[center]•       Een sschilderij van Léon Bakst       •

[/center

      Mikhaila herinnerde zich een schilderij van Léon Bakst met daarop een wat gezette man op de voorgrond, gehuld in een pantalon en jas die met wat omhooggetrokken wenkbrauwen de wereld in keek. Ze had naar hem gevraagd in haar gebrekkige Frans, want aan Russisch of Engels had ze niet veel. Ze wist van het hotel waar hij verbleef, maar waar zich dat bevond, was moeilijker te vinden.
      Tijdens het dwalen door eenentwintigste-eeuws Parijs, probeerde ze het gezicht van Vanya van haar netvlies te bannen. Nu ze hier was, wist ze dat ze hier wilde zijn, in deze tijd waarin kunst en cultuur nog iets konden betekenen voor de wereld, maar tegelijk voelde ze zich beetgenomen. Vanya had dit gepland. Hij wilde dat ze de ruimtetijdgenerator zou gebruiken. Zou de professor er ook bij betrokken zijn?
      Mikhaila beet op haar lip, liep over een lange laan met bomen aan weerskanten en stak de Seine over. Dat had ze nog begrepen. Ze vroeg opnieuw in haar gebrekkige Frans naar het hotel, want een ander doel had ze zich nog niet echt durven stellen. Nu ze hier was, kon ze de man ontmoeten die zo veel indruk had gemaakt op haar vader, maar of dat ook zou lukken…
      Ze had zeker een paar uur gelopen toen ze het hotel eindelijk in zicht kreeg en niemand minder dan de levende versie van Léon Braksts werk naar buiten zag stappen.
      ’Monsieur Diaghilev, Monsieu Diaghilev!’ riep ze en ze versnelde haar pas zodat ze bijna rende.
      De man, amper langer dan zij en met een jas aan die hem tegen de kou die met de avondschemering mee naar Parijs was gekomen, te wapenen, draaide zijn hoofd en knikte vriendelijk. Daarna leek hij zijn weg weer te willen vervolgen, maar Mikhaila spoedde zich naar hem toe. Hij keek haar aan vanonder de rand van zijn hoed op een manier die haar duidelijk maakte dat hij niet veel tijd voor haar had.
      ’Ik ben verslaggever, mijnheer,’ zei ze, blij dat ze weer Russisch kon spreken. Ze had gedacht dat hij in gezelschap van Vaslav of iemand anders van zijn balletgezelschap, maar eigenlijk was het maar goed dat hij alleen was. ‘Ik heb gehoord dat u niet mee zal gaan op tournee naar Zuid-Amerika.’ Dat stond in allerlei biografieën en vermoedelijk was zijn afwezigheid tijdens de tour de reden dat hij en Vaslav later zo vervreemd van elkaar zouden raken.
      Diaghilev keek haar verward aan. Het nieuws was nog niet bekend. Niet onder het grote publiek. Toch ontkende hij het niet. Hij knikte slechts licht en zei: ‘Ik heb geen tijd om op dit moment de pers te woord te staan.’
      Mikhaila knikte en groef in haar geheugen naar wat er allemaal was voorgevallen in de periode voor een van de laatste tournees van Vaslav Nijinski. Het was op dit moment oorlog in Europa, hoewel daar in Parijs niet veel van te merken leek. Toch had Mikhaila soldaten gezien die hier waarschijnlijk met verlof waren en haar na hadden gestaard vanwege haar opvallende kleding: een jurk tot boven haar knieën en een jas van een materiaal dat amper uitgevonden was.
      Ze zag dat Diaghilev haar ook schattend in zich opnam en zei snel: ‘Ik vraag u of ik mee mag reizen met uw gezelschap, alstublieft. Ik wil niet voor een krant schrijven, maar voor u. Ik heb ook gehoord dat Romola de Pulszky mee zal reizen.’
      Diaghilevs ogen vernauwden zich en hij keek haar geringschattend aan. Mikhaila wist dat ze zijn aandacht kwijt zou zijn als ze nog meer informatie zou loslaten, want dit begon al ongeloofwaardig te worden. Sergei Pavlovitch was een man die wist van organiseren en had alles vast lang van te voren uitgedacht, zodat hij zijn balletgezelschap naar Zuid-Amerika kon krijgen.
      ’Laat mij verslag doen van haar bezigheden,’ zei ze. Haar handen knepen in haar jas die ze nog altijd over haar arm had hangen. Ze moest moeite doen om een onschuldige glimlach op haar gezicht te houden.
      De dunne snorpunten van Diaghilev trilden even tegen zijn wangen. Voor een man die met topsporters omging, zag hij er niet erg fit uit. Hij was al tegen de veertig, klein, maar ook gezet. Mikhaila had geen oordeel over hem of zijn persoon: ze bekeek hem alleen kritisch en probeerde zich te herinneren wat ze allemaal over hem wist. Ook Diaghilev was in veel van haar vaders boeken voorgekomen.
      ’Dom kind,’ zei de impresario laatdunkend, ‘denk je niet dat ik daar al voor ahd gezorgd?’ Mikhaila wist dat het niet waar was. ‘Denk je dat ik mijn eigen mensen niet voldoende instrueer?’
      Mikhaila wist dat hij maar nauwelijks op de hoogte was van wat de opdringerige Romola voor hem en zijn geliefde Vaslav in petto had. Beide mannen zouden niet weten wat hen overkwam en als ze dat wel deden, was het al te laat. Mikhaila wilde Vaslav redden. Ze wist niet hoe, maar wel dat ze Vaslav bij die vrouw vandaan moest houden, hoe toegewijd ze later ook voor hem zou zorgen.
      ’Ik heb gehoord over de stemmingen van uw Vaslav,’ zei ze en ze veinsde een samenzweerderige toon, in de hoop Sergei Pavlovich nog wat langer geboeid te houden.
      Dat lukte. Hij was een bijgelovig man, herinnerde Mikhaila zich, dus misschien waren deze woorden voldoende om hem van haar bedoelingen te overtuigen. Zijn ogen waren op die van haar gefixeerd, waarschijnlijk in een poging een leugen te bespeuren, maar Mikhaila wist dat het waar was wat ze had gezegd. Vaslav, de prestigieuze danser, had in 1916 al laten merken dat hij soms nogal labiel kon zijn en Sergei wist daarvan. Ze had hem waar ze hem hebben wilde.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen