Het is vrijdagavond en ik gooi de laatste spullen in mijn rugzak.
Ik probeer niet te veel aan Colin te denken en pak uit mijn kast een pyjama.
In plaats daarvan probeer ik aan het huis van Bree te denken.
De ouders van Bree zijn heel rijk en wonen in een luxe villa aan de rand van de stad.
Ze hebben zelfs een hele tv kamer en een eigen zwembad.
Ik loop naar beneden en trek de deur open.
Mijn ouders komen in de deuropening staan om me uit te zwaaien.
Ik gooi mijn tas in de kofferbak en loop terug naar mijn ouders.
Ik geef mijn moeder een knuffel.
'Veel plezier Emma, en rijd voorzichtig' zegt ze terwijl ze een kus op mijn wang drukt.
'Dag mam en pap, ik zie jullie morgenmiddag weer!' roep ik terwijl ik naar de auto loop.
Onderweg naar Bree haal ik de tweeling op.
We rijden door de stad naar duurdere buurt.
Ik parkeer mijn auto achter de auto van Oliver en we lopen met onze tassen naar de deur.
Bree doet met een grijns de deur open en trekt ons naar binnen.
'Welkom dames! Gooi je tas maar bij de trap neer.'
We zetten onze tassen neer en lopen met zín allen naar de tv kamer waar Oliver al op de bank zit.
De tweeling ploffen naast Oliver neer.
'Waar zijn je ouders heen Bree?' vraag ik haar terwijl we samen het aangrenzende keukentje inlopen voor het drinken en de popcorn.
'Oh, die zijn nu voor twee weken naar Canada toe. Pap moest er voor zijn werk heen en mam besloot met hem mee te gaan.'
Ze leegt een zak chips en een zak popcorn in de bakken en we lopen met onze armen vol eten en drinken terug.
Bree en ik gaan op de kussens voor de bank zitten en kiezen een film uit.

Halverwege de film moet ik even naar de wc. Ik loop het halve huis door en ga de badkamer binnen.
Op de terugweg naar de tv kamer wordt mijn blik getrokken naar de bovenverdieping.
Het voelt alsof er iets is op de bovenverdieping dat wil dat ik naar boven kom.
Voor ik het zelf door heb sta ik op de bovenverdieping en kijk ik de gang naar de logeerkamers in.
Ik loop langzaam de gang in en blijf voor de laatste deur in de gang staan.
Ik duw de deurklink naar beneden en duw de deur open.
Het is donker in de kamer en ik zoek naar de schakelaar. Al snel baadt de kamer in het licht en ik kijk rond.
Het lijkt of deze kamer gebruikt wordt, maar Bree is alleen thuis, dus dat kan niet.
Het bed is niet opgemaakt en er staan een paar tassen naast het bed. Over de bureaustoel hangen wat shirts.
Ik kijk naar het bureau en zie er wat boeken liggen en op de hoek van het bureau ligt een doosje.
Ik loop langzaam naar het doosje toe.
'Ik hoor hier helemaal niet te zijn' mompel ik zacht tegen mezelf.
Ik leg mijn handen op het bureau en kijk naar het doosje. Het ziet er oud uit.
Ik open het deksel en kijk in het doosje. Op een zacht kussentje ligt een medaillon.
Eigenlijk een heel normaal medaillon, een hangertje van glas aan een lang leren touwtje.
Ik laat zacht mijn vingers over het medaillon gaan en zie dat het medaillon begint te gloeien.
Plots sta ik niet meer in de kamer maar zie ik een vrouw voor me staan.
Ze draagt het medaillon en neuriet en slaapliedje.
Ik zie een paar mollige babyhandjes naar het medaillon grijpen.
De vrouw lacht en als ik die lach hoor klinkt het heel vertrouwd.
Ik ken die vrouw maar ik weet niet waarvan.
Even plots als het kwam ging het weer en sta ik weer in de kamer. Ik voel twee handen op mijn schouders en merk dat ik niet alleen ben.
Als ik opkijk kijk ik in de bruine ogen van een jongen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen