Foto bij Hoofdstuk 6

‘Hephaestion,’ zegt Alexander, ‘ik moet de voorbereidingen gaan overzien. Kun jij Alex een fatsoenlijke toga geven?’
Hephaestion knikt. ‘Ik neem aan dat je geen toga bij je hebt?’
Ik schud mijn hoofd.
‘Geen probleem. We hebben wel iets voor je.’

Alexander roept de slaaf weer bij zich en instrueert haar een toga te halen, passend voor een prins. Ik wil hem bijna vragen welke prins, maar dan herinner ik me mijn leugen. Oh ja. Prins. Ik. Absoluut.

Ik ga zo in de problemen zitten.

De slaaf geeft me een toga aan, en opeens bedenk ik me dat ik werkelijk geen flauw idee heb hoe ik het aantrek. Het lijkt meer op een laken dan op een kledingstuk. Ergens wil ik hulp vragen, maar ik heb geen idee of dat gepast is.

Dan bedenk ik me iets. De telefoon. Shit.

Oké, dus ik heb mezelf echt afschuwelijk erg in de problemen gewerkt. Ten eerste ben ik geen prins, dus als iemand ernaar vraagt, heb ik helemaal niets te zeggen. Ten tweede mag ik niets eten, en ga ik naar een feestmaal. Ten derde heb ik net zo’n beetje ja gezegd op het dragen van een toga, en daarbij verlies ik de kans om mijn telefoon bij me te dragen.

Zou ik het kunnen weigeren?

Het is al te laat. De slaaf gebaart me mijn kleding uit te doen. Ik begrijp dat ze me komt helpen met de toga, en ik weet niet of ik daar blij mee moet zijn. Natuurlijk weet ik zelf niet hoe dit moet, en kan ik alle hulp goed gebruiken, maar moeten mijn kleren daarbij dan ook echt uit?

Alexander is verdwenen en Hephaestion staat met een mannelijke slaaf te praten, waarschijnlijk ook over het feest van later. Ik adem diep in en knik naar de slaaf. Zorgvuldig begint ze mijn wapenuitrusting te verwijderen, maar als ze bij het ondershirt komt, gebaar ik dat ik het zelf wel doe. Ze spreekt niet met me en ik vraag me af of ze wel Grieks spreekt.

Nou ja, technisch gesproken spreek ik ook geen Grieks.

Ik vouw zorgvuldig zelf mijn ondershirt op en de woorden ik zit zo in de problemen herhalen zich keer op keer in mijn hoofd. Gelukkig heeft niemand de telefoon gezien. Het meisje kijkt even verbaasd naar mijn ondergoed, maar als ik gebaar dat dat aan blijft, knikt ze even en pakt ze de toga erbij.

Nou ja, toga? Het is dus meer een laken, en als ze het uitvouwt, merk dat het inderdaad gewoon een vierkant stuk stof is. Ze vouwt het dubbel en dan nog een keer, en wikkelt het om mijn lichaam. Als eerste schikt ze de stof over mijn schouders. Ik weet niet hoe ze het doet, maar zonder veiligheidsspelden blijft het zitten en de stof valt soepel over mijn schouders. Het doet me nu een beetje denken aan die zomerjurkjes die de populaire meisjes uit mijn klas wel eens dragen.

Tenslotte reikt ze me een riem aan. Tot mijn grote opluchting zitten er buideltjes aan, waarschijnlijk voor geld en snuisterijen. Eén daarvan is groot genoeg voor de telefoon. Zodra het meisje wegloopt, stop ik de telefoon snel in de riem. Eén ramp afgewend. Twee te gaan.

Ik ga weer zitten en wacht tot Hephaestion uitgepraat is en bid tot alle goden – vooral Zeus op het moment, wie weet – dat hij me niet meer vraagt over India.

‘Ah.’ Hij glimlacht. ‘Ziet er goed uit. Persoonlijk vind ik het een beetje een gedoe, en eigenlijk draagt Alexander ook veel vaker zijn wapenuitrusting. Hij is een beetje eigenzinnig.’
‘Het is zeker een gedoe.’
Hephaestion lacht. ‘Verstandig om niet te reageren op mijn laatste opmerking.’

Dan bedenk ik me dat ik hier ben voor mijn werkstuk. Nu ik de kans heb, zou ik eigenlijk een paar vragen over Alexander moeten stellen. Vragen die niet kunnen worden beantwoord door een kijkje op de Wikipedia-pagina. Serieuze vragen die me een goed cijfer op gaan leveren. Maar ik kan aan maar één vraag denken.

‘Hephaestion? Zou ik een vraag mogen stellen die misschien… ongepast zou kunnen zijn?’
Hij glimlacht. ‘Zolang je het aan mij stelt, en niet aan Alexander, ga je gang.’
Ik haal diep adem. Hoe ga ik dit in godsnaam verwoorden. ‘Alexander en jij… Jullie zijn meer dan vrienden, toch?’
Mijn hart bonkt in mijn keel terwijl ik wacht op zijn antwoord. Wat als hij mijn vraag zo ongepast vindt dat hij boos wordt en me ter plekke laat executeren?

Oh ja, dan pak ik mijn telefoon. Maar toch.

‘We zijn als Achilles en Patrokles.’
Achilles en Patrokles? Zoals in de Ilias? Achilles was een held, zoveel herinner ik me nog wel. Patrokles echter, die naam komt me alleen heel vaag bekend voor.
Als Hephaestion me verbaasd ziet kijken, zegt hij: ‘Ik vergat dat je hier niet vandaan komt. Achilles en Patrokles… ze hielden van elkaar.’
Ik glimlach, want ik begrijp precies wat hij bedoelt. Hij houdt van Alexander.

Jaaa, it's true. De Achilles en Patrokles vergelijking, daar is ook volop historisch bewijs voor. En Achilles en Patrokles waren absoluut gay, ik heb er min scriptie over geschreven (zo ongeveer). Het heeft wat langer geduurd, want ik was bezig met een ander project, maar ik ben jullie niet vergeten!
@FaramirOfGondor: dank je wel!
@Hypergraphia: beledig je Alex? Ik ben diep beledigd (nee hoor, het is waar) :'P
@Wervelwind: ja, waarschijnlijk wel
@Catmind: dank je wel!
@Agent: hahaha, dat was ook leuk geweest
@EvaSalvatore: *zwaait terug* bedankt voor je liefde, en hier is meer!

Reacties (7)

  • Square

    Nu heeft hij definitief voldoende materiaal voor een fanfic. Wees creatief, Alex. Wie weet waardeert je geschiedenisdocent het wel.(nerd)

    3 jaar geleden
  • Wavechaser

    Ik kan niet geloven dat hij zomerjurkjes met vierkante lappen stof vergeleek. Eigenlijk wel. Alsnog; blasphemy!!!

    3 jaar geleden
  • Grace

    Bij Achilles en Patrokles moest ik meteen aan The Song of Achilles denken^^

    4 jaar geleden
  • EvaSalvatore

    Ship ship ship! *klapt blij*

    4 jaar geleden
  • Catmint

    Superdroge vraag "Jullie zijn meer dan vrienden, toch?"xDWas dat nog niet duidelijk dan?

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen