Foto bij H20: Bespreking met handlangers ~ Halatir

“VERDOMME!” vloekte ik luid door het huis en sloeg nog eens woedend op de tafel. Mijn handlangers krompen ineen en stapte wat achteruit, weg van mij. Ze stonden ongemakkelijk bij elkaar en ontweken mijn blik zorgvuldig, bang voor wat ik zou doen of zeggen als ze me aankeken. Mijn gsm lag even verderop in stukken op de grond doordat ik hem zojuist tegen de muur had gegooid. “M… meneer?” vroeg iemand en ik keek hem woest aan, waardoor hij een tint bleker werd en meteen zijn hoofd boog. Het was weer stil, om mijn briesende ademhaling na. Ik kalmeerde mezelf en ging met mijn hand door mijn haar, waarna ik grommend zei: “Ik hoop dat jullie beter zijn dan die prutsers in Taiwan.” “Ja meneer!” zeiden ze meteen vastberaden en klopten even op hun borst, waarna het weer stil was. Met een knik liep ik rustig naar het raam en zette alles op een rijtje. Mijn handlangers in Taiwan waren voor het grootste deel vermoord door de wyvern en twee wyvern-fanaten, zoals de enige overlevende het had beschreven. Ze waren alle drie nadien verdwenen van de plek en had die lafaard eindelijk zijn schuilplaats kunnen verlaten, om me daarna dit nieuws te brengen.

“Jullie twee”, zei ik terwijl ik omdraaide en twee mensen aanduidde. Meteen stonden ze kaarsrecht en ik zei: “Spoor de overlevenden in Taiwan op en zorg dat ze naar hier komen, ze krijgen nog een laatste kans om zich bij mij te verantwoorden.” De man en de vrouw knikte, waarna ze de kamer verlieten. Toen keek ik naar de anderen en beval: “Ruim de rest van de bewoners van dit huis op, we gaan verder met onze plannen en deze pottenkijkers mogen ons absoluut niet in de weg lopen.” Mijn handlangers knikten en verlieten ook de kamer, waardoor ik alleen achter bleef. Ik liet me even omringen door de stilte, maar niet veel later hoorde ik gegil en geschreeuw, waardoor ik breed moest grijnzen. Van die mensen waren we al verlost…

Een zachte piep liet me omdraaien en ik keek naar de kooi die in de hoek van de kamer stond. Ik trok een wenkbrauw op en legde mijn hand op mijn dolk, waarna ik langzaam eropaf stapte. “Wie is daar? Kom tevoorschijn”, beval ik en zag iets onder de kooi bewegen. Ik voelde een sterke angst en met een grijns zakte ik op mijn hurken. Onder de kooi zag ik tussen enkele lakens twee betraande ogen mijn angstig aankijken. “Kom daar uit, ik zal je niet neersteken”, zei ik en stond op, waarna ik wat afstand creëerde. Het jonge meisje dat altijd mijn thee bracht, kwam langzaamaan tevoorschijn en keek met trillende handen naar mij. Toen viel ze op haar knieën en boog op een typische Japanse manier. “Alstublieft, het spijt me meneer… Spaar mij… ik zal niets vertellen, echt niet…”, begon ze toen te smeken en ik hurkte vlak voor haar neer.

“Kijk me aan”, zei ik toen en ze keek me met doodsangst in haar ogen aan. Ik streelde over haar wang een traan weg en schudde met een spijtig gezicht mijn hoofd. “Je mag niet afluisteren, weet je dat? Dat is heel stout”, zei ik toen met een lage stem en het meisje knikte rillend. “Het spijt…”, begon ze, maar ik had plotseling haar keel vastgegrepen. Ze hapte met grote ogen naar lucht terwijl ik mijn greep verstrakte. Terwijl ze stikte, bracht ik mijn gezicht naar haar oor en zei grijnzend: “Stoute kinderen moeten gestraft worden, maar ik zal voor jou er een eenmalige straf van maken.” Haar ogen draaiden weg en haar lichaam schokte, maar het kon mij niet schelen. Hoezeer ze ook met haar vingers mijn hand probeerde los te maken, hoezeer ze ook mij probeerde te stampen… ze zou deze kamer nooit meer levend verlaten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen