Foto bij H19: Vlucht naar Japan ~ Khana

Tot zowel Nick als mijn opluchting, was de taxi gewoon komen opdagen en had hij ons naar Songshan gebracht, de luchthaven waar we ons volgende vliegtuig moesten nemen. Na de hele toer waren bij onze terminal aangekomen en we zetten ons neer in de stoeltjes daar. “Dat was me nogal wat”, zuchtte ik en Nick lachte. “Bedoel je die toer langs al die controles of bedoel je Ngorongoro?” vroeg hij en ik grinnikte even. “Allebei, maar vooral dat gedoe rond Ngorongoro. Ik ben blij dat hij nu terug naar huis kan”, zei ik en keek even naar de foto op mijn gsm die ik van hem had getrokken. Nick humde en zei: “Inderdaad, je mist hem al hé?” “Ja, hij was op zich wel vriendelijk en een wyvern in het echt ontmoeten is heel speciaal”, zei ik en Nick knikte instemmend, waarna het even stil was.

“Khana, ik heb nog een vraagje”, zei Nick opeens en ik keek hem vragend aan. “Welk vraagje?” vroeg ik en hij zei: “Toen ik vroeg hoe je zo zeker was dat hij hulp nodig had, antwoordde je ‘Voorgevoel’. Wat bedoel je daar mee?” Ik bleef even stil en overliep de voor- en nadelen van mijn waarheidsgetrouw antwoord. De nadelen wonnen toch en ik besloot maar een vaag antwoord te geven, waardoor ik zei: “Het was gewoon een toevallig voorgevoel… En hij klonk echt in gevaar.” Volgens mij was ik te lang stil gebleven, want ik zag aan Nick dat hij me niet helemaal geloofde. Hij zei er echter niets van en zei enkel: “Oké dan.” Toen was het weer stil tussen ons en kwamen er steeds meer mensen rond ons heen zitten in de stoeltjes, wachtend op het moment dat we aan boord konden gaan.

Opeens werd onze vlucht omgeroepen en we stonden op om dan mee in de rij te gaan staan. Zodra we onze tickets hadden laten zien, mochten we naar het vliegtuig gaan. Terwijl we door de tunnel wandelde, zuchtte ik even. De stilte tussen Nick en mij voelde voor mij vrij ongemakkelijk en ik wou niet dat onze reis zo moest verdergaan, dus besloot ik om te zeggen: “Ik kan vrij goed omgaan met dieren en ik ben altijd al wat gevoeliger geweest voor noodkreten van dieren, vandaar dat ik er vrij zeker van was dat Ngorongoro hulp nodig had.” Eerst keek Nick me verbaasd aan, waarna hij knikte en even glimlachte. “Oké, het klonk gewoon niet echt geloofwaardig toen je het daarjuist zei”, zei hij toen en we kwamen aan bij het vliegtuig, waar we de piloten en de stewardessen begroetten. We liepen door naar onze plekken en toen iedereen aan boord was, begonnen we aan het tweede deel van onze reis naar Japan.

Ik werd wakker toen de persoon in de stoel voor mij een luide hoestbui kreeg. “Mooi, je bent wakker. Ze hebben zonet gevraagd om onze riemen terug vast te maken”, zei Nick en ik ging overeind zitten. “Zijn we er dan al?” vroeg ik een beetje verbaasd. Ik had dan blijkbaar 6 uur geslapen, want ik viel pas na 2 uur op het vliegtuig in slaap. Nick knikte en ik zag zijn ogen wat twinkelen; hij keek er echt naar uit om in Japan aan te komen. Toen ik mijn riem had vastgeklikt, zei Nick op een geheimzinnige toon: “Doe je het luikje eens omhoog?” Na nog eens in mijn ogen gewreven te hebben, deed ik wat Nick had gevraagd en keek met grote ogen naar buiten. De zon scheen net boven de horizon en ik zag in de verte een berg staan, terwijl onder ons de luchthaven te zien was zodra we kantelden om een bocht te nemen. Het zag er prachtig uit en ik keek er vol verwondering naar. Toen ik terug naar Nick keek, zag ik hem breed grijnzen en hij zei: “Welkom in Tokio, Japan.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen