijk wist ik nog wat hij deed. Iedereen die hij niet leuk vond eindigde in de ziekenzaal.
'En hopelijk weet je nog wat ik de vorige keer dat jij dat probeerde deed.' Herinner ik hem. De laatste keer had ik hem zelf vervloekt.
'Hey Rani.' Begroet ik Rani die net voorbij kwam lopen.
'Hey.' Ze omhelst me bij wijze van een hallo. Klarkson kijkt ons verbaasd aan. Zijn gezicht is goud waard.
'Wat heb je gedaan?' Vraagt Rani aan me als ze zijn gezicht ziet.
'Niets, hij is precies geschokt toen jij hier kwam.' Ik haal mijn schouders op bij het zeggen van deze woorden.
'Laten we gaan. Straks komen we te laat voor onze les.' Zegt ze en ze draait zich om om weg te gaan. Ik volg haar voorbeeld maar nog voor ik een stap heb gezet draai ik me om en hou de vuist van Klarkson tegen. Verbaasd kijkt hij me aan. Het was zijn bedoeling geweest om me onverwacht bewusteloos te slagen.
'Niet deze keer maat.' Zeg ik geheimzinnig en ik ga weg.
'Wat deed je?' Vraagt Rani.
'Hij wou me slaan. Maar natuurlijk wist ik dat al en hield ik hem tegen.' Leg ik uit. We rennen bijna door de gangen.
'We komen toch niet te laat hoor. Dus we hoeven niet te lopen. De leraar komt zelf tien minuten te laat dus...' zeg ik en ik begin trager te stappen. Rani volgt mijn voorbeeld.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen