Foto bij Hoofdstuk 5

Als Alexander is bijgekomen van het lachen, staat hij op.
‘Wil je wat wijn, Alex?’
Ik ben zeventien, bedenk ik me. Ik mag helemaal niet drinken. Maar ik denk niet dat de Nederlandse wetten in de Griekse oudheid gelden.
‘Graag, dank u wel.’
Hij rinkelt aan een bel en een jonge vrouw komt binnenlopen. Een slaaf, bedenk ik me. Het is mijn eerste kennismaking met slavenarbeid en het schokt me meer dan ik laat zien.

Ze kijkt ons niet aan, maar staart naar de grond, en als Alexander haar vraagt om wijn, buigt ze en verdwijnt ze even meteen. Ze komt terug met een enorme vaas die ik alleen herken van musea. Kostbare overblijfselen uit de oudheid daar, karaffen voor wijn hier. Op haar dienblad staan drie drinkbekers. Ze geeft Alexander de eerste, Hephaestion de tweede en mij de derde. Wat een museum wel niet zou geven om die in bezit te krijgen, bedenk ik me. Helaas is voorwerpen meenemen streng verboden.

De wijn smaakt zoet, maar de smerige bijsmaak van alcohol is nog sterk aanwezig. Ik doe mijn best mijn gezicht in de plooi te houden. Het is vast heel vreemd voor hen dat dit mijn eerste aanraking met wijn is.

Alexander kijkt naar Hephaestion en zijn blik blijft hangen. Hij staart onbeschaamd naar de man, glimlacht alsof hij naar de sterren kijkt, en kijkt niet meer weg. Als Hephaestion zijn blik opvangt, is hij niet beschaamd of verbaasd. Hij glimlacht terug, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik voel me ineens een indringer in hun wereld.

En opeens vraag ik me af: was Alexander niet getrouwd met een vrouw? Of vrouwen? Ik vraag het niet na.

Het intieme moment is snel voorbij, en nu ineens begrijp ik wat Mayla bedoelde toen ze antwoorde met zoiets na mijn aanname dat Hephaestion Alexanders beste vriend was. In werkelijkheid moet hij zoveel meer zijn geweest. Het moet wel, toch? Ik kijk niet zo naar mijn beste vrienden. Ik heb nog nooit zo naar Cassy gekeken, of naar Ben. Of naar Ben…

Ineens herinner ik me gisteren, bij de bibliotheek. Ik herinner me nog precies hoe de zon in zijn donkere haar was gevallen, hoe hij tegen de meer aanleunde…

Ik observeerde alleen zijn baard, toch?



Dat was alles, vertel ik mezelf. Hij is mijn beste vriend. Niets meer, niets minder. Ik ben Alexander niet.

‘Dus Alexander,’ vraag de blonde man, die vergeet mijn naam af te korten, ‘hoe is het in India?’
Ik realiseer me twee dingen tegelijk: nummer één is dat ik wél Alexander ben. Nummer twee is dat ik nog nooit in India geweest. Nummer twee is net iets dringender.
Ik open mijn mond om te antwoorden, hoewel ik niet zeker weet wát ik dan precies wil antwoorden, maar Hephaestion is me voor.
‘Ben je een prins?’
‘Ja.’
Ik weet niet precies waarom ik ‘ja’ antwoord. Misschien omdat Hephaestion het vroeg alsof hij al aannam dat dat het geval was. Misschien omdat zijn vraag een herinnering oproept, die heel lang heel diep was weggestopt. Vroeger stelde ik me voor dat mijn vader een koning was, uit het verre India. Hij is geen koning. Ik weet niet wie hij wel is.

‘Vertel me meer.’
Alexanders stem haalt me uit mijn gedachten. Ik weet niet hoe lang ik niet heb gesproken, maar het is duidelijk te lang.
‘Mijn vader is de koning van een klein rijk.’ De leugen komt gemakkelijk uit mijn mond. Ik wilde ooit zo graag dat het waar was. ‘Het is niet erg machtig, maar wel heel erg mooi.’
Het zijn de woorden van een tienjarige jongen. Ik merk het als ik ze uitspreek. De fantasieën die ik ooit had, komen maar moeilijk terug.

‘Mijn heer.’ Een slaaf onderbreekt onze conversatie, tot mijn grote opluchting. Ik had echt geen idee wat ik nog meer over India had moeten bedenken. Iets met olifanten misschien?
‘We verwachten u zo voor een feestmaal.’
Hij buigt en vertrekt weer.
‘Een feestmaal?’ vraag ik.
Alexander knikt. ‘Het is om te vieren dat we bijna weer in Alexandrië zijn. We zijn bijna thuis.’ Alexandrië? Welke van de bijna twintig ook alweer? Die ene met die legendarische bibliotheek?
‘Je bent natuurlijk van harte uitgenodigd. Ben je ooit bij een Grieks banket geweest?’
Ik schud mijn hoofd.
‘Oh, ik wed dat het veel beter is dan wat je gewend bent. Je zult het geweldig vinden.’

Ik weet het zo nog niet. Mayla zei dan wel dat ik niets moest eten terwijl ik hier was, omdat ik daar ziek van kon worden, maar het zou waarschijnlijk ontzettend onbeleefd zijn om nu te weigeren. Ik zou natuurlijk weg kunnen glippen en op de nultoets kunnen drukken, maar ik weet ook dat ik nog lang niet genoeg informatie heb voor een fatsoenlijk verslag. Misschien kan ik een manier vinden om onder het eten zelf uit te komen. Als iedereen dronken is, moet dat niet al te moeilijk zijn.

Ik kan geen hoofdstuk garanderen volgende week. Er zijn een paar dingetje die ik op een rijtje wil krijgen voor dit verhaal, én ik ga heel snel door alle hoofdstukken door, waardoor ik eigenlijk een beetje te snel ga voor de wedstrijd, haha. Dus wacht geduldig!
@Hypergraphia: <3 back
@FaramirOfGondor: geen zorgen, dat is de bedoeling!
@Wervelwind: ja, je hebt helemaal gelijk! Ik zal het zo even aanpassen. Indië bestond toen inderdaad nog niet, maar de regio werd wel zo aangeduid
@Raisei: ja, dat klopt inderdaad

Reacties (7)

  • Square

    Alexander kijkt naar Hephaestion en zijn blik blijft hangen. Hij staart onbeschaamd naar de man, glimlacht alsof hij naar de sterren kijkt, en kijkt niet meer weg. Als Hephaestion zijn blik opvangt, is hij niet beschaamd of verbaasd. Hij glimlacht terug, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik voel me ineens een indringer in hun wereld.
    Dit is prachtig, omg. Hij nodigt zijn nieuwe gast uit, biedt hem een stoel aan, lacht zich kapot om een inside joke met zijn vriendje waar die gast niets van snapt, biedt de gast wijn aan, en staart vervolgens als een extreem verliefde dope naar zijn vriendje zonder verder nog iets te doen. A for effort, maar verder ben ik nog niet heel erg onder de indruk van je gastheerskills, sorry, Alexander, hahaha.(nerd)


    Ik kijk niet zo naar mijn beste vrienden. Ik heb nog nooit zo naar Cassy gekeken, of naar Ben. Of naar Ben…
    Hehe.


    Hij is mijn beste vriend. Niets meer, niets minder. Ik ben Alexander niet.
    Als jij het zegt, Alexander, lieverd.


    ‘Ben je een prins?’
    ‘Ja.’

    Oh hemel. Niet eerst een moment om erover na te denken of zo, gewoon "ja", want sure, waarom niet.


    Welke van de bijna twintig ook alweer?
    Burn. 😎


    Ik zou natuurlijk weg kunnen glippen en op de nultoets kunnen drukken, maar ik weet ook dat ik nog lang niet genoeg informatie heb voor een fatsoenlijk verslag.
    Maar wel voor een fatsoenlijke fanfic, wed ik!

    3 jaar geleden
  • EvaSalvatore

    *zwaait* joehoeeeee
    i love this story and i need morreeeee
    smeek smeek

    PLEASEEEEEEEEE
    Wat liefde:❤❤❤❤❤❤❤❤❤❤

    3 jaar geleden
  • Vasya

    Misschien kan je enkel tijdreizen op een lege maag en komt ie vast te zitten :')

    3 jaar geleden
  • Catmint

    Jammer, maar toch snel verder! Ik hou van geschiedenis en dit is echt gaaf!

    3 jaar geleden
  • Grace

    Ik ben benieuwd hoe hij zich daar onderuit gaan weten te krijgen, Alex kennende vast met iets doms haha

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen